Kenniscentrum Mission Zero

Project Netwerk Hogeschool

NWHS/Netwerkhogeschool, Lectoraat Innovation Networks

Onderzoeksdocenten: Janneke Sluijs, Fenne van Doorn, Manon Pieper, Sander Limonard, Heleen Geerts

Lector: Christine De Lille

2020

Waarom dit project?

Er valt bij onze hogeschool winst te behalen als het gaat om het handen en voeten geven aan het begrip ‘Netwerkschool’. Om deze ambitie waar te maken, geloven wij dat dit als verantwoordelijkheid belegd moet worden in de organisatie, en dat deze activiteit een uitvloeisel zou moeten zijn van de strategie van De Haagse Hogeschool en haar kenniscentra. Daarom is een belangrijk doel van dit project het inbedden van netwerkvorming in de organisatie. Wie doet wat, hoe werken de verschillende lagen van de organisatie samen en hoe zorgen we dat onderwijs en onderzoek samen kunnen optrekken in het intern en externe netwerk van De Haagse? Juist nu de transitie naar kenniscentra wordt gemaakt, is het van belang deze discussie te voeren en hier invulling aan te geven. Uitgangspunt is dat kenniscentra hierbij een regisserende rol krijgen. Als kenniscentra moeten fungeren als een belangrijke intermediair tussen het onderwijs aan De Haagse en externe stakeholders, moet onderzocht worden hoe zij deze rol in kunnen vullen.

Om onderwijs en praktijkgericht onderzoek elkaar te laten versterken, is het belangrijk om actief te zijn binnen dezelfde (soort) netwerken en samenwerkingsvormen. Met dit project willen we netwerken op de agenda zetten als een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering. Daarom is het nodig om te bouwen aan een geheel van mensen, middelen en mogelijkheden op dit thema. Niet alleen door 'liaison officers' en ontwikkelmogelijkheden te bieden, maar ook een aanbod aan advies, tools, formats, processen, best practices en uitwissel- en detacheringsmogelijkheden te ontwikkelen. Met een stabiel team van professionals die zowel intern als extern een gidsende rol kunnen vervullen.

Een netwerk opbouwen en onderhouden vindt vooral plaats door individuele medewerkers op basis van persoonlijke voorkeur en relaties. Wij zien ook dat deze activiteit naar een strategischer niveau getrokken dient te worden. Als de netwerkhogeschool een instellingsbrede prioriteit is, mag het netwerk van De Haagse niet afhangen van individuele relaties. Daarnaast lijkt er weinig zicht te zijn op de behoefte tot netwerken: wie in de organisatie heeft waar behoefte aan? In dit project zullen we in kaart brengen wat de behoeften en ambities zijn van de verschillende doelgroepen en stakeholders binnen De Haagse om daar het te ontwikkelen aanbod op af te stemmen.

Op dit moment vinden er al tal van netwerk-activiteiten plaats vanuit dienst Externe Relaties, de subsidiedesk als ook alle extern gerichte medewerkers in het onderwijs (zoals stage- en afstudeercoördinatoren). Vanuit de te ontwikkelen kenniscentra ligt er een grote behoefte voor strategische netwerkvorming alsook de samenwerking met het onderwijs met externe partners. Waar netwerken vaak een negatieve klank heeft, men doet het immers voor eigen gewin, willen we van netwerken elkaar helpen maken. Dit past in de visie van de Hogeschool & Wereldburgerschap. De kenniscentra kunnen flexibiliteit, structuur en lange termijn samenwerking bieden voor De Haagse als Netwerkhogeschool. Dit project wil hier inzicht en invulling aan geven.

