Opbouw
De opleiding Bewegingstechnologie begint met een propedeuse van één jaar die wordt gevolgd door de driejarige hoofdfase. De propedeuse dient vooral om je te oriënteren op de keuzes en mogelijkheden van het vakgebied. In de hoofdfase gaat de opleiding de diepte in.
Jaar 1: propedeuse
In het eerste jaar staan vier modules met elk een projectopdracht van tien weken centraal. Je werkt in groepjes aan opdrachten die ook in de praktijk kunnen voorkomen. Voor zo’n project kun je bijvoorbeeld een vervoermiddel ontwikkelen met handaandrijving voor mensen met een beperking, of de intensiteit van bewegingsoefening onderzoeken.
De modules
De nodige basiskennis en vaardigheden maak je je eigen door het volgen van vier modules, die ieder bestaan uit een cluster van leervakken.
Module 1
In de eerste module krijg je biostatica (mechanica voor toepassingen op de natuur in statische situaties), ontwerpen, functionele anatomie, communicatie/management (vaardigheden als presenteren, rapporteren en een portfolio maken) en ergonomisch ontwerpen. Je begint in deze module ook met studieloopbaanbegeleiding, wat het hele jaar door loopt. Dit behelst onder andere een oriëntatie op het werkveld, waarvoor je bijvoorbeeld terugkomdagen van ouderejaars bijwoont en een middag bij een bedrijf langs gaat.
Module 2
Hier keren ergonomisch ontwerpen en communicatie/management terug. Nieuwe vakken zijn functioneel en beperkt bewegen, biokinematica (biomechanica in dynamische situaties) en vervaardigingskunde.
Module 3
In de derde module worden vervolgcursussen gegeven in ergonomisch ontwerpen, functionele anatomie, communicatie/management, biokinematica en vervaardigingskunde. Nieuwe vakken zijn construeren en beweging en houding.
Module 4
In deze fase leer je nog meer over ergonomisch ontwerpen. Ook construeren staat weer op het programma. Nieuwe vakken zijn functioneel bewegen en biodynamica.
Jaar 2 t/m 4: hoofdfase
Tijdens de driejarige hoofdfase wordt de lesstof ingewikkelder en specifieker. Sommige vakken uit de propedeuse komen in de hoofdfase terug. De opleiding wordt steeds meer een voorbereiding op je werk als aankomend bewegingstechnoloog. Veel leervakken en projecten zijn dus sterk gericht op de praktijk. In het tweede jaar presenteert je projectgroep zich als bewegingstechnologisch adviesbureau in een simulatie van het bedrijfsleven. Een kostenberekening maakt deel uit van de presentatie.
Stages en minor
Ook de stages sluiten goed aan bij de praktijk. De stage van 11 weken in het derde jaar is een mooie kans om je in het werkveld te oriënteren en de opgedane kennis en competenties te toetsen. In het vierde jaar kun je de
minor Sporttechnologie volgen. Je bepaalt uiteraard zelf welke minor het beste bij je past. Daarna volgt een tweede stage, die 16 weken duurt en waarin je een eigen opdracht moet afronden.
Lees meer over de stages op de pagina praktijkervaring.
Afstuderen
Het vierde en laatste jaar sluit je af met een afstudeeropdracht. Misschien ben je tijdens je stages al een boeiend onderwerp tegengekomen dat hier geschikt voor is. Je afstudeerbegeleider helpt je bij het maken van een goede keuze. Het kan zijn dat je in opdracht van een bedrijf een probleem gaat analyseren. Het verslag dat je over je opdracht schrijft, moet je voor een examencommissie verdedigen. Als dat gebeurd is, ontvang je in het bijzijn van je docenten en familie een getuigschrift en mag je je Bachelor of Engineering noemen.
Meer informatie over de inhoud van deze opleiding >>