Breadcrumb
Inzicht in de echte waarde van remanufacturing
25 maart 2026
Hoe groot is de milieuwinst van onderdelen die een tweede of derde leven krijgen? Het onderzoeksteam van Best ECO-op ontwikkelde een methode en rekentool voor de ecologische voetafdruk en kosten van remanufacturing.
Hoe groot is de milieuwinst van onderdelen die een tweede of zelfs derde leven krijgen? En hoe toon je dat eerlijk en overtuigend aan? Het onderzoeksteam van Best ECO-op, bestaande uit het lectoraat Smart Sustainable Manufacturing van De Haagse Hogeschool en verschillende maakbedrijven, zocht dat uit.
Het resultaat is een praktische methode en rekentool waarmee bedrijven de ecologische voetafdruk en kosten van remanufacturing kunnen berekenen. Bedrijven hebben daarmee een instrument in handen, waarmee ze de waarde van circulaire productie zichtbaar maken.
Van ambitie naar bewijs
Al jaren werken enkele maakbedrijven in het mkb aan duurzame, circulaire oplossingen. Vaak gaan deze gepaard met hogere initiële kosten en is het moeilijk om de milieuwinst van herbruikbare producten goed te onderbouwen. Volgens docent-onderzoeker en projectleider Hugo Makkink was dat precies de aanleiding voor project Best ECO-op. “Onze projectpartners, Botau Engineering, CS Staal en HTC Speedgates, verduurzamen op hun eigen, innovatieve manier. Ze willen aantonen hoe ‘groen’ ze zijn, maar daar bestond nog geen goede standaard voor.”
Frustratie
“Bedrijven die circulair produceren zijn intrinsiek gemotiveerd,” zegt Hugo, “maar raken gefrustreerd dat hun inspanningen niet altijd worden beloond. In aanbestedingen of publieke inkoopprocessen valt de keuze vaak op een nieuw, goedkoop product, terwijl een remanufactured product een veel lagere milieubelasting kan hebben. Deze bedrijven willen laten zien: kijk, dit is écht duurzamer dan het alternatief.”
Complexe puzzel
Het berekenen van de milieu-impact van een nieuw product kan met een levenscyclusanalyse (LCA). Een stuk ingewikkelder wordt het als een product meerdere levens krijgt. Bij remanufacturing spelen namelijk meerdere factoren tegelijk: het materiaal en de energie om een product te maken, het energiegebruik tijdens de totale levensduur en uiteindelijk de verwerking aan het einde van de levenscyclus. “Als een product twee of drie levens heeft en misschien ook verschillende eigenaren, hoe verdeel je die milieu-impact dan eerlijk?” vertelt Hugo. “Dat was de kernvraag van het onderzoek, dat ik samen met Jenna Coward en Emiel Kaper uitvoerde.”
Ecologische impact bepalen
Het onderzoeksteam wilde een eerlijk model ontwikkelen en voorkomen dat bijvoorbeeld alle milieuwinst bij één partij terechtkomt, terwijl andere partijen juist het ontwerp of hergebruik mogelijk maken. Ze onderzochten bestaande methoden, analyseerden sterke en zwakke punten en ontwikkelden uiteindelijk een eigen aanpak. Een methode die de ecologische impact van een product eerlijk en transparant verdeelt over meerdere levenscycli. Om de methode praktisch toepasbaar te maken, ontwikkelde het projectteam een rekentool waarmee bedrijven zelf scenario’s kunnen doorrekenen.
Betere besluiten nemen
“Het belangrijkste resultaat is dat bedrijven nu zelf inzicht krijgen in de voordelen van remanufacturing,” zegt Jenny Coenen, lector Smart Sustainable Manufacturing. “Voorbeelden zijn uitgewerkt met duidelijke grafieken. Bedrijven kunnen daarmee eenvoudig het gesprek voeren met klanten, leveranciers of gemeenten.” Met de ontwikkelde methode en rekentool kunnen bedrijven bijvoorbeeld de ecologische voetafdruk van hun remanufactured producten berekenen en de kosten en milieulasten eerlijk verdelen over meerdere levenscycli. Zo zijn circulaire producten beter te onderbouwen in aanbestedingen en worden duurzame keuzes aantrekkelijker. “Tot nu toe werd vooral gekeken naar technische haalbaarheid en kosten,” zegt Hugo. “Maar nu kunnen we ook iets zeggen over de ecologische impact. Dat helpt om betere beslissingen te nemen.”
Brug slaan tussen onderwijs en praktijk
De samenwerking van het onderzoeksteam van De Haagse Hogeschool met verschillende bedrijven uit de maakindustrie en brancheorganisatie Metaalunie is een belangrijke kracht van het project. “Veel bedrijven hebben niet de tijd of middelen om zo’n methodiek zelf te ontwikkelen,” zegt Jenny. “Praktijkonderzoek kan een brug slaan tussen de academische wereld en de dagelijkse praktijk.”
Brede standaard voor milieu-impact
Het project is intussen formeel afgerond. De methode en rekentool zijn openbaar beschikbaar en bedrijven en organisaties kunnen deze gebruiken en doorontwikkelen. De verwachting is dat de impact groeit en dat er uiteindelijk een brede standaard ontstaat voor het berekenen van de milieu-impact van remanufacturing.
Circulaire economie
Vooral bij publieke inkoop kan de methode een belangrijke rol spelen. Hugo: “Overheden kunnen duurzaamheid nu beter vergelijken, waardoor ze sneller kiezen voor circulaire producten. Bedrijven die hierin investeren krijgen daardoor een grotere markt en de zichtbaarheid van hergebruikte producten neem toe.” Met Best ECO-op is een belangrijke stap gezet om de circulaire economie te laten groeien: een meetbaar bewijs van duurzame waarde.
Meer informatie
Wil je meer weten over het project Best ECO-op of samenwerken met het lectoraat Smart Sustainable Manufacturing? Bekijk de projectpagina of neem contact op met Hugo Makkink [email protected].