De Haagse Hogeschool Research & Development

Een impressie van het socratisch gesprek ‘Rustig praten over discriminatie’

Kun je rustig praten over discriminatie? Of is dat zo’n heet onderwerp dat er alleen maar fel over kan worden gedebatteerd?

Om dat uit te vinden organiseerde het lectoraat Filosofie en Beroepspraktijk op 6 oktober een socratisch gesprek. Wat zou er gebeuren als je studenten, een docent, een wethouder en de voorzitter van het College van Bestuur onder leiding van een ervaren socratisch gespreksleider (Humberto Schwab) volgens de spelregels van het socratisch gesprek met elkaar laat spreken? Wat gebeurt er als mensen gevraagd wordt om elkaars woorden te herhalen, om pas verder te gaan in het gesprek als alle deelnemers begrijpen wat de ander zegt?

Studente Faiza Boultam (bestuurslid studentenvereniging MashriQ), Pim Breebaart (voorzitter CvB), docent Marjolein Faassen (ICT&Media, locatie Zoetermeer), wethouder Rabin Baldewsingh en student Youssef Oualhadj (oprichter van de Haagse studentenvereniging) waren bereid om voor een zaal toehoorders het socratische gesprek volgens de regels van de kunst te voeren.

Als eerste stap in het gesprek moest elke deelnemer een filosofische vraag op tafel leggen. Geen empirische vraag, en ook geen vraag waar je het antwoord al op weet, maar een vraag waarbij je op zoek bent naar het antwoord en je veronderstelt dat je dat kunt bereiken door erover na te denken. Faiza opende met de vraag wat de oorsprong van discriminatie is. De anderen voegden daar variaties aan toe, maar uiteindelijk kon iedereen zich vinden in de vraag zoals die door Faiza was geformuleerd.

Als tweede stap werd besloten hoe de deelnemers de vraag zouden proberen te beantwoorden. Pim stelde voor om vrijelijk te associëren, wat door de anderen unaniem werd geaccepteerd. Rabin meende dat de oorsprong van discriminatie ligt in een aangeboren wantrouwen. De mens moet voor zijn overleving onderscheid maken tussen wie hij wel en wie hij niet kan vertrouwen. Pim bracht daar tegenin dat de mens een aangeboren neiging tot sociaal gedrag heeft, en daarom zoekt naar een wij dat zich onderscheidt van een zij. Marjolein, deelnemend docent, maakte het 'onderscheid maken' tot een levende zaak door over sla versus giftige planten te spreken, waarop Rabin smakelijk vertelde over zijn eerste ontmoeting met de sla ('Dat gras ga je toch niet eten?!'). Maar, zo vertelde hij, in een langzaam proces - waarin hij de Hollander de kousenband voorhield en zag dat deze een vergelijkbare reactie vertoonde – was hij toch voorzichtig naar de sla toegegroeid, om te ontdekken dat die reuzenlekker was. Pim vroeg zich af wat maakte dat Rabin toch de sla ging proeven. Youssef probeerde Rabin's idee van aangeboren wantrouwen onderuit te halen, o.a. door onderscheid te maken tussen angst en wantrouwen (een cultuur van angst versterkt het wantrouwen), maar Rabin was niet van zijn aangeboren wantrouwen af te brengen.

In een latere fase van het gesprek – dat anderhalf uur duurde. Niet niks om daar rustig naar te moeten luisteren! - werd gesproken over zichtbare en onzichtbare discriminatie. Alle leden van het gesprek beaamden dat je 'onbewust' kunt discrimineren. Pim illustreerde dat met een voorbeeld van de zoon van Ghandi, die zich van jongs af aan niet erkend voelde door zijn vader - de man die we toch een zeer hoogstaande moraliteit toedichten. Toen de zoon zelfmoord pleegde, was dit voor Ghandi reden te zeggen dat de zoon nooit had gedeugd. (Of het verhaal waar is, zouden we echt niet durven zeggen, maar goed het gaat om het idee dat zelfs de moreel meest hoogstaande mens in staat is tot discriminatie).

Marjolein voegde een meer down to earth voorbeeld toe. Ze verhuisde in haar werk van het Johanna Westerdijkplein naar de locatie in Zoetermeer en ontdekte dat er in de gang vele herentoiletten waren en slechts één damestoilet. Ze voelde zich gediscrimineerd, ook al snapte ze wel hoe deze situatie historisch was gegroeid.

Het gesprek eindigde met het idee van conditionering: elk mens wordt geconditioneerd om sommige dingen als normaal en andere als vreemd te zien. Als je dat niet onder ogen ziet, zul je nooit snappen dat de ander zich gekwetst kan voelen, terwijl jij het gevoel hebt dat je niets bijzonders doet.

Na het gesprek kwamen er veel reacties uit de zaal. Komt discriminatie voort uit het feit dat de mens ook een dier is?, vroeg iemand. Is de mens behalve wantrouwig niet ook nieuwsgierig?, vroeg een ander. Hoe kun je nieuwsgierigheid de ruimte geven? Humberto gaf het publiek tot slot een pittige vraag mee: Hoe kunnen wij onszelf zo conditioneren dat we in de Haagse Hogeschool niet vervallen in discriminatie? Een filosofische vraag, dunkt ons, mooi voor een volgend gesprek.

Marli Huijer, lector Filosofie en Beroepspraktijk
Henriëtta Joosten, docent/onderzoeker 



print | sitemap | abc-index | disclaimer | beheer
      Volg ons op Twitter Volg ons op LinkedIn Volg ons op Hyves Volg ons op Facebook Volg ons op Youtube