Data over data

Het is aan te raden om je data te beschrijven en te voorzien van begeleidende metadata (data over data, kenmerken of eigenschappen van data). Je legt zo alle informatie vast die nodig is om de inhoud en context van de data te begrijpen. Zo houd je je data bruikbaar voor jezelf en anderen. Metadata is dus nodig om je data FAIR te maken.  

Metadata kunnen de vorm hebben van een database of een xml-bestand dat bepaalde internationale standaarden volgt (zie hieronder). In je datamanagementplan leg je vast welke standaard je gaat gebruiken en welke andere aanpak je gaat hanteren om je data identificeerbaar, vindbaar en beoordeelbaar te maken. Hieronder meer informatie over deze metadatastandaarden en praktijken.

Metadatastandaarden

Metadata kunnen voorkomen in de vorm van een database, een xml-bestand volgens een metadatastandaard of in een andere vorm. Metadatastandaarden variëren per vakgebied. De website van de Digital Curation Centre (DCC) geeft een overzicht van metadatastandaarden per vakgebied. Per standaard vind je er de profielen, tools om de standaard te gebruiken en voorbeeld van data- repositories die deze standaard gebruiken. Als jouw vakgebied nog geen eigen metastandaard gebruikt, gebruik dan de generieke metadatastandaarden. Op de pagina General Research Data op de site van de DCC vind je meer informatie over deze generieke standaarden. En op de website van de Dublin Core Metadata Initiative vind je andere voorbeelden van veelgebruikte generieke metadatastandaarden.

Bestandsnamen en mappenstructuur

Een goede bestandsnaam maakt het eenvoudiger om je data te identificeren, te lokaliseren en terug te vinden.

  • Gebruik logische en duidelijke bestandnamen
  • Wees consequent in je naamgeving
  • Volg de standaardprocedures en werkstromen in je vakgebied indien deze er zijn
  • Ook je mappenstructuur en de velden in je spreadsheet verdien een solide naamgeving

Handige links:

Digitale identifiers

Om je dataset eenvoudig vindbaar en citeerbaar te maken kun je deze het best een persistent identifier meegeven: een referentienummer of referentienaam. Veel data-repositories werken met persistent identifiers of je kunt ook gebruik maken van een Digital Object Identifier (DOI). Bekijk hier een video waarin het concept ‘persistent identifiers en datacitatie’ wordt uitgelegd.

Readme.txt-bestand

Het is daarnaast goed onderzoekspraktijk om datadocumentatie toe te voegen aan je data als een Readme.txt-bestand, dus een gewoon tekstbestand. Dat tekstbestand plaats je dan in dezelfde map waarin de bijbehorende dataset wordt opgeslagen. Het 4TU Centre for Research Data biedt richtlijnen voor het schrijven van zo een README.txt-bestand. Bij deze richtlijnen vind je ook een voorbeeld een goed README-bestand. Het is belangrijk om zo een Readme.txt-bestand voor je dataset te schrijven zodat anderen je data makkelijk kunnen vinden en juist kunnen beoordelen.