Opbouw
De opleiding Sportmanagement duurt vier jaar en bestaat uit een propedeuse en een hoofdfase. In de propedeuse krijg je een algemeen beeld van de opleiding en je toekomstmogelijkheden. Je bent in het eerste jaar veel bezig met de praktijk van het bewegen en verkent de diverse maatschappelijke aspecten daarvan.
| Propedeuse |
Jaar 1 |
Oriëntatie op de drie werkvelden |
| Kennismaking met de thema’s en leerlijnen |
| Hoofdfase |
Jaar 2 |
De stap naar zelfstandig werken met coaching |
| Jaar 3 |
Zelfstandig aan de slag |
| Start met de persoonlijke profilering |
| Jaar 4 |
Afstuderen en verdere profilering |
Het propedeusejaar (1e jaar)
In het propedeusejaar ben je ongeveer 20% van de tijd bezig met sporten. Je werkt aan een brede oriëntatie op management- en beleidsgebied. Daarnaast wordt er stevig ingezet op de studieloopbaanontwikkeling en je eerste stage volg je al vanaf de herfstvakantie. De eerste jaren zijn opgebouwd in vier blokken van tien weken.
De hoofdfase (het 2e jaar en de eerste helft van het 3e jaar)
In de hoofdfase verdiep je je erin hoe je ánderen kunt laten bewegen: medestudenten, huisvrouwen, ambtenaren... Het organiseren van evenementen is een goede manier om mensen in beweging te krijgen. Er komen allerlei interessante vragen bij kijken. Voor wie organiseer ik het evenement? Hoe maak ik het evenement aantrekkelijk voor die doelgroep? Wat kunnen ze aan? Hoe daag ik ze uit om een stap verder te gaan? Wat kost het?
De afstudeerfase (vanaf de helft van het 3e jaar)
Halverwege het derde studiejaar ga je je persoonlijk profileren. Je kiest voor een minor met een stage die daaraan gekoppeld is. Het vierde studiejaar kenmerkt zich door eigen keuzes. Bijvoorbeeld voor een van de richtingen:
- Publieke sector, gericht op de overheid,
- Sportverenigingen en sportbonden, gericht op de georganiseerde (wedstrijd)sport,
- Commerciële sector, gericht op het bedrijfsleven en sport als product.
Bij alle profielen is het mogelijk om een deel van je studie in het buitenland te volgen.
Je werkt in deze fase niet meer in blokken. Je bepaalt zelf, aan de hand van je persoonlijk ontwikkelingsplan, hoe het studiejaar er uit ziet. Je maakt een planning voor de onderdelen die nog komen: je stage, je afstudeeronderzoek in het werkveld en je minors.