Mens en Techniek | Bewegingstechnologie - Voltijd

Bewegingsanalyse, biostatica, modelleren, product in werking, onderzoeken en ontwerpen. Bij Mens en Techniek - Bewegingstechnologie staat zowel het menselijk lichaam als de techniek centraal. En daarom word je breed opgeleid en krijg je input van allerlei disciplines. Van het analyseren van een zwembeweging tot het ontwerpen en maken van een rolstoel. Je krijgt colleges, maar juist ook veel praktijk tijdens de practica, projecten en stages. Vaak bepaal je zélf welke richting je opgaat. Je bent veel te vinden in de werkplaats én achter de computer. Vergeet niet je eigen laptop mee te nemen, want je werkt veel met ontwerpsoftware als Solidworks en Matlab.

De opleiding zelf is ook volop in beweging. Houd de website in de gaten voor de laatste ontwikkelingen in opbouw en vakken.

Opbouw van Mens en Techniek | Bewegingstechnologie - Voltijd

Hoorcollege

400

uur

Werkcollege

400

uur

Zelfstudie

800

uur

Studiepunten

60

per jaar

Jaar 1

Bouwen aan een brede basis

Van mens naar ontwerp. De hele opleiding Mens & Techniek - Bewegingstechnologie gaat over het menselijk lichaam en technische oplossingen. Om dat goed onder de knie te krijgen, heb je een brede basis nodig. Het eerste jaar leer je alle basiskennis over bijvoorbeeld anatomie en fysiologie, programmeren, en houtbewerking. Je bent te vinden achter de draaimachine en de lasercutter, maar zit ook te blokken op wiskunde en mechanica en bent druk met productontwikkeling en onderzoek. De vakken hangen met elkaar samen: wat je bij het ene vak leert, zet je bij het andere weer in.

Projectopdrachten, excursies en tentamens

Het jaar is opgedeeld in 4 blokken van 10 weken. In ieder blok staat een thema centraal, zoals ‘Mens in maat en getal’. Bijvoorbeeld het vak biostatica, je rekent aan krachten en moment die op je lichaam werken bij het uitvoeren van een bepaalde houding. In blok 1 en 4 werk je in groepjes aan een projectopdracht. Zo krijg je feeling met de praktijk en werk je aan professionele vaardigheden als samenwerken en projectmanagement. Je ontwerpt bijvoorbeeld een loopfiets, analyseert de doelgroep en maakt een functioneel model dat je vervolgens test met de doelgroep in het veld. Daarnaast zijn er gastlessen en/of excursies, zoals bijvoorbeeld een bezoek aan Sophia Revalidatie in Den Haag. Bij de tentamens, toetsen of opdrachten - tussentijds of aan het einde van het blok - laat je zien hoeveel je geleerd hebt.

Lesrooster

Blok 1
Bewegingsanalyse 1
Productontwikkeling
Ontwikkelproject
Blok 2
Biostatica
Bewegingsanalyse 2
Modelleren
Blok 3
Biokinematica
Meten aan de mens
Product in werking
Blok 4
Projectoriëntatie
Projectuitvoering
Projectafronding
Sleep opzij

Jaar 2

Regisseur van je studie

In jaar 2, 3 en 4 van de opleiding Mens en Techniek - Bewegingstechnologie ga je de diepte in. Je volgt een viertal kernvakken waarin thema’s zoals aangepast sporten en gezond blijven bewegen centraal staan. Hierin ben je naast kennis over bijvoorbeeld biodynamica, inspanningsfysiologie, of construeren bezig met verschillende onderzoeks- of ontwikkelprojecten. Je bent je eigen regisseur van je studie. En dat betekent dat je naast de verplichte kernvakken, ook een groot deel zelf kunt kiezen. Richt je je meer op het menselijk lichaam of op de techniek? Ga je in het tweede jaar al op stage of plan je dat liever in het 3e jaar?

