Jeugd en Opvoeding

Over het lectoraat Jeugd en Opvoeding

Opvoeden is een kwestie van ‘Triple O’: de verbinding tussen ouders, onderwijs en omgeving. De samenhang tussen deze drie is cruciaal voor de vierde O: de kwaliteit van ontwikkeling van kinderen en jeugdigen. Kinderen die opgroeien in een cultuur van verbondenheid ontwikkelen zich in alle opzichten beter: qua maatschappelijke kansen, lichamelijke en psychische gezondheid en cognitieve en emotionele ontwikkeling.

Opvoeders moeten zo veel mogelijk situaties creëren die de ontwikkeling van de kwaliteiten en talenten van jeugdigen stimuleren. Daarnaast is het essentieel om gedrags- en emotionele problemen vroegtijdig te signaleren, zodat  professionals zodanig kunnen interveniëren dat problemen verdwijnen, verminderen of zelfs worden voorkomen.

Het lectoraat Jeugd en Opvoeding levert een bijdrage aan betere pedagogische vaardigheden van (beroeps)opvoeders zoals ouders, leerkrachten en jeugdzorgwerkers en maatschappelijke organisaties. Het lectoraat bevordert het gebruik van wetenschappelijk gefundeerde kennis en expertise en ontwikkelt bijvoorbeeld diverse pedagogische projecten uit in cocreatie met gemeenten, scholen en welzijnsorganisaties.

Aandachtsgebieden lectoraat

Het Kenniscentrum fungeert binnen een breed netwerk van maatschappelijke instellingen, overheden, praktijkwerkers en de verschillende opleidingen en organen van de De Haagse Hogeschool. Het lectoraat en de kenniskring (het lectoraat) richten zich op drie aandachtsgebieden, te weten:

Met als subthema’s:

  • Opvoeding als organisatieproces; 
  •  Leefomgevingskwaliteit en opvoeding
In de afgelopen vier jaar hebben het lectoraat en kenniscentrum het zogenaamde Triple O model van de opvoeding ontwikkeld, onderzocht en gepropageerd middels publicaties, adviezen aan overheden en andere organisaties. In dit model wordt opvoeding benaderd als een proces waarin de kwaliteit van verbindingen tussen drie actoren of een ‘Triple O’, te weten Ouders, Onderwijs en Omgeving (zowel de menselijke omgeving, bijvoorbeeld de mate van sociale samenhang in straten of buurt als de fysieke en economische omgeving) cruciaal is voor de vierde O, de kwaliteit van Ontwikkeling van kinderen en jeugdigen. Bij de kwaliteit van de verbinding van de drie O’s (Ouders, Onderwijs en Omgeving) staat centraal de vraag welke sociale infrastructuur, dat wil zeggen welke netwerken, organisaties en voorzieningen in welk gebied vereist zijn om zoveel als mogelijk een ‘culture of connectedness’ met betrekking tot de opvoeding en ontwikkeling van kinderen en jeugdigen te doen ontstaan en voortbestaan. Kinderen en jeugdigen die opgroeien in een cultuur van verbondenheid ontwikkelen zich, zoals de Winter herhaaldelijk op basis van nationaal en internationaal onderzoek heeft aangetoond, ‘qua maatschappelijke kansen, lichamelijke en psychische gezondheid, cognitieve en emotionele ontwikkeling in alle opzichten beter dan kinderen die in een niet-verbindende omgeving worden groot gebracht’.

Opvoeding als organisatieproces

Lectoraat en kenniscentrum hebben de afgelopen periode op verschillende manieren aan de ontwikkeling van structuren bijgedragen die een dergelijke opvoedingscultuur bevorderen. Dat is onder andere gebeurd door het organiseren van een Syntegrity bijeenkomst met een dertigtal sleutelfiguren op het gebied van opvoeding, jeugdzorg en veiligheid uit de Haagse regio. Dat heeft met name geleid tot het gemeenschappelijke adagium van alle betrokken partijen: “Eén kind, Eén plan, Eén casemanager”. Tegen de achtergrond daarvan is een opleiding tot casemanager ontwikkeld die vanuit lectoraat en Kenniscentrum nu aan werkers in het veld wordt gegeven.

Het is ook gebeurd door het project ‘Ketenaanpak Segbroek’ waaraan lectoraat en kenniscentrum op verzoek van de gemeente Den Haag leiding geven en waarin bovengenoemd adagium geconcretiseerd wordt. 

