Werkbezoek Kamerleden in teken van studiesucces en beroepspraktijk

Wat moet er gebeuren om het studiesucces van mbo-studenten te vergroten die kiezen voor een vervolgstudie aan het hbo? Hoe is het gesteld met de aansluiting van het onderwijs op de beroepspraktijk en hoe ga je als hogeschool om met diversiteit? Over deze vragen gingen vijf woordvoerders Onderwijs uit de Tweede Kamer op 7 juni in gesprek met lectoren, docenten en studenten van De Haagse Hogeschool.

werkbezoek kamerleden

De bijeenkomst was een initiatief van de Vereniging Hogescholen en had tot doel de Kamerleden onder te dompelen in de wereld van het hoger beroepsonderwijs. D66-Kamerlid Paul van Meenen kent het klappen van de zweep. Voordat hij in de Tweede Kamer kwam, werkte hij van 1985 tot 1996 in het hoger beroepsonderwijs. “Ik ben benieuwd hoe deze wereld er nu uitziet: Welke zorgen leven er en wat zijn de verschillen met vroeger?” Tunahan Kuzu, kamerlid van Denk, stelt vast dat er een groot verschil bestaat tussen de werkelijkheid in politiek Den Haag en in het onderwijsveld. “Wij hebben de taak deze twee werelden bij elkaar te brengen. Ik wil vooral weten hoe de overgang van het mbo naar hbo beter kan verlopen.” Dat geldt ook voor PvdA-kamerlid Kirsten van den Hul, die naast haar werk in de Tweede Kamer als docente European Studies is verbonden aan De Haagse. “Ik weet hoe leuk deze school is en dat wens je ook mbo-studenten toe. Het is belangrijk dat mbo-studenten de aansluiting op een vervolgstudie aan het hbo beter kunnen maken.”

Maatwerk voor mbo’ers

Hier valt nog een wereld te winnen, vertelt Paul van Doorn, verantwoordelijk voor studentenzaken. “De weg naar het hbo verloopt voor veel mbo’ers moeizaam. Vooral in het eerste studiejaar doen zij het minder goed dan havisten, terwijl dit in de hoofdfase precies omgekeerd is. Als mbo’ers het eerste jaar eenmaal door zijn, presteren ze prima”, benadrukt hij. D66-kamerlid Van Meenen: “Mbo’ers doen het helemaal niet zo slecht.  Dat is beeldvorming, maar de aansluiting met het hbo moet wel worden verbeterd. Bijvoorbeeld door het wegwerken van deficiënties, voordat mbo-studenten aan een hbo-studie beginnen. Dit is mogelijk door al in het eerste jaar aandacht te geven aan maatwerk.”

Als het aan Fady Mikhail - student Bedrijfseconomie - ligt, gaat hieraan een stap vooraf. “De kwaliteit van het mbo-onderwijs moet verbeterd worden, zodat studenten al vroeg een basis leggen voor een soepele overgang naar het hbo”, zegt hij. “Ik heb een mbo-opleiding afgerond, omdat ik een startkwalificatie wilde hebben. De overgang naar het hbo was een moeilijke stap. Op het mbo was nauwelijks aandacht voor goede voorlichting. Alles was nieuw voor me, het ontbrak aan coaching en er werd nauwelijks naar mijn talenten gekeken.” Ook voor Afanaisa Martin verliep de overgang niet vlekkeloos. “Voordat ik aan mijn studie aan De Haagse begon, werd ik niet echt aangemoedigd om door te studeren. Ik dacht: Ik kom er wel. Maar op het hbo moest ik dingen doen waaraan ik niet was gewend: onderzoek doen, veel lezen en hard werken. Op zowel het mbo als het hbo kan veel meer worden gedaan door studenten goed te coachen”, zegt ze. Afanaisa en Fady zitten in één van de StudentLabs die de minister adviseren over een betere doorstroming van mbo-studenten. “We hebben voorgesteld om al vóór het maken van de studiekeuze te kijken naar een goede overgang naar het hbo. Wat heb je hiervoor nodig en hoe kun je jouw doelen bereiken? Heb je de juiste vakken gevolgd of moet je bijscholing volgen?”

Zihni Özdil, kamerlid van GroenLinks herkent zichzelf in de verhalen van Fady en Afanaisa. “Ik kom uit een arm gezin uit een arbeiderswijk en werd door mijn omgeving ook niet aangemoedigd om te studeren. Als je een studie ging doen, moest dat iets zijn waarvan je je beroep kon maken. Dus heb ik Rechten en Geneeskunde gestudeerd - zonder succes”, lacht hij. “Ik vind dat je voor je passie moet gaan. De reden waarom ik de politiek in ben gegaan, is dat ik me wil inzetten voor gelijke kansen voor iedereen. Ik ben ervan overtuigd dat als je als een dubbeltje geboren bent, je als een kwartje kunt eindigen.”

Ruimte en zuurstof voor het onderwijs

De Kamerleden krijgen ook tekst en uitleg over het praktijkgerichte onderzoek aan De Haagse en de samenwerking met de beroepspraktijk. Na afloop stelt Kamerlid Van Meenen vast dat er veel is veranderd sinds hij 21 jaar geleden afscheid nam van het hoger onderwijs. “Er is op het gebied van kwaliteit veel winst geboekt. Als je het onderwijs beter wilt maken, dan is hiervoor veel ruimte en ‘zuurstof’ nodig. Daarom moeten we kritisch kijken naar de regeldruk. Vroeger was het hbo gewoon een school: met een conciërge, directeur en docenten. Het hbo is nu een grote, logge organisatie waar de regeldrift hoog is, vanuit het idee dat je over van alles verantwoording moet afleggen.” SGP-kamerlid Roelof Bisschop is het met hem eens. “De onderwijssector is aan zet: kom met goede alternatieven, want er zijn veel kansen. Het hoger beroepsonderwijs kan veel bereiken als zij van de politiek het vertrouwen en de ruimte krijgt.”