Verklaring

De Haagse Hogeschool ontving enige tijd geleden vragen van een journaliste van het AD. Deze vragen hadden betrekking op een specifiek voorval van discriminatie op De Haagse Hogeschool waar de journaliste door een bij haar bekende bron op werd gewezen.

Hoofdvestiging De Haagse Hogeschool Wij hebben als hogeschool onze reactie op de vragen gegeven. Hierna is in het AD een artikel gepubliceerd.

Na de publicatie van het artikel is er een gesprek ontstaan met de betreffende oud-docente. Zij bleek onaangenaam verrast door het verschijnen van het artikel. Hoewel geanonimiseerd, ging het artikel duidelijk over haar casus. Vanuit de hogeschool was er niet aan gedacht haar op de hoogte te stellen van het feit dat wij door de krant waren benaderd om een reactie. Dat was natuurlijk wel zo netjes geweest en hiervoor hebben wij onze excuses aan de oud-docente aangeboden.

De oud-docente gaf tijdens het gesprek ook aan dat er in haar optiek onwaarheden in het artikel staan. Onder andere het citaat van de woordvoerder van de hogeschool “Uiteraard hebben we direct een onderzoek ingesteld”. De oud-docente heeft laten weten niet te hebben ervaren dat het incident met voldoende snelheid en urgentie is opgepakt. Zij heeft zich hierdoor juist gekwetst en niet door de hogeschool gesteund gevoeld.
 
Naar aanleiding van haar signaal hebben wij de verschillende stappen die vanuit De Haagse zijn gezet, en in het artikel zijn beschreven, nogmaals goed in kaart gebracht. Daarbij hebben wij tot onze spijt moeten concluderen dat onze aanpak gefragmenteerd en in onvoldoende samenhang heeft plaats gevonden. Daarmee hebben wij de oud-docente en de ernst van de situatie onvoldoende recht gedaan. Dit spijt ons, en we hebben haar ook hiervoor onze oprechte excuses aangeboden. Wij hechten eraan dit ook openbaar te doen.
 
Intern heeft het signaal geleid tot de afspraak dat er bij iedere casus waarbij (mogelijke) discriminatie een factor is, voortaan direct afstemming zal plaatsvinden tussen de betrokken directeur, de voorzitter van de taskforce Diversiteit & Inclusie van de hogeschool en de directeur HRM, met mogelijke uitbreiding naar gelang de aard van de casus. Zo wordt een optimale en integrale aanpak van incidenten geborgd, waarbij de aanwezige kennis en expertise binnen de hogeschool sneller en effectiever kan worden ingezet.

Binnen de opleiding waar de incidenten zich hebben afgespeeld, is inmiddels een taakgroep veilig en inclusief onderwijs actief. Deze taakgroep zorgt, in nauwe samenwerking met de betrokken directeur, dat het gesprek over diversiteit, inclusie en discriminatie in de opleiding verder wordt gevoerd, met docenten en studenten. Daarbij wordt waar nodig deskundig advies gezocht om docenten bij te staan, teneinde eventuele discriminatie zoveel mogelijk voor te zijn ofwel in de kiem te kunnen smoren.

Tot slot wordt nog verkend hoe we deze specifieke ervaring kunnen gebruiken als middel voor het verder laten leren van onze organisatie op het terrein van diversiteit, inclusie en anti-discriminatie. De leerervaring die we hiermee als hogeschool opdoen, is zeer waardevol. We zijn dan ook blij dat het lopende contact met de desbetreffende oud-docente de afgelopen weken steeds constructief is geweest met aandacht voor zowel genoegdoening voor de oud-docente als voor het laten leren van onze organisatie op het terrein van diversiteit en inclusie en anti-discriminatie. Wij willen graag dit gesprek op constructieve wijze voortzetten.