Daarnaast hebben lectoraat en kenniscentrum een centrale rol gespeeld in de ontwikkeling van de methodiek Netwerken Jeugd Hulpverlening 0-12 jaar binnen de gemeente Den Haag. Verder is aan de thematiek van opvoeding als organisatieproces bijgedragen door het ontwikkelen en uitvoeren van programma’s voor de bevordering van ouderbetrokkenheid in het primair onderwijs in de gemeenten Den Haag, Leiden en Gouda, de zogenaamde Meer Kansen met Ouders (MKMO-)programma’s. In dat kader is een methodiek voor het verhogen van de ouderbetrokkenheid ontwikkeld en getest, die in de komende periode ook naar andere regio’s wordt uitgebreid.

Deze activiteiten worden de komende periode op grotere schaal voortgezet. Zo wordt in 2007 en 2008 samengewerkt met de provinciale Zuid-Hollandse Stichting Jeugd, Samenleving en Opvoeding (JSO) in Gouda en andere organisaties, aan de productie van een kwaliteitsinstrument voor zorgnetwerken voor kinderen en jeugdigen.

Behalve voor het primair onderwijs worden voorts (met externe financiering) in de loop van 2007 ook structuren en methoden voor de bevordering van ouderbetrokkenheid in het voortgezet onderwijs ontwikkeld en geevalueerd. Daarnaast wordt een project voorbereid met de gemeente Den Haag en welzijnsinstellingen over de aansluiting van de derde O in het Triple O model, in casu hoe welzijns- en jeugd- en jongerenwerk, jeugdzorg en kinderopvang kunnen worden verbonden met en bijdragen aan de onderlinge betrokkenheid van ouders en onderwijs.

Leefomgevingskwaliteit en opvoeding


Lectoraat en kenniscentrum hebben het initiatief genomen tot de ontwikkeling van een leergang en, in een wat later stadium, van een masteropleiding Sociale Architectuur, waarbij bijzondere nadruk voor wat betreft de inhoudelijke bijdrage van lectoraat en kenniscentrum ligt op de Sociale Architectuur van de Opvoeding. Op 16 maart 2007 vond in De Haagse Hogeschool een eerste symposion plaats over Sociale Architectuur, geinitieerd door het lectoraat en kenniscentrum, in samenwerking met externe partijen.

Ter voorbereiding daarop is in 2006 vanuit het lectoraat en kenniscentrum een essay over de wenselijkheid en uitgangpunten van een masteropleiding Sociale Architectuur geschreven. Dit essay bevat tevens de neerslag van de ervaringen die vanuit het lectoraat zijn opgedaan met de training van opbouwwerkers tot sociaal architecten alsmede een beroeps- en competentieprofiel.

Medio 2007 vond een eerste masterclass Sociale Architectuur plaats. De start van een masteropleiding wordt begin dan wel najaar 2008 voorzien.
Het lectoraat en kenniscentrum hebben met het oog op dit zwaartepunt en op verzoek van de gemeente Den Haag de twee in 2007 gestarte Centra voor Jeugd en Gezin in de gemeente geadopteerd. De ontwikkeling van blauwdrukken voor deze centra en voor de sociale infrastructuur om deze zo effectvol mogelijk te doen functioneren, zal een van de taken zijn.

Met als subthema’s:

  • Mogelijkheden en beperkingen van de school als plaats voor burgerschapsvorming
  • Ontwikkeling en evaluatie van lesprogramma’s voor burgerschapsvorming in het primair en voorgezet onderwijs
Algemeen gesteld geldt dat voor het onderwijs wat betreft de vorming van actieve ‘goede’ burgers een bijzondere taak is weggelegd, omdat kinderen en jongeren daar samenkomen met degenen waarmee ze later in belangrijke mate de samenleving moeten ‘runnen’. Bovendien is het onderwijs de plaats waar de jongeren worden opgeleid, die volgende generaties door vorming en voorbeeld gaan opleiden. Kinderen en jongeren voorbereiden op actieve betrokkenheid op de samenleving is niet een taak van één bepaalde discipline of opleiding, maar een kenmerk van alle disciplines. De vorming van actieve goede burgers mag daarom niet worden ondergebracht bij een bepaald vak, zoals maatschappijleer. Het dient een centraal kenmerk van de school- of opleidingscultuur, een component van zoveel mogelijk vakken alsook een zelfstandig curriculumonderdeel te zijn.

