Mensen met een verstandelijke beperking lopen net als ieder ander risico op huidschade door de zon. Toch krijgt zonbescherming binnen deze doelgroep nog weinig aandacht. Tijdens de Special Olympics onderzochten onderzoekers van lectoraat Relationele Zorg hoe atleten hun gezicht beschermen tegen de zon en welke rol begeleiders daarbij spelen.

Mensen met een verstandelijke beperking zijn ondervertegenwoordigd in wetenschappelijk onderzoek en gezondheidszorg. Gezondheidsproblemen worden daardoor regelmatig te laat of verkeerd herkend. Ook preventieve zorg, zoals bescherming tegen schadelijke uv-straling, krijgt vaak onvoldoende aandacht. Begeleiding, motorische beperkingen en het ontbreken van vaste routines maken goed zonbeschermend gedrag extra uitdagend.

Doel

Inzicht krijgen in het zonbeschermend gedrag van atleten met een verstandelijke beperking en de rol van begeleiders bij het voorkomen van zonschade. Het doel van dit onderzoek was inzicht verkrijgen in het bewustzijn van beperken van zonschade en daadwerkelijk zonbeschermend smeergedrag van atleten met een verstandelijke beperking en de rol van hun begeleiders daarbij.

Methode

Tijdens de Special Olympics (12 juni 2026) in Haarlem onderzochten onderzoekers hoe deelnemers hun gezicht insmeerden met zonnebrandcrème. Deelnemers kregen een korte uitleg, smeerden hun gezicht in zoals zij dat normaal doen en werden daarna gecontroleerd met een uv-spiegel welke delen van het gezicht ze wel of niet hadden ingesmeerd. 

Resultaten 

Uit de nulmeting met behulp van een uv-spiegel, bleek dat het merendeel van de deelnemers zich vooraf niet had ingesmeerd (slechts 7 van de 77 deelnemers hadden bij binnenkomst zonnebrandcrème op hun gezicht). Op een dag waar zonbescherming wel werd aangeraden vanwege de zonkracht werd atleten gevraagd of zij hun gezicht wilden insmeren. 94% wilde dat meteen doen. 

Deelnemers kregen de vrijblijvende vraag of ze zonnebrandcrème (factor 50) op hun gezicht wilden smeren. Ze kregen van de onderzoekers de gepaste hoeveelheid crème aangereikt op twee vingers van een hand. Na controle in de uv-spiegel bleek dat vooral zichtbare delen van het gezicht, zoals wangen en voorhoofd, redelijk goed werden beschermd. Oren, hals en lippen werden juist vaak vergeten tijdens het insmeren. 

Begeleiders gaven aan dat vaste routines en herinneringssystemen meestal ontbreken. Hoewel basiskennis over zonbescherming aanwezig is, zowel bij atleten als bij coaches en begeleiders, blijkt consequent en volledig insmeren in de praktijk lastig. Een barrière die veel genoemd werd door de coaches/begeleiders is dat er vanwege financiële redenen onvoldoende zonnebrandcrème beschikbaar was voor het team.

Impact

Het project draagt bij aan meer bewustwording over zonbeschermend gedrag bij mensen met een verstandelijke beperking. De resultaten bieden handvatten voor begeleiders, coaches en organisaties om eenvoudige en vaste smeerroutines te ontwikkelen. Daarmee kan de kans op verbranding en huidschade bij deze doelgroep worden verminderd en dus de druk op de zorg in de toekomst afnemen.

Samenwerking

Special Olympics, Thijs van Attekum

Team 

dr. Yvonne van Zaalen, drs. Astrid Stift, Rowie van Drie (Huidtherapeut), Nadine Broere (Huidtherapeut) en Kirsten Koetsier (Begeleidingskundige)

Contact 

Wil je meer weten over het onderzoek? Dan kun je contact opnemen met Astrid Stift.

Zie ook pagina: Weren – kleren – smeren | De Haagse Hogeschool