Arend de Kloet: ‘Koester participatie en inclusie op de hogeschool’

Hij weet alles over participatie van kinderen en jongeren met niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Was 12 jaar lang de trekker van het bijzonder lectoraat Revalidatie. Op 1 september neemt Arend de Kloet afscheid van De Haagse Hogeschool. De boodschap die hij nalaat, is dat inclusief denken en jezelf en anderen optimaal laten participeren 21st-century skills zijn. ‘Dat zouden kernwaarden van de HHS moeten zijn, de opdracht en duurzame uitdaging voor alle studenten en docenten, ongeacht opleiding en toekomstig werkveld.’

Arend Kloet Arend de Kloet begon zijn carrière als leerkracht binnen het voortgezet speciaal onderwijs. Hij zet er een punt achter als lector. Als hij terugkijkt, ziet hij zichzelf dan als een geboren onderwijzer of als een geboren onderzoeker? ‘Toch meer als een geboren onderwijzer. Ik draag graag kennis over en stimuleer mensen om eruit te halen wat erin zit. Dat neemt niet weg dat ik met heel veel plezier ook onderzoek heb gedaan. Ik wil graag mensen uitdagen om nieuwsgierig en oplossingsgericht te zijn. Om samen in praktijkgericht onderzoek nieuwe kennis en ervaringen te verwerven.’

Fascinatie

Toen hij zich had opgewerkt tot Gz-psycholoog en de overstap had gemaakt naar Basalt – in die tijd nog Sophia Revalidatie – kreeg hij een jongen in zijn behandelkamer die door een verkeersongeval hersenletsel had opgelopen. ‘Zijn verhaal – mijn eerste kennismaking met NAH – greep mij erg aan. Zijn letsel had niet alleen forse en blijvende impact op hemzelf, maar ook op het gezin waarin hij opgroeide. Hoe kon het dat wij die doelgroep zo weinig zagen? Dat we op dit vlak zo weinig expertise hadden? Die eerste kennismaking bracht mij vooral een gevoel van wat moet ik hiermee?’

‘Toen ontstond bij mij de fascinatie voor het brein en neurorevalidatie. Wat gebeurde er met deze groep? Wie waren de deskundigen? Waar konden we kennis halen? Die zoektocht gaat nog steeds door, nu met veel meer deskundigen in de medisch-specialistische revalidatie.’

Meervoudige winst

‘Het lectoraat Revalidatie heet ‘bijzonder’ omdat het deels wordt gefinancierd door de beroepspraktijk en deels door De Haagse. Die combinatie is heel belangrijk. Die zou er altijd moeten zijn, bij elk lectoraat. We doen praktijkgericht onderzoek zoals dat bedoeld is, altijd op zoek naar meervoudige win-winsituaties.’

‘Het startpunt van zorginnovatie en van het onderzoeksproces is altijd de eindgebruiker – patiënt, mantelzorger, zorgprofessional – en zijn probleem, wensen en mogelijkheden. Aan die vraagstelling koppelen we de expertise   die in de hogeschool aanwezig is. Dat is winst voor de patiënt, de student en docent. Studenten leren en ervaren multidisciplinair bij Basalt wat revalidatie op de werkvloer inhoudt. Hun producten en aanbevelingen worden echt gebruikt. Opleidingen kunnen hun curriculum verrijken door Basalt-professionals in te zetten als docent en gastdocent. Winst voor De Haagse. En Basalt is blij dat zij de expertise van de hogeschool kan inzetten, bijvoorbeeld in de learning communities.’

Het lectoraat Revalidatie heeft in de afgelopen 12 jaar een mooie strategische samenwerking tussen De Haagse Hogeschool en Basalt uitgebouwd op 3 onderzoekslijnen: 1) het onderzoek naar de participatiemogelijkheden van kinderen en jongeren met NAH; 2) het onderzoek naar aangepast bewegen, sport en technologie en 3) het onderzoek naar e-revalidatie. 