Mogelijkheden en beperkingen van de school als plaats voor burgerschapsvorming

Onduidelijk is op dit moment wat de mogelijkheden en beperkingen van het primair en voortgezet onderwijs zijn voor wat betreft burgerschapsvorming, zowel structureel als cultureel. Structureel betreft onder andere de vraag in hoeverre scholen om die bijdrage zo volledig mogelijk te kunnen leveren multifunctioneel centra voor straat en buurt dienen te zijn. Kortom, niet alleen plaatsen voor onderwijs aan kinderen en jongeren, maar ook voor tal van andere activiteiten, evenals voor ontmoetingen, activiteiten en ontwikkeling van ouders en andere volwassenen uit de omgeving. Een plaats bovendien waar bijvoorbeeld ook opbouwwerk en jeugd- en jongerenwerk als partners binnen worden gehaald.

Cultureel betreft de vraag wat de cultuur van de schoolorganisatie en wat de houdingen en vaardigheden van leerkrachten dienen te zijn om de school met betrekking tot burgerschapsvorming aantoonbaar succesvol te doen functioneren.

Over beide aspecten is, algemeen gesproken, weinig systematisch onderzocht en bekend. In de periode 2003-2006 zijn door het lectoraat en kenniscentrum verschillende studies hierover uitgevoerd en publicaties verricht. Een daarvan is een Delphi-onderzoek onder een tiental wetenschappers/denkers op dit terrein, waarvan de resultaten begin 2007 zullen worden gepubliceerd.

Een ander is het werk Waardenvolle of Waardenloze Samenleving: Over Waarden, Normen en Gedrag in Samenleving, Opvoeding en Onderwijs. In dit geredigeerde werk zijn bijdragen op het onderhavige terrein van alle leden van het kenniscentrum,evenals van een aantal externe deskundigen opgenomen. De publicatie is sinds haar verschijnen in verschillende opleidingen binnen De Haagse Hogeschool en binnen de HOVO gebruikt als cursusmateriaal.

Voorts is door een van de lectoren op het punt van burgerschapsvorming het betreffende essay geschreven voor de Sociale Agenda van Nederland, een project van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, De Volkskrant, TSS Tijdschrijft voor Sociale Vraagstukken en het Oranjefonds. Dit heeft geleid tot een aantal landelijke discussie-bijeenkomsten. De in het essay geformuleerde adviezen worden in de komende periode door het lectoraat en kenniscentrum samen met externe partijen uitgewerkt en, waar mogelijk, in concrete acties,  onderzoek of interventies, omgezet.

In de komende periode zullen lectoraat en kenniscentrum voorts op tenminste twee andere manieren onderzoek in deze uitvoeren.
   
Op de eerste plaats, op verzoek van de directie Openbaar Onderwijs van de gemeente Den Haag, een onderzoek naar de huidige en gewenste activiteiten binnen het primair onderwijs met betrekking tot burgerschapsvorming. Onderdeel van dit onderzoek zal ook zijn het adviseren van de sector met betrekking tot een gemeenschappelijke missie en doelstellingen op dit gebied. Op de tweede plaats is onlangs met het openbaar onderwijs in Almere een project gestart waarin, in een ‘controlled design’, scholen waarin een (in samenwerking met lectoraat en kenniscentrum ontwikkeld) programma voor Burgerschapsvorming wordt uitgevoerd, worden vergeleken met scholen waarin dit (nog) niet is gebeurd. De vergelijking vindt plaats zowel in termen van organisatie en cultuur (houding en gedrag van leerkrachten) als in termen van houding en gedrag van leerlingen. Op basis van de bevindingen uit deze onderzoeken zullen voorstellen voor het curriculum van de Pabo aan De Haagse Hogeschool worden gedaan, en mogelijk (in een opstartfase) worden uitgevoerd. Op de derde plaats organiseren lectoraat en kenniscentrum samen met de gemeente Den Haag (de wethouder Burgerschap) in oktober 2007 een internationaal symposion over burgerschap en burgerschapsvorming.

Ontwikkeling en evaluatie van lesprogramma’s voor burgerschapsvorming in het primair en voorgezet onderwijs

Vanuit het lectoraat en kenniscentrum wordt al enige jaren gewerkt aan de ontwikkeling en evaluatie van lesprogramma’s voor burgerschapsvorming in het primair en voortgezet onderwijs. In dat kader werd onderzoek verricht en gepubliceerd naar de korte en lange termijn effecten van het, door leden van het kenniscentrum, ontwikkelde schoolprogramma Levensvaardigheden. Op basis van dat onderzoek heeft het programma in de rating van het NIZW het oordeel ‘vijf sterren’ (hoogste categorie) ontvangen. Voorts zijn activiteiten gestart, samen met het NIGZ, voor de landelijke verspreiding van het programma.

