De Haagse Hogeschool

Rob Oudkerk, Lector Leefstijlverandering bij Jongeren: “We moeten proberen een schokeffect te creëren, zoals Al Gore dat heeft gedaan voor het klimaat.”

Hoe verander je een leefstijl?

Hoe verander je een leefstijl? Voorkomen is beter dan genezen. Er zijn maar weinig problemen waarop deze tegeltjeswijsheid zozeer van toepassing is als overgewicht, vooral bij jongeren. De gevaren voor de volksgezondheid zijn bekend: te dikke mensen lopen een veel groter risico te worden getroffen door diabetes, hart- en vaatziekten en andere aandoeningen. Toch ziet Rob Oudkerk, sinds mei 2007 lector leefstijlverandering bij jongeren aan De Haagse Hogeschool, zijn grootste uitdaging in het feit dat de meeste mensen vetzucht niet als een maatschappelijk probleem ervaren. “Vooral kinderen hebben vaak niet de perceptie dat ze te dik zijn. We moeten proberen een schokeffect te creëren, zoals Al Gore dat heeft gedaan voor het klimaat. Ik zou het ontzettend leuk vinden om op termijn net als hij een film te maken. Waarom zou ons dat met behulp van onze opleidingen niet kunnen lukken? A picture paints a thousand words, zeker in deze multimediale tijd." Rob Oudkerk

Kortetermijndenken

Oudkerk trekt van leer tegen het kortetermijndenken in de Nederlandse politiek, waarvan hij tot voor kort zelf deel uitmaakte. “Politici zijn vooral geïnteresseerd in het oplossen van problemen op korte termijn, omdat ze daarop worden afgerekend. Ze hebben een overlevingshorizon van maximaal vier jaar, tot de volgende verkiezingen. Dit land wordt daarom steeds meer geregeerd op basis van hypes. Het valt dus niet mee een complex probleem als overgewicht - met buitengewoon schadelijke medische en sociale effecten op de middellange termijn - op de kaart van de politiek te zetten.”

Praktijkprofessor

Tijdens zijn eerste maanden als lector maakte Oudkerk ruimschoots gebruik van zijn positie als bekende Nederlander om uit te leggen wat het instituut inhoudt: “Een lector is een soort praktijkprofessor die toetst of alles wat bedacht wordt, wel effectief is”, zei hij in een interview in het Algemeen Dagblad. Meetbare resultaten zijn belangrijk voor hem: “Ik heb altijd een zwak gehad voor directe toepasbaarheid van wetenschappelijk onderzoek, omdat het daardoor maatschappelijk relevant wordt. Ik ben een practicus. Alleen onderzoek waar je iets mee kunt, past in mijn credo.”

Medisch en maatschappelijk

Een lectoraat als dit, met zowel medische als maatschappelijke aspecten, sluit naadloos aan bij Oudkerks achtergrond en interesse. “Mijn beide roots komen erin samen. Ik heb al jarenlang een huisartsenpraktijk en als sociaaldemocraat spreekt de materie mij enorm aan. Vetzucht lijkt een medisch probleem, maar het doet zich vooral voor bij mensen met een lage sociaaleconomische status. En het komt significant meer voor bij allochtonen; daar is uitgebreid onderzoek naar gedaan.”

Netwerk

“De gevaren van roken en drinken zijn bij de bevolking zeer bekend, maar met overgewicht is dat veel minder het geval. Toch durf ik te beweren dat vetzucht over een tijd ook in officiële tabellen een groter probleem zal zijn dan honger, behalve in echt arme landen. ”Uit onderzoek is gebleken dat in Nederland ongeveer 15 % van de jongeren te dik is. Dat is één op de zeven jongeren. Oudkerk is bezig zijn uitgebreide netwerk in de strijd te werpen om te voorkomen dat dit aantal binnen een paar jaar stijgt tot een miljoen. “Mijn contacten zijn zeer nuttig om het onderwerp te agenderen, maar het is een land van erg traag draaiende molens.”

