Lectoraat Energie en de Gebouwde Omgeving
Meer dan 30% van het Nederlands energiegebruik gaat naar de gebouwde omgeving. In gebouwen gebruiken wij energie om te verwarmen, te koelen, te verlichten, en voor elektrische zoals computers of koelkasten. De afgelopen jaren heeft de installatiebranche, veelal samen met architecten, veel innovaties op gang gezet om een gezond binnenklimaat te creëren tegen aanvaardbare kosten en zonder het milieu aan te tasten-dus met zoveel mogelijk energiebesparing en duurzame energie. Denk bijvoorbeeld aan energieopslag in de grond, warmtepompen, balansventilatie of fotovoltaische cellen. Ook worden veel verschillende installaties met elkaar gecombineerd. Daardoor zijn installaties in gebouwen heel complex geworden en vereisen uitgekiende regelstrategieën. Dit gaat niet vanzelf, in de theorie niet en in de praktijk al helemaal niet. Greep krijgen op deze complexiteit kan het beste door wiskundige modellen te ontwikkelen waarmee de installaties gesimuleerd en geoptimaliseerd kunnen worden. Hiermee is het mogelijk om te voorspellen hoe de installaties zich in de praktijk gaan gedragen. Het lectoraat richt zich dus op systeemmodellering en systeemsimulatie voor energie- en binnenklimaatinstallaties, met als uiteindelijk doel zo bij te dragen aan de verduurzaming van de energievoorziening in de gebouwde omgeving.
Glastuinbouw
De gigantische energiebehoefte in de glastuinbouw biedt genoeg uitdagingen voor verduurzaming. Het lectoraat werkt, in samenwerking met het Expertisecentrum TIS Delft en met bedrijven uit de glastuinbouw, aan nieuwe kasconcepten. Ook doet het lange termijn onderzoek samen met de Universiteit Wageningen, TU Eindhoven, TNO, TU Delft en Kenlog naar de kas van de toekomst: ‘Climate Adaptive Glastuinbouw’. Dit onderzoek wordt gesubsidieerd door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en ondersteund door Productschap Tuinbouw en Priva.
Climasim
Climasim is de naam van de simulatieomgeving waarin installatiemodellen worden ontwikkeld. Een goed model moet echter ook gevalideerd zijn. Het nieuwe hogeschoolgebouw in Delft is een mooi voorbeeld van moderne utiliteitsbouw. Om het zo energiezuinig mogelijk te maken, is alles uit de kast gehaald. Bovendien kunnen studenten monitoren hoe de nieuwe technieken werken in hun onderlinge samenhang. Ze kunnen daardoor in hun eigen gebouw veel leren. Het lectoraat kan hiermee de ontwikkelde modellen toetsen aan de werkelijkheid. Daarnaast gebruikt het lectoraat de gebouwen van de hogeschool om onderzoek te doen naar slimmere gebouwbeheersysteem.
Kennisoverdracht
Vakkennis moet beschikbaar gemaakt worden op verschillende niveau’s. Binnen het lectoraat wordt gewerkt aan een database om systeemkennis toegankelijk te maken voor ontwerpers, studenten, adviseurs of monteurs. De database zal ook gekoppeld worden aan simulatiemodellen.