Deze activiteiten zullen in de komende vier jaar geintensiveerd worden voortgezet. Dat is onder andere mogelijk doordat daarvoor bij ZonMw een onderzoekssubsidie voor vier jaar (2007-2010) is verworven voor de verdere ontwikkeling, landelijke implementatie en evaluatie van het programma Levensvaardigheden. Dit onderzoek wordt uitgevoerd samen met TNO-Leiden en het NIGZ in Woerden. Nieuw te ontwikkelen onderdelen van dit programma zullen onder andere zijn het aanleren aan kinderen en jongeren van vaardigheden als:

  1. samen regels afspreken voor de onderlinge omgang en het onderhouden daarvan; 
  2. elkaar respectvol aanspreken en respectvol op aan gesproken worden te reageren;
  3. de grondrechten en -plichten zoals geformuleerd in hoofdstuk 1 van de Grondwet kunnen vertalen en toepassen in de omgang met anderen, zowel in als buiten de school.
Op basis van en al tijdens de loop van het onderzoek zullen voorstellen voor het curriculum van verschillende opleidingen binnen De Haagse Hogeschool gedaan worden. Onder andere met betrekking tot het aanleren aan studenten van de vaardigheid dit programma te kunnen geven. Voorts zal er naar worden gestreefd om deelnemende scholen er toe te brengen van hun leerlingen te verlangen voor een aantal uren per week vrijwilliggerswerk te doen, waar mogelijk op terreinen die direct aansluiten bij bepaalde vakken. Scholen waar dat lukt, zullen met betrekking tot hun relatie met en positie in de buurt, wijk of stad worden onderzocht. In de komende periode zal ook een Levensvaardigheden programma voor het primair onderwijs worden ontwikkeld. De eerste voorbereidingen daartoe zijn al in de vorige periode gedaan, onder meer in de vorm van een 'blauwdruk’ programma voor het basisonderwijs. Dat is gepubliceerd in het door twee medewerkers van het kenniscentrum geschreven boek Waardig en vaardig in het Leven: hoe kinderen en jeugdigen emotioneel en sociaal voor te bereiden op de volwassenheid.

Een derde activiteit zal zijn het in de loop van 2007 met de gemeente Den Haag te starten mentoraatsproject, waarin studenten van De Haagse Hogeschool vanuit diverse opleidingen getraind zullen worden als mentoren van (kwetsbare) leerlingen in het primair onderwijs ten einde hun kansen op voldoende schoolvorderingen en een prosociale ontwikkeling te bevorderen. Voor de studenten van De Haagse Hogeschool kan deelname gelden als een keuzevak, dat zowel training als supervisie omvat.



 


Met als subthema’s:

  • Een canon voor de opvoeding
  • Sociale en morele ontwikkeling door sport 
  • Ouder voor pubers  
  • Onderwijsprogramma’s aan De Haagse Hogeschool
Anders dan voor een opleiding of beroep bestaan er voor de keuze voor en opvoeding van kinderen doorgaans geen toelatings- of opleidingseisen. Of die er moeten komen, is een politieke en morele vraag. Wat geen politieke of morele vraag is, is of er inmiddels voldoende wetenschappelijke kennis bestaat over wat de basisvaardigheden voor opvoeding door ouders, leerkrachten en anderen (zoals trainers en coaches op sportverenigingen) zijn, ongeacht cultuur en sociale positie. Het antwoord op de vraag of er voor de opvoeding van kinderen toelatings- of opleidingseisen moeten worden gesteld, wordt overigens in toenemende mate door politici, andere beleidsmakers en onder onder het grote publiek, bevestigend beantwoord.
Een belangrijke volgende kwestie wordt daarmee op welke wijze en op welke momenten de relevante basisvaardigheden het meest effectief in het gedragsrepertoire van ouders, leerkrachten en andere opvoeders ingebracht kunnen worden.

Het lectoraat en kenniscentrum zijn de afgelopen paar jaar onder andere bezig geweest met het bijeenbrengen van kennis en methoden op dit terrein en het door middel van publicaties, media-optreden en lezingen verspreiden daarvan. Ook is een ouderprogramma voor de opvoeding van jonge kinderen (tot 6 jaar) ontwikkeld . Voorts is door medewerkers van het lectoraat en kenniscentrum een trainingsprogramma voor leiders/leidsters naschoolse en buitenschools opvang ontwikkeld en getest.

