Het gebruik van AI-systemen om de veiligheid en gezondheid van werknemers te verbeteren, neemt snel toe. Denk hierbij aan wearables, AI-gestuurde software en cobots. Sinds kort is de AI Act van kracht: de eerste Europese wetgeving voor kunstmatige intelligentie. Deze verordening moet garanderen dat AI-systemen veilig, transparant, ethisch verantwoord en betrouwbaar worden ingezet. In opdracht van het Europees Agentschap voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk (EU-OSHA) onderzocht De Haagse Hogeschool welke invloed deze wet heeft op huidige en toekomstige AI-toepassingen op de werkplek. Daarbij is specifiek gekeken naar mogelijke hiaten en juridische grijze gebieden binnen de arbeidsveiligheid.  

Doelgroep 

Beleidsmakers (nationaal en Europees), onderzoekers, werkgevers, werknemers en OSH-professionals.  

Onderzoeksmethoden 

Literatuuronderzoek.

Belangrijkste resultaten 

Het onderzoek heeft geleid tot een discussiepaper over de kansen en uitdagingen van de AI Act voor OSH-systemen (Occupational Safety and Health). De belangrijkste conclusies zijn:  

  • Veiligheid versus surveillance: AI-toepassingen zijn toegestaan zolang ze de veiligheid dienen. Zodra een systeem echter wordt ingezet voor emotieherkenning of intensieve surveillance van werknemers, gelden er strenge beperkingen of zelfs een verbod.  
  • Grijs gebied: De grens tussen wat wettelijk is toegestaan als veiligheidsmiddel en wat verboden is als controlemiddel, blijkt in de praktijk vaak flinterdun.  
  • Debat: Het document sluit af met een reeks open vragen om het maatschappelijke en politieke debat over dit onderwerp verder te stimuleren.

Team 

  • John Bolte, lector Smart Sensor Systems 
  • Stefania Marassi, onderzoeker lectoraat Smart Sensor Systems  

Financiering 

Europees Agentschap voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk (EU-OSHA) 

Publicaties 

Contact 

Wil je meer weten over het onderzoek? Neem dan contact op met Stefania Marassi.

Meer lezen