Interview met Laure Itard, lector Energie en de Gebouwde Omgeving
‘Energie besparen is niet altijd goed voor het milieu’
Een warme trui aandoen, de verwarming een graadje lager: waren alle energiebesparende maatregelen maar zo simpel. Maar bij energie besparen in de glastuinbouw of op grote schoolcomplexen, komt heel wat meer kijken.
Laure Itard, die als lector Energie en de Gebouwde Omgeving verbonden is aan De Haagse Hogeschool, gaat met een groep docenten onderzoek doen naar modellen om doeltreffender energie te besparen.
Wat gaat het lectoraat ‘Energie en de Gebouwde omgeving’ doen?
In de gebouwde omgeving wordt veel energie gebruikt voor koeling, verwarming, verlichting, enzovoorts. Om hierop te besparen, moet je rekening houden met vele factoren, zoals het gebouw, het weer en de werknemers. Doe je dat niet, dan kan een beoogde energiebesparing fors tegenvallen. Het lectoraat ‘Energie en de Gebouwde omgeving’ gaat onderzoek doen naar wiskundige modellen waarin de factoren die invloed hebben op de energiebesparing worden verwerkt. Zo kunnen gemeentes of gebouweigenaren betere resultaten boeken.
Is energie besparen werkelijk zo ingewikkeld?
Een voorbeeld: om energie te besparen in een schoolgebouw moet je rekening houden met snel veranderende omstandigheden en een moeilijk in stand te houden binnenklimaat. Neem bijvoorbeeld een collegezaal waar driehonderd studenten les krijgen. Als de studenten binnen komen is de zaal nog veel te koud. Deze moet dan worden verwarmd. Een half uur later is de zaal veel te warm en vochtig door het grote aantal studenten en moet er worden gekoeld. Een uur later zijn ze weer weg. Wil je in dit geval verspilling voorkomen dan zul je aan de hand van een model moeten berekenen hoe de energie optimaal kan worden gebruikt om het binnenklimaat zo goed mogelijk te houden. Met simpelweg de verwarming een graadje lager zetten, kom je er niet uit. ”
Voor wie gaat het lectoraat deze modellen opstellen?
Dat kan heel breed zijn: voor de overheid en het bedrijfsleven. Vanuit de glastuinbouw in het Westland is er veel vraag naar modellen voor energiebesparing. Voor die sector zullen we dus zeker aan de slag gaan. Bedrijven in de glastuinbouw die energie willen besparen, moeten rekening houden met het product, het glasoppervlak, de bouw van de kas, enzovoorts. Het is complex, zeker als ze innovatief willen zijn, en hier komt dus het lectoraat in beeld
Zegt een wiskundig model wel genoeg over de praktijk?
Jazeker, de opzet van het lectoraat is juist dat bedrijven in de praktijk gebruik kunnen maken van onze modellen. Ik werk ook als onderzoeker aan de TU Delft. De modellen die we daar opstellen zijn veel abstracter. Met dit lectoraat wil ik een brug slaan tussen abstracte modellen en de vragen uit het bedrijfsleven.
Wat is uw eigen fascinatie met energiebesparing?
Lastig. Wat mij het meest boeit is het grip krijgen op een proces door bepaalde aannames en denkpatronen te doorbreken. Een mooi voorbeeld daarvan is het gebruik van de warmtepomp. Al jaren worden overal warmtepompen geïnstalleerd om energie te besparen. Het is waar dat een warmtepomp leidt tot energiebesparing. Met de huidige manier van elektriciteit opwekken is een warmtepomp echter veel slechter voor het milieu dan een gewone gasketel. Zelfs de CO2 uitstoot van een warmtepomp is groter dan die van een ketel! Ook tasten de CFK’s, die in de warmtepomp zitten, de ozonlaag aan. Energie besparen is niet altijd goed voor het milieu. Ik vind het interessant om naar het totaalplaatje te kijken en te komen tot betere oplossingen.
Wat gaan de studenten meekrijgen van dit lectoraat?
De bedoeling is zeker dat studenten ook profiteren van het lectoraat. De kennis die wordt opgedaan in het lectoraat kunnen docenten gebruiken in hun onderwijs. Tevens gaan wij master classes geven voor studenten. Ook leuk is dat De Haagse Hogeschool Delft voorzien is van nieuwe energiebesparende technieken waardoor we de modellen in praktijk kunnen testen.