In de komende periode zullen de activiteiten ten behoeve van het opvoeden van opvoeders verder geintensiveerd worden. Dat zal onder andere gebeuren door:

Een canon voor de opvoeding

Een onderzoek, in samenwerking met en subsidie van de gemeente Den Haag, naar de leemten in de kennis van volwassenen ten aanzien van de ontwikkeling van kinderen en van effectieve opvoedingsmethoden/-praktijken en het op basis daarvan formuleren van een test en een canon voor de opvoeding. In concreto gaat het hier om een onderzoek dat in de 1e helft van 2007 is uitgevoerd op basis van een representatieve steekproef. Mede op grond daarvan zal het bestaande programma voor ouders worden bijgesteld en geevalueerd. De uitkomsten van het onderzoek zullen ook worden gebruikt voor het ontwikkelen van een trainingsprogramma voor leerkrachten.

Sociale en morele ontwikkeling door sport

en onderzoek naar de bijdrage die sportverenigingen en in het bijzonder sporttrainers/coaches kunnen leveren aan de sociale en morele ontwikkeling van kinderen en jeugdigen. In 2005 is binnen het lectoraat en kenniscentrum een promotie-project gestart naar Sportbeoefening en Morele ontwikkeling van kinderen en jeugdigen. Na een eerste fase van literatuuranalyse, werd begin 2007 gestart met een experiment bij sportverenigingen in Den Haag. De effecten van cultuurbeinvloeding van sportverenigingen en van training van trainers/coaches in opvoedingsvaardigheden op de ontwikkeling van jeugdige sporters in sociaal en moreel opzicht zullen in een gecontroleerde design worden onderzocht. Op basis van de uitkomsten van dit experiment zal zowel een aanbod aan verenigingen worden gedaan alsook voorstellen voor het curriculum van onder andere de HALO-opleiding aan De Haagse Hogeschool.

Ouder voor pubers

Analoog aan het ouderprogramma voor jonge kinderen dat in de vorige periode is ontwikkeld, wordt in de komende vier jaar een ouderprogramma voor pubers ontwikkeld en geevalueerd. Dat gebeurt in samenwerking met externe partijen, zoals het maandblad Puber J/M. De eerste onderzoeksgegevens zijn in de eerste helft van 2007 verzameld. Mede op basis daarvan wordt een programma ontwikkeld en op effecten onderzocht. Dat programma zal vervolgens ook aan docenten van De Haagse Hogeschool worden aangeboden ter versterking van hun pedagogische vaardigheden.

Onderwijsprogramma’s aan De Haagse Hogeschool

Vanuit het lectoraat en kenniscentrum is in de afgelopen periode een vrije studie eenheid (vse) Jeugd en Opvoeding aan studenten van De Haagse Hogeschool aangeboden. De goede ontvangst daarvan leidt er in de komende periode toe dat dit programma verder wordt uitgebreid en jaarlijks wordt aangeboden, waarbij ook accent zal worden gelegd op algemene, wetenschappelijk valide ontwikkelingspsychologische kennis. Deze uitbreiding is reeds in het voorjaar 2007 ondernomen en getest. Mede op basis van de ervaringen daarmee zal de uitbouw tot een volledige minor Jeugd en Opvoeding worden ondernomen.

Project Skills4Life

Het project S4L is gestart op 1 november 2013 en heeft een looptijd van 4 jaar. 
In het vmbo en het Praktijkonderwijs bereiden jongeren zich voor op deelname aan de arbeidsmarkt en de maatschappij. Veel van deze leerlingen houden zich op school en op de stageplaats moeilijk staande in sociaal, emotioneel en moreel opzicht. Er bestaat een wetenschappelijk goed onderbouwd en effectief Nederlandstalig programma voor het onderwijs dat de sociale, emotionele en morele vaardigheden van jongeren bevordert.

