Nieuwe gedragscode voor onafhankelijk en integer onderzoek

Waar de universiteiten en het hbo eerst een aparte gedragscode wetenschappelijke integriteit hadden, geldt er nu een nieuwe gedragscode voor universiteiten én hogescholen. De gezamenlijke code is een stukje emancipatie van het hbo. Een logische ontwikkeling want het praktijkgerichte onderzoek van hogescholen wordt steeds belangrijker. Waarom moest de code er komen en wat schieten wetenschappers en samenleving ermee op?

Hoofdvestiging De Haagse Hogeschool

De afgelopen jaren bleek dat Nederlandse wetenschappers geen heilige boontjes zijn. In 2010 werd duidelijk dat toenmalig hoogleraar Sociale Psychologie Diederik Stapel fraude had gepleegd en in de jaren daarna kwamen er meer affaires aan het licht. Dat alleen al is een goede reden voor een nieuwe gedragscode. Maar er is ook de maatschappelijke tendens dat voor bepaalde politici het verschil tussen een mening en een (wetenschappelijk) feit er niet meer toe doet. Denk aan het begrip ‘factfree politics’. Dit vraagt om richtlijnen die duidelijk maken wat wel en geen wetenschap is, richtlijnen die de legitimiteit van de wetenschap versterken.

Klungelonderzoek

Als lid van de bestuurscommissie Onderzoek van de Vereniging van Hogescholen zag lector Vincent Smit (Grootstedelijke Ontwikkeling) diverse concepten van de gedragscode voorbijkomen. Hij is tevreden met het resultaat. “Er zijn duidelijke kaders om fraude te voorkomen. De code maakt een onderscheid tussen schendingen van de wetenschappelijke integriteit, bedenkelijk gedrag en lichte tekortkomingen. Daarmee zijn er ook voor het grijze gebied, het klungelonderzoek, richtlijnen.”

Proportioneel reageren

Want het gaat niet altijd om keiharde fraude en openlijk bedrog. “Je hebt ook bedenkelijk onderzoek en dat is ingewikkelder op te sporen. Dingen gaan  dan fout door amateurisme of luiheid en niet door manipulatie. Komt er nu een klacht in die richting dan kun je daar proportioneel mee omgaan en hoef je niet direct zo’n onderzoeker aan de hoogste boom op te knopen.”

Gesprek met opdrachtgever

Wetenschappers in het hbo werken niet in een ivoren toren. Hogescholen doen praktijkgericht onderzoek, zitten dicht op de praktijk met allerlei partijen. Als er een opdrachtgever is, die (een deel van) het geld verstrekt, zijn er altijd bepaalde wensen. Dat kan tot spanning leiden, want tot hoe ver kan dit gaan? Vincent: “Met de code op tafel kunnen we makkelijker een gesprek voeren met een opdrachtgever. Je kunt zeggen: wij hebben deze code ondertekend, dus wij hanteren de principes van eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid.” En dat betekent natuurlijk dat wel voor de vraag, maar niet voor het antwoord betaald mag worden. Dit besef moeten we steeds levend houden.”

Onderwijs

De code is niet alleen voor het  onderzoek van belang, maar indirect ook  voor het onderwijs. “Voor opleidingscommissies, onderwijsmanagers en scriptiebegeleiders is het een interessant stuk. Je kunt van een afstudeerscriptie zeggen dat het om leeronderzoek gaat, dat je dan niet zo streng hoeft te zijn, maar het is ook een goed moment om een student te laten oefenen met de regels voor integer onderzoek. Als je een student alleen laat opschrijven wat de opdrachtgever wil dan ben je als opleiding niet goed bezig.”

Datamanagement

Tot 2020 hebben hogescholen, universiteiten en onderzoeksinstituten de tijd om aan de gedragscode te voldoen. Dat zal op onderdelen  nog een klus worden. Vincent: “Op het gebied van datamanagement bijvoorbeeld hebben we nog een slag te maken. Hoe sla je je onderzoeksmateriaal, interviews en enquêtes volgens de richtlijnen op? Onze bibliotheek is hiermee bezig.”

Prikkelen

Maar is zo’n code niet ook een bureaucratisch blok aan het been van een onderzoeker? Vincent: “Natuurlijk, je kunt mopperen en zeggen, moeten we hier ook allemaal aan voldoen? Dat je de code ziet als een als een afvinklijstje. Ik pleit er voor de code zo te lezen, dat je erdoor geprikkeld wordt om je onafhankelijkheid te borgen en ruimte te hebben om nieuwe vragen te stellen. Dan is het een document dat je inspireert om innovatief onderzoek te doen.”

 

Enkele opvallende nieuwe elementen in de code

  • De nieuwe gedragscode is zo geschreven dat deze van toepassing kan zijn op zowel het publieke als het publiek-private wetenschappelijk onderzoek in Nederland
  • In de gedragscode wordt nadrukkelijk ruimte geboden voor samenwerking en multidisciplinariteit: de code houdt rekening met de verschillen tussen (onderzoeks)instellingen. De gedragscode definieert vijf principes van wetenschappelijke integriteit, 61 normen voor goede onderzoekspraktijken en zorgplichten voor de instellingen.
  • De zorgplichten voor de instellingen zijn nieuw in deze gedragscode. Hiermee tonen de onderzoeksorganisaties dat zij verantwoordelijk zijn voor het creëren van een werkomgeving waarbinnen goede onderzoekspraktijken worden bevorderd en geborgd.
  • Bovendien maakt de nieuwe gedragscode wetenschappelijke integriteit onderscheid tussen schendingen van de wetenschappelijke integriteit, bedenkelijk gedrag en lichte tekortkomingen.
  • In het laatste hoofdstuk staat beschreven hoe een instelling om moet gaan met potentiële schendingen van de wetenschappelijke integriteit.
  • De code laat aan de ene kan ruimte aan de instellingen om tot een gebalanceerd oordeel te komen over potentiële schendingen van de wetenschappelijke integriteit, maar noemt de wegingscriteria die daarbij een rol spelen expliciet.