Werktuigbouwkunde - Voltijd

Wiskunde, mechanica, 3D-modelleren, energieleer en programmeren. Zijn dat termen waar je warm van wordt? Het zijn een paar van de vakken die je tijdens de opleiding Werktuigbouwkunde krijgt. In het derde jaar ga je de praktijk in en loop je twee keer stage. Het laatste jaar studeer je af en kies je zélf onderwerpen die je leuk vindt via de minors. En trekt bijvoorbeeld Zuid-Afrika, Nicaragua of China jou? De opleiding Werktuigbouwkunde heeft over de hele wereld contacten.

Opbouw van Werktuigbouwkunde - Voltijd

Hoofdvakken

45%

van de studielast

Ondersteunende vakken

25%

van de studielast

Projecten

30%

van de studielast

Aantal projecten

2

per jaar

Te behalen studiepunten

50

van de 60

Jaar 1

Bouwen aan je basiskennis

Van materiaaltechnologie tot productietechniek en van ontwerpen tot construeren … tijdens dit propedeusejaar Werktuigbouwkunde bouw je aan je basiskennis. Bij vakken als wiskunde en mechanica krijg je de theoretische kennis die je nodig hebt. Maar je zit echt niet alleen met je neus in de boeken, je besteedt ook veel tijd aan practica en projecten. Zodat wat je leert, je ook direct kunt uitproberen. Ooit een davit gebouwd, een bootlift voor bijvoorbeeld een reddingsbootje? In het eerste jaar ga je dat doen. Je ontwerpt, berekent en uiteindelijk bouw je ’m echt op model in de werkplaats. Kijken of-ie de belasting aankan, die je had berekend. Of je bouwt een waterpomp die loopt op zonne-energie. Dat doe je trouwens niet alleen, vaak werk je in projectgroepen. Zo train je gelijk je communicatieve vaardigheden en oefen je met rapportage-, vergader- en presentatietechnieken. Niet onbelangrijk! Zo kun je later jouw technische oplossingen of ideeën goed overbrengen aan je werkgever, collega of klant.

Lesrooster

Blok 1
Project Vakwerk
Wiskunde 1 - algebra, functies, goniometrie
Mechanica 1 - Statica
Energieleer
Materiaaltechnologie 1
Practica werkplaatsen
Communicatieve vaardigheden
Studieloopbaanbegeleiding
Schetsen
3D-Modelleren 1
Blok 2
Wiskunde 2 - Differentialen
Mechanica 2 - vakwerk, draagconstructie
Productietechniek 1
Communicatieve vaardigheden
Studieloopbaanbegeleiding
3D-Modelleren 2
Blok 3
Project Zonnepomp
Wiskunde 3 - integralen, numeriek
Programmeren - Maple
Programmeren
Energieleer 1
Practicum Energieleer
Energietechniekcomponenten
Communicatieve vaardigheden
Studieloopbaanbegeleiding
Blok 4
Mechanica 3 - sterkteleer
Materiaaltechnologie 2
Machine onderdelen
Werktuigbouwkundige systemen
Studieloopbaanbegeleiding
Sleep opzij

Jaar 2

Kennis verdiepen

De diepte in! Hier begint de hoofdfase van de opleiding Werktuigbouwkunde. De lesstof bouwt voort op die van de propedeuse en de onderwerpen zijn nét iets complexer. Ook de opdrachten vragen weer meer van je en met de projecten ervaar je de real deal. In de hoofdfase leer je onderzoeken, oriënteren, ontwerpen, plannen en uitvoeren. Zo ga je een ruimte conditioneren. Denk bijvoorbeeld aan een museum met schilderijen van het type Nachtwacht, waar koeling, verwarming en luchtvochtigheid helemaal perfect moeten zijn. Hoeveel zon vangt de ruimte, hoeveel ramen zijn er? Dat telt allemaal mee in je berekening. Of je ontwerpt een productieband voor slasaus, koekjes of bier. De vakken die je volgt sluiten altijd aan bij de projecten, zoals wiskunde of materiaaltechniek. Wat je leert, doe je. En wat je doet, daar leer je van.

Jaar 3

Twee keer stagelopen

Nu ben je er klaar voor: op naar de praktijk. In het derde jaar van de bachelor Werktuigbouwkunde heb je daarvoor voldoende kennis en vaardigheden opgedaan. Je loopt 2 stages van elk 11 weken. Wil je naar het buitenland? Veel stageadressen zitten vlakbij, maar over de grenzen gaan kan zeker. Je gaat zelf op zoek naar een geschikte stageplek. Hierbij helpen we je natuurlijk: bijvoorbeeld via het uitgebreide netwerk van de school en ook de studieloopbaanbegeleider denkt graag met je mee. Tijdens je stage leer je niet alleen hoe de praktijk werkt, maar maak je ook kennis met het bedrijfsleven. Je zult ontdekken dat bedrijven en zelfs afdelingen onderling flink verschillen. Zo merk je waar je je het prettigst voelt. Bevalt het werken in een klein bedrijf, in het Westland bijvoorbeeld, jou het best? Of zie je jezelf bij een grote onderneming of multinational werken, zoals Shell, Philips, DAF of Unilever? Je stage is de ideale mogelijkheid om daarachter te komen. Na de stageperiode zit je nog een halfjaar in de klas, voor vaste vakken en keuzemodulen.