Dat is het  programma Levensvaardigheden. Dit programma behoeft aanpassing voor specifieke doelgroepen in het vmbo en Praktijkonderwijs en daarvoor wordt het project Skills4Life (S4L) ingericht. Het project bestaat uit het aanpassen van het bestaande programma voor school en thuis en een nieuw onderdeel gericht op stages.  Voor de ontwikkeling van het nieuwe programma werken De Haagse Hogeschool, TNO en de Hogeschool Leiden samen met onderwijsontwikkelaars van Centrum 16:22, docenten en leerlingen van vmbo en praktijkscholen en Stichting Haagbouw, een opleidingsbedrijf voor de bouw. Daarnaast zijn ook bedrijven uit de horeca en glastuinbouw sector betrokken. S4L richt zich op het vergroten van zelfbewustzijn en persoonlijke effectiviteit waaronder vaardigheden zoals zelfbeheersing, communicatie, betrokkenheid op en samenwerking met anderen en het constructief omgaan met uitdagingen en spanningen. Deze vaardigheden helpen leerlingen niet alleen bij het succesvol afronden van hun opleiding in het voortgezet onderwijs. Ze bereiden hen naar verwachting ook beter voor op het vinden en behouden van een stageplaats.

Het project is mogelijk door een subsidie van Stichting Kennis Innovatie (SKO). Het project en het bijbehorende onderzoek worden uitgevoerd vanuit het Lectoraat Jeugd en Opvoeding van René Diekstra, onderdeel van het Centrum Lectoraten en Onderzoek van De Haagse Hogeschool.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Marion van de Sande
m.c.e.vandesande@hhs.nl
Jaarverslag en jaarplan (pdf)

Projecten en publicaties

De leerkracht als opvoeder

In deze essaybundel worden in tien bijdragen de volgende vragen centraal gesteld: Heeft de leerkracht wel een taak als opvoeder? Als de leerkracht een taak als opvoeder heeft, wat houdt deze taak dan in en hoe wordt deze afgebakend ten opzichte van de taak van ouders en opvoeders? Zijn leerkrachten en leraren voldoende toegerust om hun rol als opvoeder naar behoren uit te voeren?

Lees meer

Harmonie in gedrag

Op welke manier beïnvloed muziek het gedrag van mensen? Hoe kunnen ouders en professionele opvoeders (leraren/therapeuten/kunstenaars, et cetera) muziek inzetten in de opvoeding van kinderen?

Lees meer

Als leven pijn doet

Als leven pijn doet leert je om dat niet te doen. Het leert je in de eerste plaats om verlies, mislukking, fouten en falen te zien voor wat ze zijn: bewijs voor wat je altijd bent geweest en altijd zult zijn: kwetsbaar en feilbaar.

Lees meer

Behalve zwangerschapsgymnastiek zouden ouders ook opvoedingsgymnastiek moeten krijgen.

Lector René Diekstra

René Diekstra, lector (2003-nu)

René Diekstra was van 1979 tot 1997 hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Leiden. Diekstra heeft al jarenlang een diepgaande belangstelling voor jonge mensen, hun mogelijkheden en problemen. Als klinisch psycholoog hield hij zich bezig met depressieve en suïcidale jeugdigen. Hij werkte zeven jaar als adviseur voor jeugdbeleid bij de gemeente Rotterdam. Daarnaast was hij hoofdredacteur van het rapport Jeugd in Ontwikkeling van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In 2003 werd Diekstra benoemd tot lector Jeugd en Opvoeding. Verder is hij als hoogleraar psychologie verbonden aan de Roosevelt Academy in Middelburg, een Honours College van de Universiteit van Utrecht.

Contact lector Jeugd en Opvoedingdiekstra-jo

Dr. René Diekstra
0031 (0)70 - 445 88 52/82 94
r.f.w.diekstra@hhs.nl


Agenda

Bijeenkomsten 2016Datum
Nationale conferentie 'Suïcidepreventie. Waarom faalt 't?'23 september 2016
Masterclass: Autoriteit en opvoeden ‘De autoriteit is dood, leve de autoriteit’15 juni 2016
Presentation 'Paths to radicalization and the role of education'13 april 2016
Conferentie Chemie, Altijd om je heen!9 maart 2016

Kenniskring

Michel Hogenes

m.hogenes@hhs.nl
070 - 445 8638

Marion van de Sande

m.c.e.vandesande@hhs.nl
070 - 445 8334

Leontien Vreeburg

l.e.vreeburg@hhs.nl
070 - 445 8064

Janneke Wubs

j.m.wubs@hhs.nl
070 - 445 8379

Jakop Rigter

j.m.m.rigter@hhs.nl
070 - 445 8324

Frank Jacobs

f.m.jacobs@hhs.nl
070 - 448 3281

Carolien Gravesteijn


Anne Luderus

a.f.t.luderus@hhs.nl
070 - 448 3282

Sleep opzij