Orpa Moeleker twijfelde tussen Creatieve Therapie en MWD. Uiteindelijk heeft zij heel bewust voor de opleiding MWD gekozen omdat daar meer werk in te vinden is. Zij liep stage bij Bureau Jeugdzorg en wilde daar graag blijven. Dat kon, zij werkt daar nu als jeugdbeschermer-gezinsvoogd. “Mijn afdeling werkt vanuit het onvrijwillige kader. Zorgen over de verzorging en opvoeding van een kind worden gemeld bij de Raad van de Kinderbescherming. Die onderzoeken de situatie. In erg zorgelijke situaties vraagt de Raad een ondertoezichtstelling aan bij de kinderrechter. Als deze is uitgesproken, krijgt Bureau Jeugdzorg de opdracht om toezicht op het kind te houden.”
Hoge werkdruk, onzekere resultaten
“Als gezinsvoogd geef je ouders ondersteuning en advies bij de opvoeding van de kinderen. Ouders behouden het gezag over hun kind, maar delen dit met de gezinsvoogd. Soms is er hulp nodig binnen het gezin of kan het kind niet meer thuis wonen en wordt het uit huis geplaatst. De gezinsvoogd mag deze beslissingen nemen, ook als ouders en kinderen het er niet mee eens zijn. In mijn werk heb ik veel contact met andere instanties. Ik ben casemanager, dus het aanspreekpunt voor andere organisaties die zorgen hebben of hulp bieden rondom het kind of gezin.” Over de leuke en minder leuke kanten van haar werk zegt Orpa: “Het is mooi om kinderen uit een heel slechte situatie te halen en ze te zien opbloeien. Dat geldt ook voor ouders die inzicht krijgen in hun eigen problematiek. Je moet er echter rekening mee houden dat de werkdruk erg hoog is en er veel strijd wordt geleverd waarbij de uitkomst niet altijd positief is.”