Lesvormen
Behalve voor theorielessen reserveren we in de opleiding Technische Bedrijfskunde veel tijd voor practica en projecten. Naarmate je studie vordert, laten we je steeds meer zaken zelf doen. Bovendien leggen we zo snel mogelijk de link met de beroepspraktijk; bijna vanaf de eerste dag.
Hoor- en werkcolleges
Een gedeelte van de lesstof krijg je klassikaal in hoorcolleges. De klassen houden we bewust klein, waardoor je niet met honderden studenten tegelijk naar een college zit te luisteren. Overigens combineren wij vaak hoor- en werkcolleges. Dat houdt in dat je in het eerste gedeelte de theorie krijgt uitgelegd door de docent. Vervolgens ga je met die verse kennis aan de slag. Soms komen oud-studenten of andere mensen uit de beroepspraktijk langs voor het geven van gastcolleges. Ook dat brengt de opleiding Technische Bedrijfskunde dicht bij de praktijk.
Practica
Om vaardigheden te trainen zijn er de practica waar je in kleine groepjes kunt oefenen. Zo leer je in rollenspellen je communicatieve vaardigheden te verbeteren. Op ICT-gebied zijn er ook practica. ICT komt ook aan de orde in vakken als Statistiek en Wiskunde. De practica bieden je de gelegenheid om juist op die terreinen vertrouwd te raken met de computerprogramma’s die voorhanden zijn. Denk bijvoorbeeld aan de gegevensanalyse van enquête-uitkomsten.
Projecten
Tijdens de bedrijfsprojecten van Technische Bedrijfskunde breng je in praktijk wat je aan theorie leert. Je werkt in groepen aan opdrachten die het dagelijkse werk van de technisch bedrijfskundige zoveel mogelijk benaderen. In het eerste jaar maak je daarmee gelijk al intensief kennis in het project ‘Jong Ondernemen’. Je buigt je hier over de vraag hoe je het beste een product kunt ontwikkelen, produceren en in de markt zetten en wat daarbij komt kijken voor de technisch bedrijfskundige.
In de eerste helft van het tweede jaar bouw je samen met je medestudenten een (virtueel) windmolenpark. Je fungeert tijdens dit project als projectmanager. Later in dat jaar doe je voor een bedrijf dat je zelf uitzoekt kwantitatief marktonderzoek. Is het bouwen van een windmolenpark nog een beetje ‘doen alsof’, het marktonderzoek is echt. Het bedrijf moet met de resultaten van dat onderzoek verder kunnen werken.
In het derde jaar is er een beleidsproject. Je buigt je dan over een strategisch vraagstuk waar een bestaande organisatie tegen aanloopt. De contacten met zo’n bedrijf of instelling leg je als projectteam zelf. De aard van het vraagstuk kan verschillend zijn. Het kan bijvoorbeeld te maken hebben met verwachte strubbelingen in geval van een fusie of van een overname. Het kan ook zijn dat het bedrijf of de instelling advies vraagt bij het doorvoeren (implementeren) van nieuw beleid.