Gericht op de praktijk

De opleiding werkt nauw samen met partners in het beroepenveld. Veel opdrachten zijn dus echt realistische praktijkvragen. Je werkt bijvoorbeeld aan een product om mensen in een revalidatie centrum meer te laten bewegen. Of doet onderzoek naar de service bij rolstoeltennis in opdracht van de KNLTB. Het werk van de studenten doet er echt toe: je helpt een cliënt en draagt bij aan relevant praktijkgericht onderzoek naar bijvoorbeeld de sportrolstoel of beweegsensors!



Jaar 3

De praktijk in

In de hoofdfase van je opleiding Mens en Techniek - Bewegingstechnologie moet je een stage doen. Je leert de fijne kneepjes van het vak, bijvoorbeeld als adviseur bij een revalidatiecentrum of als junior onderzoeker bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Jij bepaalt, in overleg met je studiecoach, wanneer en waar je dat gaat doen. In jaar 2, 3 en 4 is geen vaste jaarindeling, je hebt dus veel invloed op wat je wanneer doet. Zo ook tijdens de stageopdracht: zo kun je je al tijdens je studie profileren en specialiseren op het gebied van de bewegingstechnologie die jij interessant vindt.

Terug op de hogeschool

De rest van het jaar ben je bijvoorbeeld te vinden in het beweeglaboratorium van de opleiding waar je hard werkt aan een videoanalyse om de beweging van een topsporter te analyseren. Dit kan resulteren in een product waar je vervolgens in de werkplaats een prototype van maakt. Je ervaring van je stage gebruik je om verder invulling te geven aan de hoofdfase. Je weet welke keuzevak je wilt doen. Misschien wil je juist verder het praktijkgericht onderzoek in en ga je nog een opdracht doen bij een beweeglab van een revalidatiecentrum.

Jaar 4

Minors volgen, afstuderen

Minors volgen

In je 2e, 3e of 4e jaar kan je minoren volgen. Hierin specialiseer je je in een bepaalde richting. Jij kunt bijna aan de slag als bewegingstechnoloog. Maar wat vind je interessant? Je kan bijvoorbeeld kiezen voor de minor en sporttechnologie of orthopedie. Of kies je een minor gericht op ondernemen? Maak jij als bewegingstechnoloog de perfecte handgreep voor een tennisracket of help je mensen liever aan een persoonlijk ontworpen kunstarm?

Afstuderen

Je studie rond je af met een half jaar afstuderen. Hierin laat je zien dat je alle onderdelen van je studie op voldoende niveau kan toepassen in een opdracht uit het werkveld. Een onderdeel van het afstuderen is daarnaast de afronding van persoonlijke professionaliseren. Kan je uitleggen wie je bent als afgestudeerde bewegingstechnoloog en waar je goed in bent?

Studie in beeld

Ervaringen buiten de collegezaal

Loes Schilderink

Over een goed netwerk

Stagiairs van De Haagse helpen ons bij het verbreden van ons blikveld

Leander Leijh

Over out of the box denken

Leander Leijh

Over een geslaagde stage

Sleep opzij

Minors

Je studie samenstellen

Tijdens de studie is er ruimte voor het volgen van minors en vrije keuzevakken. Ongeveer 25% van je studie bestaat uit deze keuzevakken. Dé kans om je te verdiepen en te specialiseren in wat jij nou zo interessant vindt aan mens en beweging. Wil je bijvoorbeeld alles weten over gangbeeld  en looppatronen met protheses? Dan is de minor Orthopedie wat voor jou. Word jij eerder warm van sport en techniek? Volg dan de minor Sporttechnologie. Hier leer je bijvoorbeeld de perfecte enkelbrace ontwerpen.

Je kunt ook minors volgen buiten de opleiding om. Bij De Haagse Hogeschool kun je bijvoorbeeld de minor sportpsychologie de minor healthy aging volgen. Buiten de opleiding kun je terecht bij een van de andere opleidingen Mens en Techniek. Denk bijvoorbeeld aan de minor biometrie. Ook onze universitaire partners, de Technische Universiteit Delft en de Vrije Universiteit in Amsterdam, hebben interessante studieonderdelen die je onder bepaalde voorwaarden kunt volgen.