Belevingswereld

“We weten allang op welke manieren we overgewicht kunnen tegengaan. We moeten kinderen ertoe brengen meer te bewegen, minder zoete dranken te drinken, vaker te ontbijten en minder tijd zittend voor de TV of computer door te brengen. Daarnaast hebben jongeren die borstvoeding hebben gehad minder kans op overgewicht.” Oudkerk is ervan overtuigd dat de enige kans een leefstijlverandering te bewerkstelligen, aansluiting bij de belevingswereld van jongeren is. “Tot nu toe is het onderwerp vormgegeven door volwassenen op een manier die mij niet zint. Tegen een kind van twaalf moet je niet zeggen: als je niet oppast krijg je diabetes. Wat je wel kunt doen, is bijvoorbeeld bewegingsspelletjes ontwikkelen voor de computer, of gebruikmaken van rolmodellen. Zijn of haar peergroup inschakelen. Daar wordt naar geluisterd. En bij jonge kinderen zijn interventies zonder de ouders te betrekken een kunstfout”

Veel partijen

De kenniskring die Oudkerk bijstaat, bestaat uit een wisselend aantal leden, die breed worden en zijn geselecteerd uit het docentencorps van de hogeschool. “Ik kan mensen heel goed enthousiasmeren om iets in gang te zetten. En ik houd ervan in groepsverband te werken. Ik moet mensen om me heen hebben die even sterk zijn als ik, of sterker, want ik wil me laten verrassen. In de praktijk zien we dan vaak wel of die groepsdynamiek werkt.” Hij wil ook nog veel meer studenten en nog meer andere lectoraten bij zijn werk betrekken, maar daar blijft het niet bij. “Samenwerking met de private sector heeft veel meer zin dan het opleggen van regels. De kennis over gezonde voeding bij de industrie is groter dan bij de universiteiten. Van die kennis wil ik gebruikmaken. Ketens als Albert Heijn en McDonald’s spelen nu al in op de groeiende vraag naar gezonder voedsel, maar ze moeten verleid of gedwongen worden om meer te doen.” In Oudkerks visie moeten ook de regering, universiteiten en zorgverzekeraars een meer pregnante rol spelen. “Het gaat om vier pijlers: publiekprivate samenwerking, politieke wil en commitment, goede wetenschappelijke onderbouwing van wat je doet aan interventies en fors gebruik maken van social marketing. Die mix werkt in Frankrijk al goed: daar is in sommige steden het overgewicht bij jongeren aan het dalen. Daarom is het erg goed dat we sinds midden 2010 de Nederlandse variant hier hebben, JOGG (Jongeren op Gezond Gewicht). Den Haag was de eerste van de vier grote steden die JOGG-stad werd. Daar ben ik trots op. Het lectoraat is erg actief rondom JOGG, zowel lokaal als landelijk participeren wij.”

Mammoettanker

Dat al deze activiteiten ook de hogeschool zelf ten goede moeten komen, spreekt voor Oudkerk vanzelf: “Als je kookt moet er wel eten op tafel komen. Natuurlijk moet ons werk merkbaar zijn in de curricula en zal het zijn weerslag hebben op de manier van lesgeven.” Inmiddels is er al een minor leefstijlcoach, uiteindelijk moet er een masteropleiding komen die ‘leefstijlconsulenten’ opleidt. De master is ontwikkeld: het wachten is op de (langdurige) accreditatie daarvan. Oudkerk is zich ervan bewust dat alles tijd gaat kosten, “maar de koers moet wel omgebogen worden, al is het maar een paar graden. Dit lectoraat is een soort mammoettanker. Het is mijn taak een koers uit te zetten, die voor mijn opvolgers de weg naar het duurzaam veranderen van leefstijl effent.”

Bijgewerkt op 1 januari 2011