Opbouw van de studie
De opleiding Voeding en Diëtetiek bestaat uit een propedeuse van één jaar en een hoofdfase van drie jaar. Vanaf het derde jaar ga je je meer oriënteren op de door jou gekozen beroepsrol: Manager voeding, Behandelaar of Voorlichter.
|
Blok 1 |
Blok 2 |
Blok 3 |
Blok 4 |
Jaar 1
Propedeuse
|
Alle beroepsrollen |
Beroepsrol:
Manager voeding
|
Beroepsrol:
Behandelaar
|
Beroepsrol:
Voorlichter
|
| Jaar 2 |
Beroepsrol
Behandelaar
|
Minor
|
Beroepsrol:
Manager voeding
|
Beroepsrol:
Voorlichter
|
Jaar 3
|
Minor
|
Alle beroepsrollen
|
Uitstroomprofiel
|
Uitstroomprofiel
|
Jaar 4
|
Gedurende laatste jaar: 20 weken stage en 20 weken afstudeeropdracht
|
Propedeuse
De opleiding is opgebouwd uit de propedeuse en de hoofdfase. In het eerste jaar, de propedeuse, oriënteer je je op de totale opleiding en het beroep. Je gebruikt dat jaar om te bepalen of de studie bij je past, wat je sterke en je zwakke kanten zijn en waar je talenten liggen. Naast theorievakken en vaardigheden doe je ieder blok mee aan een integrale praktijkopdracht.
Hoofdfase
In de hoofdfase (het tweede tot en met vierde jaar) krijgen de onderwerpen uit de beroepspraktijk meer diepgang. Je volgt majorvakken en minors. De minors mag je ook bij andere opleidingen volgen
Tweede jaar
In het tweede jaar krijg je basismodulen die voortbouwen op de kennis die je in het eerste jaar hebt opgedaan, zoals klinische ondervoeding, voorlichting aan groepen en productontwikkeling. Ook kies je in het tweede jaar je eerste minor.
Derde en vierde jaar: afstudeerrichting
Vanaf het derde jaar ga je je meer oriënteren op de door jou gekozen afstudeerrichting, commercieel, paramedisch of voorlichting. In het derde jaar werk je twee keer tien weken mee aan echte praktijkopdrachten, die gerelateerd zijn aan het beroepsprofiel dat je hebt gekozen. In het vierde jaar loop je een stage van twintig weken en schrijf je je afstudeeropdracht.