Stadslab over vergrijzing in Delft van start

In de Delftse wijk Tanthof is op 7 februari in aanwezigheid van onder andere burgemeester Marja van Bijsterveldt en wethouder Karin Schrederhof een Stadslab gestart. Docenten en studenten van De Haagse Hogeschool, Hogeschool Inholland en de TU Delft gaan samen met de gemeente, maatschappelijke organisaties én bewoners onderzoek doen naar problemen, kansen en oplossingen rondom ‘vergrijzing’. “Ik ben ervan overtuigd dat als je met elkaar nadenkt over de vraagstukken in de wijk, je heel creatieve en inventieve ideeën kunt ontwikkelen”, zei de burgemeester.

stadslab vergrijzing

Gemeente Delft, De Haagse Hogeschool, Hogeschool Inholland en TU Delft geven startsein

In een Stadslab werken partijen voor langere tijd met elkaar samen om meer inzicht te krijgen in een bepaald vraagstuk en oplossingsrichtingen uit te testen. Het Stadslab Vergrijzing komt voort uit de City Deal Kennis Maken Delft, waarin de drie kennisinstellingen en de gemeente zich sinds twee jaar inzetten voor kennis- en talentontwikkeling. “De ervaring leert dat zo’n samenwerking interessante verbindingen oplevert tussen beleid, onderzoek, onderwijs en praktijk”, aldus Gerben Helleman, kennismakelaar en coördinator van het Stadslab.

De druk bezochte bijeenkomst in wijkcentrum De Hofstee was het startschot van een meerjarig, interdisciplinair onderzoekstraject naar vergrijzing. Belangrijkste doel, behalve de samenwerking stimuleren, was om de vragen van bewoners, de gemeente, woningcorporaties, zorg- en welzijnsinstellingen te koppelen aan docenten en opleidingen, zodat studenten met praktijkgerichte opdrachten aan de slag kunnen. Dat is goed voor hun ontwikkeling, maar ook goed voor de wijk(bewoners) omdat dit nieuwe inzichten oplevert. Ook de gemeente Delft wil haar voordeel kunnen doen met de opgedane kennis en uitkomsten van de onderzoeken en ervaringen in Tanthof.

Vergrijzing

Op dit moment is bijna een op de vijf inwoners van Tanthof 65 jaar of ouder. De woonwijk uit de jaren tachtig en negentig telt veel eengezinswoningen, waar een groot aantal ‘empty nesters’ woont: huishoudens van het eerste uur, waarvan de kinderen het huis uit zijn. Door de vergrijzing spelen er diverse vraagstukken, zoals: Hoe kunnen ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen? Welke voorzieningen zijn nodig om te voldoen aan het groeiende aantal ouderen? Hoe voorkom je vereenzaming? Hoe ga je om met dementie? En hoe zorg je voor goede vervoersmogelijkheden? Maar het Stadslab gaat nadrukkelijk niet alleen over kwetsbare senioren. Ook de vraagstukken van vitale ouderen die hoog opgeleid zijn en goed bij kas zitten, komen aan bod.

Goed en concreet

De tachtig aanwezigen deelden enthousiast vraag en aanbod tijdens drie workshops onder leiding van een docent van een van de kennisinstellingen. Bij ‘vergijzing en wonen’ ging het over het aanpassen van de woning om langer zelfstandig thuis te kunnen wonen, over digitale hulpmiddelen en over eventuele verhuiswensen. In de tweede workshop ‘vergrijzing en ontmoeting’ sprak de groep over openbare ruimte, voorzieningen en vervoer. In de derde workshop ‘vergrijzing en gezondheid’ werden vraagstukken opgehaald over leeftijdgerelateerde beperkingen, voeding en de formele en informele zorg.

De uitkomsten waren verrassend goed en concreet vond Reinout Kleinhans, universitair hoofddocent aan de TU Delft, die de eerste workshop leidde. Hij zag al meteen mogelijkheden voor een project waarin studenten de precieze woonwensen onder de ouderenpopulatie in Tanthof gaan inventariseren. Ook de andere workshops leverden ideeën voor onderzoek op. Wijkbewoner Marianne Jurg: “Ik vind de aanpak met de kennisinstellingen heel positief, want zij hebben de kennis in huis, wij zijn maar leken. Hier wil ik de komende jaren bij betrokken blijven. Dit is in elk geval een goede start.”

Praktische resultaten

“Ik weet zeker dat we hier praktische resultaten uithalen”, vond Karin Schrederhof, wethouder Wonen, Wmo en Sport. Het viel haar op dat veel bewoners per se in Tanthof willen blijven wonen. “Dat is bijzonder. Daar kunnen studenten sociologisch onderzoek naar doen.” Technische hulpmiddelen zijn volgens haar onmisbaar om mensen langer thuis te laten wonen. “Die moeten we beter en meer gebruiken. Dan gaat het niet alleen om stabiel internet, maar om toepassing in huis. Docenten en bijvoorbeeld zorginstelling Ipse de Bruggen hebben daar al veel ervaring mee, dus daar kunnen we met elkaar veel van leren. Goed dat we nu die match gaan maken! En bij woningaanpassingen werd de vraag steeds helderder wat je daar als woningcorporatie zoal aan kunt doen. Ook al zo praktisch. We kunnen morgen aan de slag!”