Hij heeft al meer dan twintig jaar iets met sporten. Eerst als gymnastiekleraar, later als manager van verschillende multifunctionele sportparken waar hij zowel de dagelijkse leiding op zich nam als activiteiten verzorgde. Toen merkte Tom Roovers al dat hij de kennisoverdracht aan stagiaires erg leuk vond aan zijn beroep. Na het geven van diverse gastlessen aan De Haagse Hogeschool is hij inmiddels fulltime docent. “Ik vind ‘sport’ gewoon een mooi vak.”
Acteren op een internationaal podium
Volgens Roovers is het leuke aan sportmanagement dat het zo’n divers vak is. “Het is een dynamisch beroep, waarbij je ook op internationaal podium kunt acteren. Neem de weg naar de Olympische Spelen. 2028 wordt voor ons – hopelijk – een belangrijk jaar. Verder is de sportwereld een dankbare omgeving. Sporters zijn doeners en prestatiegericht en waarderen het als anderen de sport mogelijk maken. Dat geven we onze studenten ook mee: je moet passie voor de sport hebben. In het eerste jaar krijg je ook nog veel sportvakken, daarna verdwijnt het zelf sporten buiten beeld.”
Bagage voor het toekomstig werkveld
“Het mooie is dat de vakken in de daaropvolgende jaren erg breed zijn. Studenten krijgen kennis van marketing en financiën, maar ook bijvoorbeeld van personeelsbeleid. Daardoor krijgen ze de nodige bagage mee, waarmee ze in een breed werkveld terechtkunnen. Redelijk recent onderzoek wees in elk geval uit dat ruim vier op de vijf studenten in het werkveld terechtkomen. Bijvoorbeeld als sportmanager bij een sportvereniging, locatiemanager bij een outdoorbedrijf of sportmedewerker bij een gemeentelijke dienst.”