Lector Christine De Lille: "We willen fungeren als innovatiemotor in de Nieuwe Economie"

Christine De Lille trad dit studiejaar aan als lector Innovation Networks van De Haagse Hogeschool. Op 24 mei zet zij in haar intreerede haar visie uiteen op de Haagse kennis-economie. Met haar lectoraat ontwikkelt De Lille kennis en instrumenten om organisaties in de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag te helpen innoveren. Of het nu gaat om stads-landbouw, stedelijke mobiliteit of om innovatielabs voor de retailsector.

Christine De Lille

De Lille ging op 1 september 2017 aan de slag als lector bij De Haagse. Met haar 34 jaar is zij de jongste lector binnen de hogeschool. ”Het lectoraat Innovation Networks valt onder het onderzoeksthema The Next Economy. We ontwikkelen expertise en tools die organisaties helpen te innoveren. Hierbij kunnen technologie en creativiteit elkaar versterken. Bij organisaties zijn deze disciplines vaak onderdeel van aparte afdelingen, terwijl de bundeling hiervan juist voor een versterking zorgt”, zegt ze. Het onderzoek van het lectoraat richt zich op sectoren die belangrijk zijn voor de Haagse regio. Zo doet het Retail Innovation Lab onderzoek naar nieuwe toepassingen in retail, in samenwerking met de Betafactory in Delft doet het lectoraat onderzoek naar Urban Mobility en daarnaast ontwikkelt zij projecten op het gebied van Agro en Food. “We kiezen voor toepassingsgebieden die relevant zijn voor de Haagse regio, zoals de Haagse winkelstad, het Westland en de Randstad Regio voor Openbaar Vervoer. Wij willen fungeren als innovatiemotor en brengen in kaart welke stappen overheden, bedrijven en kennisinstellingen kunnen nemen om de kansen van de kenniseconomie te benutten. We werken hierbij nauw samen met de gemeentes Den Haag, Delft en Zoetermeer”, vertelt De Lille.

Mobiliteit in de stedelijke omgeving
Het lectoraat onderzoekt de mogelijkheden om in verschillende sectoren slimmer, schoner en effectiever te werken door de inzet van nieuwe technologie en innovatieve samenwerkingsvormen. Zo is er veel te doen op het gebied van mobiliteit. “Hier speelt de opkomst van zelfrijdende auto’s een grote rol. Hierbij gaat het eigenlijk niet meer om de technologie, want die is al ver gevorderd, maar vooral om thema’s als sociale acceptatie, beleid en hoe deze auto’s worden getest in een gesloten omgeving voordat ze de openbare weg opgaan”, vertelt De Lille. “Hierbij spelen nieuwe samenwerkingsvormen een rol, omdat het om vraagstukken gaat die tot nu toe onbekend waren. Voor de eindgebruiker zijn technologie en veiligheid belangrijk, maar staan beleving, gemak en functionaliteit voorop. We willen organisaties in staat stellen met deze ontwikkelingen aan de slag te gaan. Hierbij werken we samen het LearningLab URBINN: een toegepast mobiliteitsprogramma van het lectoraat Smart Sensor Systems van John Bolte. Dit programma heeft tot doel bij te dragen aan de ontwikkeling van duurzame mobiliteitsstromen in stedelijk gebied, specifiek in Delft.”

Innovatielabs voor de retailsector

Ook in de retailsector laat het lectoraat zich niet onbetuigd. “We zijn mede-initiator van het HBO Retail Innovatie Platform. Dit is een platform van tien hogescholen in Nederland en de TU Eindhoven. We hebben de ambitie om de kennisfunctie van de Retailagenda met praktijkgericht onderzoek in te vullen. Nadruk ligt op samenwerking en kennisdeling tussen lectoraten, brancheorganisaties en de retailsector. Ook werken we met de gemeente Den Haag aan het realiseren van de Retailagenda van het Ministerie van Economische Zaken. Met de Stichting Detailhandelsfonds - een ontwikkelorganisatie van de sector detailhandel - hebben we een project ontwikkeld waarvoor in de komende jaren 860.000 euro is vrijgemaakt.” Samen met 23 partners, waaronder zeven gemeenten, gaat het lectoraat innovatie en de ontwikkeling van human capital op allerlei manieren stimuleren. “Dit kan variëren van een rondreizend adviserend lab en een instore lab bij supermarktketen Jumbo tot een lab waarin winkelervaringen worden gesimuleerd. In zes labs creëren we zo een omgeving waarin we met leren en innovatie aan de slag gaan.” Bij deze projecten worden uiteraard ook studenten ingezet. “Zo hebben we vorig jaar met de opleiding HBO-ICT een project gedaan waarbij we Haagse startende ondernemers verbonden hebben aan studenten. Zij brachten de digitale behoeften van deze ondernemers in kaart en ontwikkelden prototypes voor tools om hen hierbij te helpen. Zo kregen de retailers persoonlijke ondersteuning bij de ontwikkeling van hun business door middel van digitale innovaties.”

Voedsel produceren in de stedelijke omgeving

Het lectoraat is ook betrokken bij experimenten die een doorkijkje geven naar een economie die langs duurzame lijnen wordt vormgegeven. Zoals The New Farm, gevestigd in een oud-Philipsgebouw in Den Haag waar Urban Farming wordt ingezet. Het gebouw telt acht bouwlagen met op elke verdieping een ecologische zone. Van een viskwekerij en oesterzwammen op koffiedik tot een zeecontainer waarin sla groeit op ledlampen. De Lille: “Op het dak staat een grote kas en hieronder zit de vissenkwekerij. In het hele gebouw zijn er organisaties die elkaar versterken in hun circulaire ambitie. Wij werken samen met de partners binnen het ecosysteem in dit gebouw om hier verder invulling aan te geven. Dit netwerk willen we inzetten als vliegwiel voor innovatie in het Westland, waarbij we kijken naar mogelijkheden om circulaire foodproducten commercieel te exploiteren.” Daarnaast is De Haagse één van de drie hogescholen die sinds april samenwerkt met het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken om het vakgebied duurzaam verpakken in het hoger onderwijs verder te ontwikkelen.

De Haagse Hogeschool wil in de Nieuwe Economie een prominente rol spelen. “De regio Den Haag is een belangrijke economische regio. Er is een grote behoefte aan innovatietalent, zeker als het gaat om digitalisering en de circulaire economie. De Haagse kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren door onderzoek te doen. “Ik wil op het scherpst van de snede zitten en direct inspelen op ontwikkelingen in de kenniseconomie. Om ervoor te zorgen dat studenten hiervan deelgenoot zijn, zetten we hun expertise en skills in. Voor het bedrijfsleven biedt dit een mogelijkheid om te zien hoe de nieuwe generatie tegen zaken als data, privacy en digitalisering aankijkt. En studenten kunnen tijdens projecten werken aan interessante en complexe uitdagingen in het bedrijfsleven.”