InnoLabs: studenten werken samen met bewoners, ondernemers en ambtenaren aan stedelijke uitdagingen

Als het aan de gemeente Den Haag ligt, komen er in elk stadsdeel InnoLabs: plekken in stadswijken waar burgers, bedrijven, gemeenteambtenaren, studenten en docenten aan de slag gaan met nieuwe manieren om stedelijke vraagstukken op te lossen. Van armoedebestrijding, jeugd en veiligheid tot energietransitie en arbeidsparticipatie. Om dit te bereiken, werkt zij samen met kennisinstellingen als De Haagse Hogeschool. “Het succes van living labs staat of valt met vertrouwen.”

Innolabs

De InnoLabs zijn een initiatief van de gemeente Den Haag om te experimenteren met nieuwe werkvormen. “Wethouder Rabin Baldewsingh van Sociale Zaken gaf een aantal jaar geleden aan dat de gemeente zich in een transitie bevindt. Zij wil zich anders verhouden tot burgers, nu in de samenleving netwerken ontstaan van burgers, professionals en lokale overheden die zelf vraagstukken willen oplossen”, vertelt Wâtte Zijlstra, programmacoördinator van het onderzoeksthema Connected Learning van De Haagse Hogeschool. “De gemeente moet hierin meegaan en uit haar ivoren toren komen. Stedelijke vraagstukken worden namelijk steeds complexer en vereisen een multidisciplinaire aanpak.”

Sinds 2015 doet De Haagse in verschillende wijken ervaring op met InnoLabs, zoals in Mariahoeve, Moerwijk, Duindorp en Laak. Deze ‘living labs’ vervullen een brugfunctie tussen burgers en lokale overheid, vertelt Zijlstra. “De ‘systeemwereld’ van de gemeentelijke overheid staat ver af van de leefwereld van deze burgers. Er zijn steeds meer stedelijke vraagstukken die niet langer met een standaardwet of -maatregel kunnen worden opgelost”, zegt hij. “Deze kloof moet overbrugd worden. Een InnoLab fungeert als een laboratorium waar we op een experimentele manier zoeken naar nieuwe oplossingen. Dit gebeurt samen met burgers, professionals, overheden en kennisinstellingen. Vanuit de overtuiging dat stedelijke vraagstukken mede van vanuit de samenleving zelf moeten worden opgelost.”

Het kantelen van de werkelijkheid

Aan de totstandkoming van een InnoLab gaat veel tijd vooraf. Hierbij vervullen ‘kwartiermakers’ een belangrijke rol. Zij fungeren als aanjager tussen onderwijs, gemeente en wijk. Robert Duiveman, senior-onderzoeker aan De Haagse, kent het klappen van de zweep. Zo was hij kwartiermaker in Laak, waar het eerste lab werd opgericht. “Als kwartiermaker breng je in kaart welke vraagstukken leven, zodat niet alleen de gemeente of beleidsmakers hieraan iets hebben, maar ook ondernemers en bewoners. Dat betekent dat je probeert te komen tot een gemeenschappelijke vraagstelling. Want als je wilt dat mensen aan de slag gaan met co-creatie en anders kijken naar vraagstukken moet je aansluiten op hun beleving en belangen”, benadrukt hij. “Zo stelde de gemeente dat veel jongeren in Laak geen goede aansluiting hebben op de arbeidsmarkt, omdat ze te laag zijn opgeleid. In gesprekken in het lab ontdekte docent-onderzoeker Jaswina Elahi dat de jongeren zich, ongeacht hun opleiding, gediscrimineerd voelen. Het bijscholingsbeleid sloot niet aan op hun probleembeleving en daarom maakten ze er geen gebruik van. Wij gingen op zoek naar jongeren die wél slagen op de arbeidsmarkt en ontwikkelden met hen een cursus waarbij zij als rolmodel andere jongeren trainen”, vertelt Duiveman. Met resultaat: de 15 deelnemers vonden bijna allemaal binnen een jaar een baan. “We hebben eerst naar de vraag van de gemeente gekeken, maar óók goed geluisterd naar de jongeren. Door het vraagstuk zo te herformuleren dat alle partijen zich erin herkennen, kun je nieuwe oplossingen ontwikkelen.”

Het is een aanpak die ook werkt in Duindorp. “In Duindorp zijn regelmatig incidenten, waardoor de wijk een slechte naam heeft en wordt beschouwd als een gesloten bolwerk. Wij stelden vast dat als je je alleen focust op incidenten je mensen op de kast jaagt en geen zinvol gesprek meer mogelijk is. Zo zijn bewoners niet zozeer boos op buitenstaanders, maar is er angst de eigenheid van hun leefomgeving te verliezen”, vertelt Duiveman. “Daarom onderzoeken we hoe woningtoewijzing op een rechtmatige, maar ook op rechtvaardige manier kan plaatsvinden. Hierover gaan we in gesprek met bewoners en dat leidt tot nieuwe inzichten. We werken ook mee aan een film - Duidelijk Duindorp - waarin we ook andere kanten van de gemeenschap laten zien. Er gebeuren namelijk ook gewoon echt mooie dingen in de wijk.”

Netwerkburgers versus beleidsambtenaren

De rol van burgers is belangrijk binnen InnoLabs. Bewoners krijgen als ‘netwerkburgers’ meer inspraak over veranderingen in hun leefomgeving. Dat betekent óók dat zij zich binnen deze netwerken goed moeten kunnen verhouden met andere partijen. “We proberen hen te helpen hun persoonlijke beleving aan het maatschappelijke belang te verbinden. Zo doorzien ambtenaren de complexiteit van vraagstukken en bekijken burgers dit vooral vanuit hun wijk. We noemen dit publiek leren. Dit betekent voor beleidsmakers dat zij goed moeten luisteren naar burgers en hen inspraak geven bij beslissingen”, zegt Zijlstra. Duiveman: “Als het gaat om vraagstukken als armoede, radicalisering of discriminatie zien we dat er tussen instellingen en burgers veel oud zeer is. Je moet dan onderzoek opzetten én relaties opbouwen. Om samen publieke vraagstukken vast te stellen, gebruiken we methoden als socratische gesprekken. Aansluitend kan je je met bijpassende methoden op de inhoud richten. Bijvoorbeeld met fact-checking-sessies over nepnieuws, actie-onderzoek naar woningtoewijzing of design-thinking voor het verbeteren van de publieke ruimte.”

In dit speelveld heeft De Haagse een verbindende rol. “Door ons onderzoek brengen we mensen samen en nemen we hen mee in het proces. Door studenten en docenten hierbij te betrekken, leren we hen hoe complex vraagstukken zijn. Zo leren studenten hoe het is om te werken in een netwerksamenleving die uit verschillende partijen die soms tegenstrijdige belangen hebben. Voor docenten is het onderzoek is een voertuig om hun kennis over deze processen te ontwikkelen”, zegt Zijlstra. Duiveman: “Studenten krijgen de gelegenheid in de praktijk te experimenteren met hun professionele kennis en vaardigheden door te werken aan nieuwe oplossingen voor taaie stedelijke uitdagingen. In de uitvoering leren ze zelf keuzes maken, vraagstukken doorgronden en omgaan met alle partijen in het speelveld.”