'The Take Over': banenruil tussen wereld van kunst en management

Wat kunnen managers leren van de manier waarop kunstenaars omgaan met onzekerheid? Kunnen organisaties hun voordeel doen met wat in de kunstwereld bekend is over het scheppen van creatieve speelruimte? Om hierop antwoord te krijgen, ruilden Jacco van Uden, lector Change Management aan De Haagse Hogeschool, en kunstenares en performer Mercedes Azpilicueta van baan. Een maand lang dompelden zij zichzelf onder in een nieuwe wereld. “Verandering komt niet tot stand als alles van tevoren vastligt en we weten waar we naar toegaan.”

Jacco van Uden en Mercedes Azpilicueta Als lector Change Management plaatst Jacco van Uden bekende managementthema’s graag in een nieuw daglicht. Bijvoorbeeld door te leren van andere disciplines, zoals de kunstwereld. Dat was de gedachte achter het experiment dat hij een maand geleden met Mercedes Azpilicueta aanging. “Deze uitwisseling past goed in het onderzoek binnen ons lectoraat. Hierbij kijken we naar de raakvlakken en verschillen tussen de kunstwereld en het de wereld van management en organisatie. Hoe kan de kunst ons helpen om tot andere organisatievormen te komen, door managementvraagstukken vanuit een andere invalshoek te benaderen?”, vertelt Van Uden. “De banenruil met Mercedes was een bijzonder en radicaal experiment. Ik heb me volledig ondergedompeld in haar kunstpraktijk en was omgeven door andere kunstenaars.” Ook voor Azpilicueta was het een uitdaging die zij met beide handen aangreep. “Het gaf me de mogelijkheid om mijn leven als kunstenaar tijdelijk achter me te laten en andere mensen in een nieuwe omgeving te ontmoeten”, zegt ze. “Ik beschouwde het als een experiment om mezelf te dwingen dingen anders te doen. Het maakt je creatiever als je je aan een nieuwe omgeving moet aanpassen.”

Een duik in het diepe

Azpilicueta kreeg een maand lang de leiding over de onderzoeksgroep van Van Uden, terwijl hij zijn werkplek verruilde voor een gastatelier in de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam.

Van Uden: “We zijn we echt in elkaars werk gedoken. Ik zat een maand lang in de kunstpraktijk van Mercedes. Ik nam onder meer de voorbereiding over van een workshop die zij samen met een curator gaat geven over het werk van een bijzondere kunstenaar, René Daniëls, dat binnenkort in het Van Abbe Museum in Eindhoven wordt tentoongesteld. Zij wil zijn archief op een bijzondere en betekenisvolle manier ontsluiten. Deze kunstenaar kreeg op het hoogtepunt van zijn artistieke carrière een hersenbloeding, waardoor hij kampt met motorische stoornissen en afasie. Dat wilde Mercedes meenemen in de presentatie van zijn werk en dat was voor mij een spannende zoektocht.”

Onzekerheid als grondstof voor creativiteit

Als performance artist gebruikt Azpilicueta haar stem en lichaam als belangrijkste medium. “Het werk van Mercedes is immaterieel; zij werkt niet met tastbare materialen. Zij vroeg mij haar werk tastbaar te maken met behulp van materie. Mercedes werkt veel met taal, dus ben ik met tekst als object gaan werken. Ik wilde spelen met het idee van belichaamde tekst en ging de werkplaatsen op de academie in om verschillende soorten letters te maken”, vertelt Van Uden. “Dat was een heel bijzonder proces. In de kunst begin je met een idee dat je kunt najagen, zonder dat je weet waar het eindigt. Het maakproces zet je op nieuwe sporen en creëert onverwachte openingen. In veel organisaties, ook de onze, is daar vaak maar weinig ruimte voor. Procedures en beleidsplannen moeten de onzekerheid buiten de deur houden”, zegt hij. “Voor kunstenaars is onzekerheid juist materiaal waarmee zij kunnen werken. Het maakt het werk onvoorspelbaar en spannend.”

Azpilicueta beaamt dit. “Ik ben gewend alleen te werken, in mijn atelier. Nu kwam ik in een grote, hiërarchische organisatie waarin het veel tijd kost dingen van de grond te krijgen. Je moet afspraken maken en alles goed plannen. In een creatieve omgeving bestaat niet één methode om dingen te doen en er zijn geen regels. Zo zit de kunstwereld namelijk niet in elkaar. Er is veel speelruimte, onzekerheid en er worden fouten gemaakt. Kunstenaars durven zich kwetsbaar op te stellen en juist dat brengt verandering. Voor veel organisaties is het moeilijk om twijfel en onzekerheid toe te laten.”

De verbeelding aan de macht

Wat kan het management van traditionele organisaties leren van de wereld van de kunst? “De Rijksacademie is een heel bijzondere plek. Je stelt iets voor en, hoe vreemd het voorstel ook is, de grondhouding van de medewerkers is positief. Hierdoor krijgt het idee alle ruimte om zich te ontwikkelen”, vertelt Van Uden. “Een organisatie waar ‘Ja’ wordt gezegd, in plaats van ‘Ja, maar’. Dat is echt even wennen. Onzekerheid is een gegeven en onderdeel van het creatieve proces. Als je in een traditionele organisatie van een plan afwijkt, gaan alle alarmbellen af en moet er een plan B komen.” Azpilicueta: “Het traditionele management is afhankelijk van autoriteit en controle. Organisaties zouden horizontaler moeten zijn, zodat kennis kan worden gedeeld. Dat maakt het eenvoudiger om veranderingen te verwezenlijken.”

Binnen veel organisaties begint wel ruimte te ontstaan voor een nieuwe manier van managen. Zo ook binnen De Haagse Hogeschool. “Het feit dat een kunstenares een maand lang leiding gaf aan onze onderzoeksgroep is erg bijzonder. Mercedes kon op een verfrissende manier naar dingen kijken”, vertelt Van Uden. “Onze bestuursvoorzitter, Leonard Geluk, vindt dat we minder op safe moeten spelen, het experiment aangaan en fouten moeten durven te maken. Want om veranderingen te realiseren, moet je openstaan voor het onzekere. Dat is mooi, maar niet eenvoudig. Daarom is het zo belangrijk dat we inspiratie opdoen buiten de deuren van De Haagse.”

Voor meer informatie over de procesontwikkelingen en inzichten die het Jacco en Merecedes heeft opgeleverd, ga naar: https://alisamazure.wixsite.com/take-over-project en www.lectoraatchangemanagement.nl