Opbouw
Het vierjarige programma van MWD voltijd bestaat uit verschillende fases. Per jaar formuleer je jouw doelen en bekijk je welke competenties je moet bereiken. Je bent voortdurend bezig met het ontdekken, ontwikkelen, verbreden en verdiepen van jouw competenties.
Propedeuse (1e jaar)
In het eerste jaar voer je elk kwartaal een nieuw project uit en volg je de lessen die daarbij horen zoals psychologie, sociologie, filosofie en recht. Je ontwikkelt beroepsvaardigheden zoals communicatie en gesprekvoering, je leert samenwerken en organiseren en je leert hoe hulpverlening werkt, van intake tot afsluiting. Je krijgt ook vakken als studievaardigheden, drama, diversiteit en oriëntatie op levensloop en ontwikkeling. In een aantal programma’s werk je samen met studenten van de opleidingen Culturele en Maatschappelijke Vorming en Sociaal Pedagogische Hulpverlening. Later, in de praktijk, zul je ook vaak met deze disciplines samenwerken.
Je gebruikt de propedeuse om te ontdekken welke keuzemogelijkheden (minors) interessant zijn voor jouw hoofdfase. Aan het einde van het eerste jaar weet je wat maatschappelijk werk en dienstverlening inhoudt en heb je inzicht gekregen in de mogelijkheden van MWD en in de andere beroepen binnen het werkveld van de Sociale Professies. Je kunt met de minors gefundeerd voor verbreding of verdieping van het vak kiezen.
Instaptoets Nederlands
Om je Propedeuse te halen moet je slagen voor de Instaptoets Nederlands (spelling en zakelijk schrijven).
Hoofdfase (2e, 3e en 4e jaar)
Ook in het tweede jaar werk je voornamelijk aan projectopdrachten die gericht zijn op de beroepsvoorbereiding. Je ontwerpt hulpverleningsplannen en voert die ook uit en leert onder meer hoe je een plan van aanpak analyseert, ontwerpt én toetst. Halverwege het jaar begin je met de voorbereidingen voor de stage in het derde jaar.
In het derde jaar leer je de praktijk grondig kennen met een stage die het hele jaar duurt en waarin je alle tot dan toe verworven kennis en vaardigheden echt kunt toepassen.
Het vierde en laatste jaar is een verdiepingsjaar, waarin je verder werkt aan je professionele vorming. Je leert je kennis en vaardigheden toe te passen in steeds ingewikkelder situaties. De Bachelorproef is het sluitstuk van je opleiding. In de proef gaat het om de zelfstandige aanpak van een vraag of probleem in de beroepspraktijk, in opdracht van een werkveldinstelling. Je verwerft zelf een opdracht, je doet onderzoek, analyseert een probleem en bedenkt vervolgens een oplossing. Zo laat je zien dat je op hbo-niveau kunt werken aan opdrachten, en dat je kunt reflecteren op je beroep en beroepsvorming. De presentatie van je bevindingen, onder andere aan je opdrachtgever, vormt het eindexamen.