Samen werken aan een groene stad: hoe stimuleer je dat?

Fera Overdiep weet het zeker: iedereen kan helpen om Nederland groener te krijgen. Haar afstudeeronderzoek voor de opleiding Ruimtelijke Ontwikkeling ging over het stimuleren van gedeelde verantwoordelijkheid bij natuur in het stedelijk gebied van Zuid-Holland. Wil jij naast je voordeur een paar tegels weghalen en daar zonnebloemen of een perenboom planten? Goed idee! Met hulp van de gemeente en een natuurorganisatie wordt je geveltuin vast een pareltje. Fera ontdekte dat ze energie krijgt van stadsvergroening.

Foto artikel Fera_liggend

Geveltuin, buurttuin, adoptiegroen

Een geveltuin is één voorbeeld van hoe je als bewoner kunt zorgen voor meer natuur in de stad. Er zijn meer manieren. Adoptiegroen bijvoorbeeld. Dan neem je als wijk of school een stukje openbaar groen over van de gemeente en help jij voortaan schoffelen of snoeien. Of een buurttuin. Daar is sprake van als een groepje mensen een versteend plein omtovert tot een groene plek of een moestuin, waar ze elkaar kunnen ontmoeten en leuke dingen kunnen doen. 

Opdracht leuk én uitdagend

Fera gaf haar afstudeeropdracht zelf vorm. Ze zocht contact met de Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland (NMZH) vanwege het project Natuur in de Stad. Fera: ‘Al pratend kwamen we op dit nieuwe onderzoek. Heel leuk, want helemaal mijn eigen interesse. Samen aan vergroening van de stad werken door de taken goed te verdelen, daar sta ik helemaal achter. Tegelijkertijd was het ook best uitdagend, aangezien het een actueel en lastig onderwerp is dat veel partijen - waaronder de NMZH – slapeloze nachten bezorgt. Want, hoe verdeel je die verantwoordelijkheid goed? Uiteindelijk was ik de expert.’

Participatie en Omgevingswet 

Waarom juist dit onderzoek? Dat volgend jaar de Omgevingswet in werking treedt, is een belangrijke reden. Die Omgevingswet bundelt en moderniseert tientallen wetten voor de leefomgeving. Alle bestaande wet- en regelgeving komt samen in die ene wet. Fera: ‘Participatie, oftewel actief deelnemen, is een van de pijlers. Gemeenten moeten veel meer aan participatie gaan doen en worstelen daar serieus mee. Daarnaast is vergroening van het stedelijk gebied nodig om de natuurdoelen voor Zuid-Holland te halen.’ 

Buurttuin in plaats van grasveld

Om tot een doordacht advies te komen, deed Fera verschillende dingen. Ze dompelde zich onder in studies over gedeelde verantwoordelijkheid én stapte op de fiets om vragen te stellen bij gemeenten en leuke initiatieven voor vergroening. Zo zag ze hoe een woningcoöperatie in samenspraak met de huurders een buurttuin met inheemse planten had aangelegd in plaats van een gazon. ‘Zo’n gazon is goedkoper in het onderhoud – vaak een belangrijk argument – maar heeft veel minder ecologische waarde. De bijen hebben er niets aan, zogezegd. Leuk dus om te zien dat het ook anders kan.’

‘Kinderen zijn met elkaar in de natuur bezig en leren spelenderwijs 
waarom dat belangrijk is’

Op een andere plek in Zoetermeer zag ze blije schoolkinderen bezig in hun minibos. Zolang er nog weinig te zien is – het begint met zaadjes en kleine boompjes – gaat het er vooral om dat de kinderen ervaren hoe het is om met de natuur bezig te zijn en hoe belangrijk dat is. Een soort buitenklaslokaal dus. Fera: ‘Dat vind ik überhaupt een mooi gegeven: de nadruk leggen op educatie en participatie, zodat mensen de natuur gaan beleven. Met een beetje geluk leidt dat weer tot extra geveltuinen, nu of later.’

Paradijsje in de stad

‘Ik was ook in Groene Mient: een duurzaam dorpje in de stad Den Haag. De bewoners hebben zelf een vereniging opgericht en met elkaar een paradijsje gemaakt, bij wijze van. Ze hanteren er de principes van permacultuur: alles in balans, vegetatie vult elkaar aan. Daar heb je een duidelijke visie voor nodig en dat werkt natuurlijk niet overal in de stad. Maar daar dus wel. Als iedereen dezelfde verwachtingen heeft, kun je de verantwoordelijkheid nog beter verdelen. Supermooi initiatief, en een mooi voorbeeld van hoe participatie en gedeelde verantwoordelijkheid hand in hand gaan.’  

Energiegevend vakgebied

Door alle interviews wist Fera verbindingen te leggen tussen de verschillende partijen – initiatiefnemers, gemeenten en natuurorganisaties – en merkte ze hoeveel energie ze kreeg van het vakgebied en al die gedreven mensen. Het lijkt haar best leuk om bewoners te adviseren vanuit de gemeente. Ook wil ze op termijn nog wel een master doen. Maar niet meteen. Fera: ‘Als ik mijn diploma heb, wil ik eerst een tijdje niet studeren. Het lijkt me zo leuk om een project een keer helemaal af te maken en ik denk dat je in het werkveld het meeste leert.’ 

Visualisaties als toelichting

Haar verslag en advies zijn bijna klaar. Fera: ‘Het ziet er in ieder geval al goed uit. Iets visueel maken leer je heel erg bij Ruimtelijke Ontwikkeling: liefst kort en bondig schrijven en een visualisatie gebruiken voor de toelichting. Dat vind ik toevallig ook nog eens heel leuk om te doen. ’Eenmaal afgestudeerd zal ze de studenten en docenten bij Ruimtelijke Ontwikkeling wel missen. Het is een kleine opleiding en daardoor heb je intiem contact. Nee, ik heb geen moment spijt gehad van mijn studiekeuze.’

Ben jij geïnteresseerd in je leefomgeving en zie jij wel iets in een groene wereld? Lees meer over de opleiding Ruimtelijke Ontwikkeling op De Haagse Hogeschool.