Kippenvel

In zijn entreerede in 2008 noemde de kersverse lector NAH bij kinderen en jongeren ‘een stille epidemie’. Arend: ‘Die groep groeide snel, maar bleef veelal onder de radar. De klachten zijn vaak aan de buitenkant niet zichtbaar, maar hebben wel impact op het dagelijks functioneren van de patiënt en de gezinsleden. Die epidemie is er nog steeds, maar dan minder stil. Nog steeds heeft 1 op de 4 mensen een of andere hersenaandoening. Wel kun je zeggen dat de doelgroep in de afgelopen 12 jaar betere zorg heeft gekregen. Zo verscheen in 2016 een zorgstandaard, waarin we hebben geformuleerd hoe de routing en het zorgaanbod in Nederland zouden moeten zijn. Voor de kinderen zelf, maar ook voor hun ouders, broertjes en zusjes. Die standaard is een belangrijke voorwaarde om de volgende stappen te zetten.’

We lopen met de scheidende lector uitvoerig de resultaten op de 3 onderzoekslijnen langs. ‘Weet je, als we het er zo over hebben, krijg ik gewoon kippenvel. We hebben écht mooie dingen gedaan met een mooie, bevlogen onderzoeksgroep. Daar ben ik heel trots op. Zeker als ik kijk wat dit de hogeschool heeft opgeleverd en hoe Basalt de 3 onderzoekslijnen volledig integreert in de beleidsplannen.’

Zo autonoom mogelijk deelnemen

Hij wil één resultaat graag uitlichten. ‘Met dit lectoraat wilde ik investeren in het beter begrijpen, meten en beïnvloeden van participatie. Als onderzoeksgroep hebben we gewerkt aan een theoretisch model voor participatie dat bruikbaar is voor de zorg en het beroepsonderwijs. We waren gewend om in de revalidatie vooral in te zetten op de uitval in functies en activiteiten, bijvoorbeeld geheugen of mobiliteit. We focusten op maximaal herstel hiervan. Maar dat is niet waar het de patiënt uiteindelijk om gaat. 

Participatie moet het centrale doel zijn van een behandelplan. Participatie betekent dat je in het leven die dingen kunt doen die voor jou belangrijk zijn. Zo autonoom mogelijk. In een omgeving die jou betrekt, begrijpt en waardeert. Beter lopen of spreken is niet het hoofddoel, maar ‘wat jij daarmee wilt doen en bereiken’. Dat vergt een wezenlijk ander manier van werken in de revalidatie. Een belangrijke transitie in de revalidatie en het beroepsonderwijs. Wij hebben hieraan bij kunnen dragen in de 3 complementaire onderzoekslijnen, voor revalidanten van jong tot oud, vaak met inzet van e-health en zorgtechnologie.’ 
 

Vierde kernwaarde

Het lectoraat Revalidatie wordt voortgezet, zij het met de ontvlechting van de huidige 3 onderzoekslijnen in 2 nieuwe onderzoekslijnen met als voorlopige werktitels: Revalidatie & Technologie en Assistive Technology for Mobility and Sports. In de omschrijving van beide lijnen komen de begrippen NAH en participatie niet meer voor. Arend: ‘Scherp gezien. De komende tijd zal Basalt de landelijke trekker zijn voor de onderzoekslijn participatie voor kinderen en jongeren met NAH. Daar zal ik blijven werken aan 3 projecten in opdracht van de Hersenstichting.’

Arend vindt wel dat De Haagse Hogeschool de thema’s participatie en inclusie moet blijven koesteren en nog beter moet inbedden in het DNA van de hogeschool. Hij lijkt daarbij op zijn wenken te zijn bediend door de instelling – alweer enige jaren geleden – van het lectoraat Inclusive Education. ‘Ja, het werk van mijn collega-lector Aminata Cairo waardeer ik zeer. Maar de hogeschool moet daar nog zwaarder op inzetten. Als vierde kernwaarde, naast wereldburgerschap, internationalisering en netwerkhogeschool en niet alleen in visiedocumenten. Maak dit voelbaar en zichtbaar als je het gebouw binnenkomt. Participatie en inclusie moeten de opdracht van elke medewerker en student worden. Dat begint met echt nieuwsgierig zijn naar de ander, zijn of haar verhaal. Dat je op zoek gaat naar de vraag achter de vraag. Dat je werkelijk bereid bent om iets te betekenen voor de ander. Iemand die is afgestudeerd aan De Haagse Hogeschool zou je daaraan moeten herkennen. Participatie en inclusie moeten de rode draad vormen door alle opleidingen heen. Integraal, niet alleen als het onderzoeksobject van één lectoraat.’