Buiten spelen is van groot belang voor kinderen. Het geeft hen veel plezier en ontspanning en het is gezond, omdat kinderen buiten veel actiever zijn dan binnen en zo in contact komen met de frisse buitenlucht en het buitenleven. Daarnaast is het ook leerzaam omdat kinderen met buiten spelen verschillende vaardigheden leren, zoals motorische en sociale vaardigheden. Door onderling contact leren ze omgaan met diversiteit en andersgezinden. Wat voor volwassenen geldt, geldt immers ook voor kinderen: onbekend maakt onbemind en dat willen we voorkomen. 

Het is van belangrijk dat alle kinderen van deze voordelen van buiten spelen kunnen profiteren. Dus jong en oud, jongens en meisjes, en kinderen met of zonder beperking. Daarom dient er in het ontwerp van speelplekken rekening te worden gehouden met deze diversiteit aan wensen en vaardigheden. Dat betekent onder andere dat goed moet worden nagedacht over de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bespeelbaarheid van speelplekken, zodat ook kinderen met een beperking hier kunnen spelen en zo kunnen ervaren dat ze erbij horen.

Aanleiding

In de ‘Lokale Inclusie Agenda’ van de gemeente Den Haag staan verschillende acties die de positie van mensen met een beperking in de Haagse samenleving ten goede moet komen. Eén van de acties gaat over de Haagse samenspeelplekken. Een samenspeelplek is een plek waar kinderen met en zonder beperking elkaar kunnen ontmoeten én samen kunnen spelen. Het is een speelplek waar iedereen welkom is, waar 70% van de speelaanleidingen bereikbaar is voor alle kinderen en waar 50% van de speelaanleidingen bespeelbaar is voor ieder kind. Een speelplek die gericht is op het stimuleren van ontmoeting en samen spelen. Echter, op dit moment is niet bekend hoe de samenspeelplekken gebruikt worden. Worden ze bezocht door kinderen met een beperking of alleen door kinderen zonder beperking? Spelen kinderen met en zonder beperking daadwerkelijk met elkaar?

Onderzoeksvragen

De laatste jaren is er – zowel nationaal als internationaal – steeds meer aandacht voor het buitenspelen van kinderen met een beperking. In lijn hiermee wordt ook steeds meer onderzoek gedaan naar dit thema, hoewel daaruit blijkt dat veel kennis contextafhankelijk is. Voor het optimaliseren en het verder uitrollen van samenspeelplekken in Den Haag, is het dan ook noodzakelijk om meer inzicht te krijgen in de manier waarop deze samenspeelplekken op dit moment zijn ingericht en worden gebruikt. De gemeente Den Haag heeft De Haagse Hogeschool en Hogeschool Utrecht gevraagd om hierbij te helpen. Er zijn twee samenspeelplekken onderzocht. Daarbij is onder andere gekeken hoe en door wie deze plekken worden gebruikt en of daarbij sprake is van samenspel. Daarnaast is onderzocht wat de stimulerende en belemmerende factoren zijn om wel of niet van deze samenspeelplekken gebruik te maken.

Doelgroep

De doelgroep van dit project zijn kinderen van vier tot en met twaalf jaar met en zonder beperking.

Methode

Er zijn diverse onderzoeksmethoden ingezet om meer inzicht te krijgen in het gebruik, de ervaring en het samenspel:

  • Op basis van een uitvoerige checklist zijn de samenspeelplekken objectief en gestructureerd beoordeeld op hun speelmogelijkheden en diverse randvoorwaarden (waaronder inclusiviteit).
  • Er is een generatieve focusgroep georganiseerd met professionals en ouders om zo inzicht te krijgen in de stimulerende en belemmerende factoren.
  • Er heeft observatieonderzoek plaatsgevonden om te zien wie er van deze speelplekken gebruik maken en hoe er wordt samengespeeld.
  • Er zijn gesprekken gevoerd met ouders en kinderen om hun mening te horen over de samenspeelplekken.

Resultaten

De twee onderzochte samenspeelplekken voldoen aan een groot aantal fysieke randvoorwaarden en hebben een hoge speelwaarde. Dit zorgt ervoor dat deze speelplekken regelmatig tot veel worden bezocht. Kinderen met een zichtbare beperking hebben wij tijdens onze reguliere observaties echter niet gezien. Dit ondanks dat de twee onderzochte speelplekken meerdere, interessante speelattributen hebben die ook bespeelbaar zijn voor kinderen met een beperking. Observaties en gesprekken met ouders leren dat er een aantal potentiële verbeterpunten zijn - zowel in fysieke als sociale zin - om het gebruik te vergroten.

Op het fysieke vlak is het van belang om naast de inclusieve speeltoestellen ook voldoende aandacht te besteden aan de bereikbaarheid, toegankelijkheid en het comfort van deze speelplekken. Daarnaast lijkt er vooral aandacht te zijn voor kinderen met een fysieke beperking en minder voor kinderen met een visuele of verstandelijke beperking.

Tevens dient er meer aandacht te komen voor de sociale drempels die het buitenspelen voor kinderen met een beperking bemoeilijken. Aan de ene kant zijn er de sociale oordelen, de onbekendheid met beperkingen en de uitsluiting door andere mensen en aan de andere kant is er de onzekerheid bij de kinderen met een beperking en hun ouders die ervoor zorgen dat het contact en interactie tussen kinderen met en zonder beperking niet tot stand komt. Kinderen moeten vaak eerst aan elkaars verschillen wennen voordat samenspelen vanzelf kan verlopen. Er is daarom behoefte aan (lichte) begeleiding, toezicht en ondersteuning op speelplekken om inclusief spelen mogelijk te maken. Ook kunnen activiteiten op vaste momenten op specifieke locaties helpen om meer gezinnen te laten deelnemen en het spelen voor alle kinderen toegankelijker te maken.

Kortom, om samenspeelplekken optimaal te benutten, is een combinatie nodig van fysieke toegankelijkheid, sociale toegankelijkheid, deskundige begeleiding en passende activiteiten. Alleen dan kunnen kinderen met en zonder beperking veilig, plezierig en betekenisvol samen spelen.

Meer lezen? Van het onderzoek is een rapport verschenen met daarin alle resultaten. Daarnaast is er een infographic gemaakt met de belangrijkste conclusies en aanbevelingen om tot inclusieve speelplekken te komen.

Duur

Dit project is gestart in februari 2025 en liep tot en met december 2025.

Team

  • Monique Berger (HHs)
  • Gerben Helleman (HHs)
  • Rinus van der Schoof (HHs)
  • Karlijn Sporrel (HHs)
  • Sanne de Vries (HHs)
  • Ryan Beekhuizen (HU)
  • Manon Bloemen (HU)

Samenwerking

Voor dit project werkt het Centre of Expertise Health Innovation van De Haagse Hogeschool samen met:

Contact

Gerben Helleman ([email protected])