Lector Jaap de Zwaan
‘Discussie over Europa is positief gevolg van de crisis’
Lector European Integration Jaap de Zwaan wil docenten en studenten aan De Haagse Hogeschool geen zand in de ogen strooien met hallelujaverhalen over Europese integratie. Maar hij wil ze wel bewuster maken van de enorme invloed van de Europese Unie. “Europa is een tanker die niet meer te stoppen is”, stelt Jaap de Zwaan.
Europa heeft geen goed imago. Gaat je dat aan het hart?
“Dat negatieve imago kun je eenvoudig doorprikken. De meeste Nederlanders staan namelijk positief tegenover Europese samenwerking. Zij willen niet dat Nederland er alleen voor staat bij onderwerpen als de economische crisis, energie en klimaatverandering, asiel en immigratie, en de bestrijding van terrorisme. Kortom, allemaal onderwerpen die met veiligheid te maken hebben. Maar als het gaat over grote financiële afdrachten en één Europese superstaat, worden burgers wel heel kritisch. Dat is overigens niet verkeerd. Lange tijd was Europa het speeltje van regeringen, diplomaten en ambtenaren. Het is goed dat er nu onder burgers een discussie ontstaat over de zin en onzin van Europese integratie. Ik zie dat als een positief gevolg van de crisis.”
Leidt meer kennis tot een positievere indruk van Europa?
“Ik denk van wel. Kijk, dit is geen pro-Europa lectoraat. Ik wil dat docenten en studenten een gefundeerde mening kunnen vormen over de voors en tegen van Europese integratie. Maar ik denk wel dat een positievere kijk op Europa een neveneffect is van meer kennis. Juist Nederland heeft veel profijt van de grote interne markt die is ontstaan door het wegvallen van de interne grenzen. Onze welvaart is voor een groot deel afhankelijk van de handel met andere landen, in Europa en daarbuiten. Dat betekent dat Europese integratie van belang is voor de Nederlandse economie. Het is belangrijk dat docenten en studenten dat begrijpen.”
Welke kennis over Europa ontbreekt bij docenten en studenten?
‘Brussel heeft op bijna alle beleidsterreinen invloed zonder dat de burger zich dat realiseert. Het is goed als docenten en studenten snappen wat de Europese dimensie van hun eigen vakgebied is. Ik wil daarom een breed handboek opstellen over de Europese integratie, zowel in het Nederlands als in het Engels. Het lectoraat richt zich in eerste instantie op de Academie voor European Studies and Communication Management en op de Academie voor Bestuur, Recht & Veiligheid. Maar ik wil ook graag studenten van andere opleidingen bij het lectoraat betrekken.
Dat kan bijvoorbeeld door lezingen of discussies over Europa. Het lijkt me heel interessant om de Europawoordvoerders van alle politieke partijen te laten reageren op stellingen waarover studenten vervolgens kunnen stemmen.”
Wat is je persoonlijke link met Europese integratie?
“Vrijwel mijn hele loopbaan heb ik me met Europese integratie bezig gehouden. Ik ben begonnen in de advocatuur, bij de Landsadvocaat. Tussen 1979 en 1998 werkte ik als juridisch adviseur voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken op het terrein van Europese integratie, zowel in Brussel en in Den Haag. Ik was onder meer betrokken bij het opstellen van het Verdrag van Amsterdam en de onderhandelingen daarover. Vanaf 1998 ben ik professor Europees Recht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. En tussen 2005 en 2011 was ik daarnaast directeur bij Clingendael, het Nederlandse Instituut voor Internationale Betrekkingen in Den Haag.”
Hoe kwam je bij De Haagse Hogeschool terecht?
“Na zes jaar als directeur voor Clingendael gewerkt te hebben, zocht ik - naast mijn werk aan de Erasmus Universiteit - naar een nieuwe functie waarbij ik me weer inhoudelijk met Europese integratie kon bezighouden. Omdat ik hier woon en veel met Den Haag als ‘Legal Capital of the World’ te maken heb gehad, ben ik ook met De Haagse Hogeschool in aanraking gekomen. Ik stelde vast dat er nog geen lectoraat was over Europese integratie en ben toen in dat gat gesprongen. Ik vind het erg leuk om deze nieuwe uitdaging aan te gaan. Terwijl mijn vakgebied op de Erasmus Universiteit Europees recht is, kan ik me hier veel breder met het proces van Europese integratie bezighouden.”