Jaar 4

Minors volgen, afstuderen

Denemarken, Zuid-Afrika, China … de wereld ligt voor je open. Het laatste halfjaar van de opleiding bestaat uit je afstudeeropdracht. Bij een bedrijf waarvoor je zelf kiest, ga je 17 weken lang de werkvloer op. In opdracht van het bedrijf voer je een echt onderzoek uit. Bijvoorbeeld bij DAF, waar je aan testapparatuur werkt die de uitstoot van motoren meet. De resultaten van deze 5 maanden verwerk je in een scriptie, die je verdedigt tegenover de school en het bedrijf. En bedenk: wil je toch liever naar het buitenland? Het kan! Bijvoorbeeld naar een offshorebedrijf in Houston. Dat bedrijf verhuurt apparatuur voor bedrijven die boren naar olie. En jij ontwerpt een automatisch systeem dat de inventarisatie van alle apparatuur bijhoudt.

Minors

Je studie samenstellen

Minors zijn keuzevakken waarmee je je opleiding zelf richting geeft. Zo’n 25 procent van je opleiding Werktuigbouwkunde vul je in met minors die je zelf selecteert. En alles kan. Een verdiepende minor zodat je jezelf specialiseert in bijvoorbeeld duurzame energievoorziening. Of juist een verbredende minor over digitale communicatie en sociale media. Op die manier neem je een kijkje in een ander vakgebied en word je een allround werktuigbouwkundige. Of wil je doorstuderen? Kies dan voor het honours programme van de TU Delft. Die bereidt je voor op een universitaire masteropleiding Werktuigbouwkunde of Maritieme Techniek.

Van Den Haag tot buitenland

Een minor volg je bij De Haagse Hogeschool, maar je kunt ook terecht bij andere hogescholen of universiteiten. In Nederland, maar ook over de grens. De opleiding Werktuigbouwkunde in Delft heeft een groot internationaal netwerk en biedt ieder jaar verschillende minors aan.

Werkvormen

Colleges, practica, projecten

De werkvormen op de opleiding Werktuigbouwkunde zijn afwisselend. Tijdens werkcolleges (maximaal 30 studenten) word je aan het werk gezet met bijvoorbeeld een opdracht over alternatieve energiebronnen, draadloze verbindingen en intelligente sensoren. In practica (maximaal 15 studenten) ontdek je hoe de theorie werkt. Je test bijvoorbeeld de sterkte van materiaalsoorten of je ontwerpt een spoorbrug. En bij een project (ongeveer 5 studenten) krijg je een vraag of probleem uit de praktijk voorgeschoteld. Met je team adviseer je een bedrijf over duurzame energie-installaties. Hoe plaats je bijvoorbeeld een windmolen van duizenden tonnen op de bodem van de zee? Heel soms heb je een hoorcollege. Dan zit je in een collegezaal met meerdere klassen en luister je naar de docent.

Contact met de opleiding

Hulp tijdens je studie

Studeren doe je niet alleen

Zit je even vast of heb je vragen over je studie? Je krijgt volop hulp bij het studeren. Aan het begin van je opleiding maak je kennis met je studieloopbaanbegeleider. Dat is altijd een docent van je opleiding. Bij hem of haar kun je terecht met vragen over je studie, je stages, je carrière en nog veel meer. En je volgt lessen studieloopbaanbegeleiding, waarin je leert studeren. Mocht je langer willen praten, over een dipje, twijfels, een vervelende ziekte of iets anders, dan ben je altijd welkom bij onze psycholoog, vertrouwenspersoon of decaan.

Studiepunten halen

Bindend studieadvies (BSA)

Om je studie na het eerste jaar te kunnen vervolgen, moet je 50 van de 60 studiepunten (ECTS) behalen. Daarnaast stellen sommige opleidingen extra eisen om je door te laten naar het tweede studiejaar. Bijvoorbeeld een bepaald vak dat je behaald moet hebben en dat meetelt binnen de 50-puntennorm. Dit noemen we ook wel een kwalitatieve eis. Heb je aan zowel de puntennorm als de eventueel gestelde kwalitatieve eis voldaan, dan krijg je van de examencommissie aan het einde van je eerste jaar een positief bindend studieadvies (BSA). 

Behaal je minder dan 50 studiepunten en voldoe je niet aan de eventueel gestelde kwalitatieve eis, dan krijg je een negatief studieadvies en moet je de opleiding verlaten. Daarom wordt dit advies een negatief bindend studieadvies (NBSA) genoemd.

Persoonlijke omstandigheden kunnen van invloed zijn op je studievoortgang. Denk aan ziekte of het bedrijven van topsport. Het is belangrijk dat je, wanneer dit soort bijzondere omstandigheden zich voordoen, dit meteen doorgeeft aan de examencommissie. Die kan hier vervolgens rekening mee houden bij het uitbrengen van het studieadvies.

Lees de volledige regels over het studieadvies in hoofdstuk 7 van de onderwijs- en examenregeling (OER) van jouw opleiding.