Burgerberaden zijn de afgelopen jaren steeds populairder geworden in Nederland. Gemeenten betrekken inwoners via loting bij maatschappelijke vraagstukken en geven hen de mogelijkheid om mee te denken over beleid. Maar is deze vorm van burgerparticipatie een blijvende ontwikkeling, of neemt de belangstelling alweer af? Een analyse van het lectoraat Public Governance van De Haagse Hogeschool laat zien dat burgerberaden vaker worden georganiseerd dan vooraf aangekondigd, maar dat hun toekomst nog niet vanzelfsprekend is.

In de afgelopen vier jaar zijn in Nederland 57 burgerberaden georganiseerd door 48 verschillende gemeenten, provincies en regio's. Tijdens deze burgerberaden gaan ingelote inwoners met elkaar in gesprek over maatschappelijke vraagstukken en formuleren zij gezamenlijk aanbevelingen voor beleidsmakers.

De groeiende belangstelling roept de vraag op of burgerberaden inmiddels een vaste plek hebben gekregen binnen de lokale democratie. Om dit te onderzoeken, vergeleek studentonderzoeker Isa Huizinga van het lectoraat Public Governance de coalitieakkoorden van de 32 grootste Nederlandse gemeenten voor de perioden 2022–2026 en 2026–2030.

De uitkomsten laten een opvallende ontwikkeling zien: gemeenten organiseerden de afgelopen jaren meer burgerberaden dan hun oorspronkelijke plannen deden vermoeden. Tegelijkertijd spreken minder gemeenten in hun nieuwe coalitieakkoorden de ambitie uit om ermee door te gaan.

Meer burgerberaden dan vooraf gepland

In 2022 hadden 9 van de 32 onderzochte gemeenten in hun coalitieakkoord het concrete voornemen opgenomen om een burgerberaad te organiseren. Nog eens 7 gemeenten noemden het als mogelijke innovatieve vorm van inwonersparticipatie.

In de praktijk bleek de belangstelling groter. Tussen 2022 en 2026 werden in deze gemeenten in totaal 22 burgerberaden georganiseerd, verspreid over 17 gemeenten. Opvallend is dat 9 van deze gemeenten vooraf geen concreet voornemen hadden vastgelegd in hun coalitieakkoord.

Van de 9 gemeenten die dat wel hadden gedaan, hebben er 8 hun plannen daadwerkelijk uitgevoerd.

Deze cijfers laten zien dat burgerberaden zich in de afgelopen jaren ook buiten de oorspronkelijke politieke afspraken om hebben ontwikkeld. Gemeenten bleken bereid om met deze participatievorm aan de slag te gaan, zelfs wanneer dit niet expliciet in hun coalitieakkoord stond.

Minder concrete plannen voor de komende vier jaar

Hoewel burgerberaden de afgelopen jaren terrein hebben gewonnen, is het nog onzeker of deze ontwikkeling zich voortzet.

In de nieuwe coalitieakkoorden voor 2026–2030 spreken 7 gemeenten de ambitie uit om een burgerberaad te organiseren: Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Groningen, Nijmegen, Haarlem en 's-Hertogenbosch. Dat zijn er twee minder dan in 2022.

Ook het aantal gemeenten dat burgerberaden noemt als mogelijke of innovatieve participatievorm is afgenomen. Waar dit in 2022 nog bij 7 gemeenten het geval was, noemt in 2026 slechts één gemeente deze mogelijkheid.

Deze afname hoeft niet direct te wijzen op een verminderde belangstelling. Het kan ook betekenen dat gemeenten inmiddels gerichter afwegen wanneer zij een burgerberaad willen inzetten. Waar het instrument eerder vooral als vernieuwende mogelijkheid werd gezien, maken gemeenten nu mogelijk bewustere keuzes over de toepassing ervan.

Eerdere ervaring betekent niet automatisch een vervolg

Opvallend is dat gemeenten die al een burgerberaad hebben georganiseerd, niet vanzelfsprekend besluiten om dit opnieuw te doen.

Van de 17 gemeenten die tussen 2022 en 2026 een burgerberaad organiseerden, hebben er 6 opnieuw een concreet voornemen opgenomen in hun coalitieakkoord: Amsterdam, Rotterdam, Groningen, Nijmegen, Haarlem en 's-Hertogenbosch.

Andere gemeenten, waaronder Arnhem, Zoetermeer, Leiden en Maastricht, hebben het burgerberaad niet opnieuw opgenomen, ondanks hun eerdere ervaringen. Van de 9 gemeenten die in 2022 een concreet voornemen hadden, hebben er 5 dat in 2026 opnieuw vastgelegd.

Waarom sommige gemeenten niet expliciet kiezen voor een vervolg, is op basis van de coalitieakkoorden niet vast te stellen. Mogelijk ontbreekt voldoende politieke steun, maar het kan ook zijn dat burgerberaden inmiddels als een reguliere participatievorm worden beschouwd en daarom niet meer afzonderlijk worden genoemd.

Het ontbreken van een burgerberaad in een coalitieakkoord betekent dus niet automatisch dat een gemeente er geen toekomst meer in ziet.

Verschillende ambities in de vier grootste steden

Ook binnen de vier grootste Nederlandse gemeenten, de G4, lopen de ambities uiteen.

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht organiseerden tussen 2022 en 2026 allemaal één of meerdere burgerberaden. Toch kiezen zij in hun nieuwe coalitieakkoorden niet allemaal voor een expliciet vervolg.

Amsterdam en Rotterdam hebben opnieuw plannen opgenomen. Amsterdam wil onder meer een burgerberaad organiseren in stadsdeel Zuidoost en noemt daarnaast een stadsbreed burgerberaad over de coöperatieve stad. Rotterdam spreekt de ambitie uit om een vervolg te geven aan het burgerberaad, maar heeft hiervoor nog geen specifiek onderwerp vastgesteld.

In de coalitieakkoorden van Den Haag en Utrecht wordt het burgerberaad niet genoemd. Toch wordt in Utrecht al nagedacht over een mogelijk volgend burgerberaad.

Dit onderstreept dat politieke voornemens op papier niet altijd een volledig beeld geven van de daadwerkelijke ontwikkelingen binnen gemeenten.

Van experiment naar vaste plek in de lokale democratie?

De analyse laat zien dat burgerberaden meer zijn dan een tijdelijke hype. In de afgelopen vier jaar zijn ze op grotere schaal ingezet dan op basis van de coalitieakkoorden werd verwacht. Daarmee hebben burgerberaden zich ontwikkeld tot een herkenbare vorm van inwonersparticipatie.

Tegelijkertijd is het nog te vroeg om te spreken van een structurele plek binnen het gemeentelijke participatiebeleid. Minder gemeenten leggen nieuwe ambities vast en eerdere ervaringen leiden niet automatisch tot een volgend burgerberaad.

De komende jaren worden daarom bepalend. Blijven gemeenten burgerberaden inzetten als middel om inwoners actief bij besluitvorming te betrekken? Of blijft het vooral een instrument dat bij specifieke vraagstukken wordt toegepast?

Eén ding is duidelijk: het burgerberaad heeft zijn plek op de politieke agenda veroverd. De komende jaren moeten uitwijzen of het ook een blijvende plek krijgt in de lokale democratie.

Door Isa Huizinga, studentonderzoeker bij het lectoraat Public Governance van De Haagse Hogeschool.