Meer bewegen voor jonge kinderen
3 februari 2026
Het beweeggedrag van jonge kinderen verslechterd en dat is zorgwekkend. Binnen Act2Act werken onderzoekers aan een grote systemische verandering om de intrinsieke beweegdrang van kinderen van 3-6 jaar te behouden.
Beweeggedrag van kinderen zorgwekkend
Twee op de vijf jonge kinderen bewegen te weinig en één op de drie ontwikkelt zich motorisch zorgwekkend. (Koolwijk et al., 2024). Deze bevindingen benadrukken de noodzaak van vroege interventies. Het huidige aanbod is onvoldoende om hier op landelijke schaal verandering in aan te brengen (Koolwijk et al., 2023). Het merendeel van de beweeginterventies gericht op jonge kinderen is nog niet ontwikkeld vanuit een systemische of integrale benadering, wat betekent dat ze vaak geen rekening houden met de grotere context van het systeem waarin kinderen en hun ouders/verzorgers zich bevinden. Experts zijn het erover eens dat een integrale benadering op verschillende niveaus noodzakelijk is om beweegstimulering bij jonge kinderen als maatschappelijke uitdaging aan te pakken (Singh et al., 2023).
Systemische verandering inrichten
Binnen het Act2Act project werken onderzoekers daarom samen met maar liefst 42 partners uit het onderwijs, ondernemers, GGD, zorgprofessionals, buurthuizen, kinderdagverblijven, gemeenten en sportbonden en - verenigingen. Daarbij zijn de belangrijkste betrokkenen de ouders en kinderen zelf. Door op deze schaal te opereren, wordt er gewerkt aan een systemische verandering. De partners werken met elkaar aan het ontwikkelen van de aanpak en nemen allemaal hun eigen expertise mee.
In de aanpak worden verschillende methoden gecombineerd. Allereerst worden de ‘Hefbomen’ voor systemische verandering in het beweeggedrag van kinderen van 3 t/m 6 jaar geïdentificeerd. Daarnaast worden in regio Haaglanden en Groningen systeemaanpakken vormgegeven. Uiteindelijk zullen de geleerde lessen actief met de doelgroepen gedeeld worden via een platform. Op die manier kan iedereen met de systemische verandering aan de slag.
De partners werken met elkaar aan het ontwikkelen van de aanpak en nemen allemaal hun eigen expertise mee
Unieke onderzoeksmethode
Bij de combinatie van onderzoeksmethoden wordt gebruikgemaakt van een unieke vorm van participatief actieonderzoek: Photovoice. Hierbij doen kinderen echt mee als participant door het invullen (met ouders/verzorgers of leerkrachten) van een Doeboekje: een werkboek met simpele vragen over bewegen. Aan het doeboekje zit ook een foto opdracht gekoppeld, namelijk om foto's te maken van plekken waar zij het leuk vinden om te bewegen en waar zij dit minder leuk vinden. Dit doen de kinderen in drie contexten: in huis; rondom huis en in de wijk. Kinderen gaan samen met een ouder op pad om de foto's te maken. Om aan te sluiten bij de beleefwereld van de kinderen krijgen zij een knuffelaap mee (Arie de Aap). De aap zetten ze op de foto op plekken waar ze het leuk vinden om te bewegen. Na de opdracht mogen ze de aap houden.
De photovoice methode wordt in onderzoek gebruikt als hulpmiddel om de stem van complexe doelgroepen of complexe vraagstukken te bespreken. Kinderen van 3-6 jaar kunnen zichzelf in een interview nog minder goed uitdrukken. Met het gebruik van de foto's hopen wij het korte gesprek toch aan te kunnen gaan.
De Photovoice methode wordt gebruikt als hulpmiddel om de stem van complexe doelgroepen of complexe vraagstukken te bespreken
Bewegen is voor iedereen
Gezondheidsverschillen worden groter en groter. Dit project werkt via systematische verandering aan het tegengaan hiervan. Binnen ACT2ACT zijn er maatregelen genomen om op verschillende manier aan een gelijke behandeling te werken. Zo zijn er in regio Haaglanden verschillende wijken in Den haag en Rijswijk betrokken bij dit project. Hierdoor verwachten de onderzoekers meer variatie in de deelnemers, die een groot deel van de inwoners van regio Haaglanden vertegenwoordigen. Ook worden de verschillen tussen jongens en meisjes meegenomen en houden de onderzoekers rekening met kinderen uit een eenoudergezin.
Door het betrekken van buurthuizen en de gemeente worden ook kinderen betrokken die niet al naar een sportvereniging gaan of waarbij ouders niet de financiële mogelijkheden hebben om betaalde naschoolse activiteiten te faciliteren voor hun kinderen. Met deze inclusieve onderzoeksmethode streven de onderzoekers naar het antwoord op de vraag: Hoe behouden we de intrinsieke beweegdrang van kinderen van 3 t/m 6 jaar?
Meer lezen over dit project en de voortgang? Bekijk de projectpagina.