In het kort:

  • De Haagse Hogeschool wil Netwerkhogeschool zijn
  • Samenwerkingen tussen opleidingen & onderzoek (en die willen vernieuwen doen dat vaak niet, laat, of rigoureus in plaats van iteratief en stapsgewijs.)
  • Samenwerkingen met opleidingen en (externe) partners komen vaak moeilijk van de grond door de vaste timing en structuur van het onderwijs, waardoor samenwerkingen niet doorzetten.
  • Netwerken zijn aan persoonlijke relaties opgehangen die veelal niet gedeeld worden
  • Opleidingen willen hun studenten met andere disciplines samen laten werken maar weten niet hoe dat in te passen (multi-disciplinariteit)
  • Qua financiering lopen onderwijs, onderzoek en externe relaties niet synchroon. Timing en ‘langere termijn werken’ spelen hierbij een grote rol (onderwijsplanning versus begrotingsjaren bijvoorbeeld)

Er is binnen de hogeschool behoefte aan:

  • Opleidingen en onderzoek hebben behoefte aan meer flexibiliteit in samenwerken, herhaaldelijker, en meer structureel.
  • Borging en lange termijn: netwerken en relaties zijn vaak incidenteel en korte termijn.
  • Tijd voor opvolging (verschil praktijk - kennisinstelling), investeren in relatie.
  • Meer reflectie op samenwerkingsvormen, wat werkt wel en niet?
  • Ondersteuning en bereikbaarheid van informatie/voorbeelden (zoals IP, voorbeeldcontracten)

In hoeverre zijn de resultaten te generaliseren voor alle opleidingen en kenniscentra? Wij geloven dat dit maar beperkt mogelijk is, en dat een grote opbrengst van dit project zit in het inspireren in plaats van instrumentaliseren van netwerkvorming. Een belangrijk onderdeel is dan ook het identificeren van tools, resources, werkvormen maar vooral agents of change die andere kunnen motiveren tot actie. Invulling geven aan ‘Netwerkhogeschool’ zal lokaal met een eigen smaak plaatsvinden, maar er zullen hogeschool-breed veel werkvormen en voorbeelden gedeeld kunnen worden.

Doelgroep:

Docent/onderzoekers, opleidingsmanagers, lectoren en ondersteunende staf (onderwijs en onderzoek).

Wat hebben we gedaan?

Volgens onderstaande stappen zijn we te werk gegaan:

Stap 1: Inzicht in huidige stand van zaken

In kaart brengen van de behoeften van doelgroepen en stakeholders, en best practices en werkvormen. Dit heeft intern plaatsgevonden, binnen de gehele organisatie (onderzoek en onderwijs) om zo breed mogelijk ervaringen op te halen. Doel ligt bij elke doelgroep anders: intern behoeften ophalen, extern mogelijkheden ophalen. In kaart brengen/inventarisatie van netwerk, waar extern in de opleiding wordt netwerk ingezet, waar onderzoek in opleiding, hoe vervlechten en structureel maken (input/output en herhaalbaarheid ter inzet van het netwerk)?

Resultaat: typologie van huidige netwerkvorm(en) binnen de hogeschool.

Stap 2: Identificeren/ontwikkelen van relevante netwerkvormen

Op basis van stap 1 nieuwe vormen identificeren en ontwikkelen in termen van netwerk onderwijs, netwerk onderzoek en triple helix formats. Ontwikkelen van een generieke aanpak voor opleidingen/kenniscentra/lectoren die in staat stelt om zelf invulling te geven aan het begrip netwerkschool.

Resultaat: Mogelijke tool en werkvorm voor kenniscentra en opleidingen voor structurele netwerkvorming.

Stap 3: Interventies/experimenten inrichten en uitvoeren met opleidingen en kenniscentra

Focus op resultaten uit stap 2 tot uitvoering brengen als interventies/experimenten met de betrokken opleidingen en kenniscentra.

Resultaat: inzicht in werking van werkvormen en netwerken bij kenniscentra en opleidingen. Aanbevelingen voor generaliseren van de aanpak en verder opschalen in stap 4.

Stap 4: Organiseren en faciliteren van Netwerkhogeschool invulling

Stap 5: Reflectie en eindrapportage

In de laatste stap van dit project ligt de focus op vastleggen van de activiteiten en inzichten om ze zo overdraagbaar te maken voor de rest van de organisatie. Dit ligt bij de volgende activiteit:

- Aanpak/tool/werkvorm (overdraagbaar maken) om netwerken structureel te agenderen en integreren in beleid, aanpak en invulling van het begrip Netwerkhogeschool.

Doel van deze stap: borging in de organisatie

NB. In maart 2021 zullen de resultaten via de WIN Lab week gepresenteerd en gedeeld worden.