Werkvormen

Colleges

Voor een goede theoretische kennis volg je instructiecolleges. Je hebt daarbij studieboeken en readers nodig, plus natuurlijk je eigen aantekeningen. Bij werkcolleges is het vaak een combinatie van theorie en praktijk. De docent legt iets uit, waarmee je daarna aan de slag gaat.

Practica en projecten

Na een hoorcollege pas je de stof meteen toe in allerlei practica. Je berekent bijvoorbeeld hoeveel kracht er nodig is om een rolstoel te laten bewegen en werkt in projecten aan gerichte opdrachten. Ontwerp samen met je medestudenten bijvoorbeeld een beweegtuin voor een verzorgingshuis en pas de gebruikelijke kinderspeeltoestellen aan senioren aan.

Stages en excursies

Vanuit de praktijk leer je natuurlijk supersnel. Doe ervaring op tijdens stages en luister naar gastsprekers van Sophia Revalidatie of TU Delft. Ook ga je op excursie. Kijk naar een echt menselijk lichaam in de snijzaal en breng een bezoek aan een centrum voor revalidatie om te zien hoe belangrijk technische hulpmiddelen in het leven van een mens kunnen zijn.

Onderzoek

Daarnaast ga je echt onderzoek doen. Het Expertisecentrum Bewegingstechnologie (ECBT) is een belangrijk onderdeel van de opleiding Mens en Techniek - Bewegingstechnologie. Samen met het ECBT voer je onderzoeks- en ontwerpopdrachten uit. Je werkt bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van een fiets voor een vrouw met spierziekte. Of een coördinatiespel voor kinderen.

Nieuws en Evenementen

Contact met de opleiding

Je vragen over toegangseisen, instromen en studeren bij Mens en Techniek - Bewegingstechnologie mail je via a.w.m.dobbelsteen@hhs.nl naar studieadviseur Antoon Dobbelsteen. Je kunt hem ook bellen op 06-18998487. Ook kun je terecht bij de Centrale Studenten Inschrijving. CSI is elke werkdag van 9.00 uur tot 17.00 uur telefonisch te bereiken via 070 - 445 85 85.

Contact met een student

Hulp tijdens je studie

Studeren doe je niet alleen

Je krijgt hulp bij het studeren. Aan het begin van de opleiding Mens en Techniek - Bewegingstechnologie maak je kennis met je coach. Je kunt bij hem of haar aankloppen als je vragen hebt. Over je studie, je stages, je persoonlijke ontwikkeling en nog veel meer. Tijdens de projecten word je ondersteund door docenten en ouderejaarsstudenten (tutoren). Heb je behoefte aan extra hulp? Bijvoorbeeld bij een dipje, ziekte, twijfels of iets anders? Dan ben je altijd welkom bij onze studentenpsycholoog, vertrouwenspersoon of decaan.


 

Studiepunten halen

Bindend studieadvies (BSA)

Om je studie na het eerste jaar te kunnen vervolgen, moet je 50 van de 60 studiepunten (ECTS) behalen. Daarnaast stellen sommige opleidingen extra eisen om je door te laten naar het tweede studiejaar. Bijvoorbeeld een bepaald vak dat je behaald moet hebben en dat meetelt binnen de 50-puntennorm. Dit noemen we ook wel een kwalitatieve eis. Heb je aan zowel de puntennorm als de eventueel gestelde kwalitatieve eis voldaan, dan krijg je van de examencommissie aan het einde van je eerste jaar een positief bindend studieadvies (BSA). 

Behaal je minder dan 50 studiepunten en voldoe je niet aan de eventueel gestelde kwalitatieve eis, dan krijg je een negatief studieadvies en moet je de opleiding verlaten. Daarom wordt dit advies een negatief bindend studieadvies (NBSA) genoemd.

Persoonlijke omstandigheden kunnen van invloed zijn op je studievoortgang. Denk aan ziekte of het bedrijven van topsport. Het is belangrijk dat je, wanneer dit soort bijzondere omstandigheden zich voordoen, dit meteen doorgeeft aan de examencommissie. Die kan hier vervolgens rekening mee houden bij het uitbrengen van het studieadvies.

Lees de volledige regels over het studieadvies in hoofdstuk 7 van onderwijs- en examenregeling  (OER) van jouw opleiding.