Marli Huijer, lector Filosofie en Beroepspraktijk, en Dick Rijken, lector Informatie, Technologie en Samenleving, gingen met elkaar in debat over onderzoek en innovatie.
Voor Marli Huijer begint onderzoek met het stellen van de goede vraag. ‘Om die te vinden moet je je eerst goed verdiepen in het onderwerp. Anders loop je het risico om het wiel opnieuw uit te vinden. Daarna doe je onderzoek, volgens een goede methodologie, en kom je tot een conclusie. Die conclusie maak je openbaar zodat vakgenoten er verder op kunnen bouwen.’
Een prima systeem, vindt Dick Rijken. Tenminste, voor wetenschappelijk onderzoek aan een universiteit. ‘Maar in het hbo zijn we op allerlei plekken op zoek naar de toekomst. Zelf doe ik bijvoorbeeld onderzoek naar de nieuwe rol van de bibliotheken. Want zij zijn in het internet-tijdperk geen monopolist meer op het gebied van het verspreiden van informatie. In tegendeel. Dus wat wordt hun nieuwe rol? Waar gaat de beroepspraktijk naar toe? En hoe kunnen wij als hogeschool waarde toevoegen aan die discussie?’
‘Maar hoe weet je dan dat je daarbij niet aan goede bedoelingen ten onder gaat?’, pareert Marli. ‘Intuïtie’, zegt Rijken. Huijer is niet onder de indruk. ‘Intuïtie is niet altijd waar. Als je het te druk hebt, zegt je intuïtie waarschijnlijk dat je moet onthaasten. Maar onderzoek naar tijdsbeleving wijst uit dat er veel betere manieren zijn om je minder druk te voelen. Kritische reflectie is zó ontzettend belangrijk.’
‘Ik zeg ook niet dat ik tegen kritische reflectie ben’, zegt Rijken. ‘Maar wel dat het niet voldoende is om alleen het verleden te onderzoeken. Ik wil iets máken.’
‘Maar de toekomst kan je helemaal niet maken’, werpt Huijer tegen. ‘De samenleving maakt zichzelf, als onderzoeker moet je daarbij steeds analyseren wat er gebeurt.’ ‘Maar dan maak je een onderzoeker tot toeschouwer, tot zombie’, schrikt Rijken. ‘Doé iets!’.
Na een geanimeerde discussie met de zaal ontstaat de, voorlopig wankele, consensus dat beide benaderingen te verenigen zijn. intuïtie kan een aardige raadgever zijn, als die is gebaseerd op kennis van zaken. En die kennis ontstaat door, inderdaad, wetenschappelijk onderzoek. Huijer: ‘Elke innovator staat op de schouders van al die grijze muizen die door onderzoek informatie hebben verzameld. Elke maker staat op een berg van voorgangers.’