Voor het eerst presenteren op een congres in Spanje, over co-creatie met jonge kinderen via de photovoice-methode. Katja Bel – onderzoeker binnen het lectoraat Gezonde Leefstijl in een Stimulerende Omgeving – maakte het eind mei mee. Met haar onderzoeksgroep ACT2ACT richt ze zich op de systeemverandering die nodig is om kinderen van 3 tot en met 6 jaar voldoende te laten bewegen. In Cádiz werd bevestigd dat hun onderzoek een prominente plek inneemt binnen de internationale wetenschappelijke community. Wat zijn de bevindingen tot nu toe en hoe gaat Katja verder met de congreservaring? 

Het jaarlijkse congres van International Society of Behavioral Nutrition and Physical Activity (ISBNPA) is hét internationale congres op het gebied van fysieke activiteit, voeding en gedragsverandering. Er zijn honderden presentaties verdeeld over een aantal themasessies. Katja ging erheen met HHs-collega Sanne de Vries, tevens projectleider van ACT2ACT, en collega-onderzoekers van andere kennisinstellingen uit het onderzoeksconsortium. Haar presentatie viel onder participatief actieonderzoek. Hoe heeft ze het ervaren? "Je wilt zoveel vertellen en 6 minuten is heel kort", lacht Katja. "Dat dwingt je om heel goed na te denken over je boodschap.”

Photovoice bij jonge kinderen

Met haar presentatie ging Katja dieper in op het gebruik van photovoice. Dat is een onderzoeksmethode waarbij deelnemers zelf foto's maken van hun leefomgeving, die vervolgens als gespreksonderwerp dienen. ACT2ACT past die methode toe op een echt jonge doelgroep: kinderen van 3 tot en met 6 jaar. "We geven kinderen een doeboekje", legt Katja uit. In het doe boekje staan simpele vragen over hun achtergrondkenmerken en over bewegen. "Ze maken foto's van plekken waar ze het leuk vinden om te bewegen én van plekken waar ze dat niet leuk vinden. Daar praten we dan over." 

Om aan te sluiten bij de beleefwereld van de jonge kinderen krijgen ze een knuffelaap mee, ‘Arie de Aap’. Deze nemen ze dan mee op pad en zetten ze op de foto's waar ze het leuk vinden om te bewegen. Je merkt dat de aap goed in de smaak valt. 

Veranderlijke interesses

Voor onderzoeksconclusies is het nog te vroeg, maar eerste bevindingen zijn er wel. Binnen de leeftijdscategorie 3-6 jaar zijn de verschillen al enorm, om te beginnen. "Een kind van 3 kan de vraag 'waarom vind je dit leuk?' nauwelijks beantwoorden. Antwoorden zijn vaak: ‘Ik hou van klimmen’ of ‘Ik speel graag met mijn vrienden buiten’. Een kind van 6 kan dat vaak al beter. Ook zit er veel verschil in karakters. Sommige kinderen zijn zo verlegen dat er in een eerste gesprek weinig mogelijk is. Wat ook opvalt: de interesses van kinderen zijn vluchtig. "Als een vriendje iets leuks heeft gedaan, wil de ander dat ook leuk vinden. Je weet niet altijd of dit is wat het kind volgende week nog steeds het meest aanspreekt.” Deze manier maakt mogelijk om ook de stem van de kinderen waar het uiteindelijk allemaal om draait ook mee te kunnen nemen in het onderzoek. 

Andere onderzoekers doen ook photovoice, maar dan met oudere kinderen. Ze vonden onze aanpak inspirerend.

De reacties op Katja’s presentatie in Spanje waren enthousiast. Het co-creëren met zulke jonge kinderen werd als bijzonder en inspirerend ervaren. "Andere onderzoekers doen ook photovoice, maar dan met oudere kinderen. Die kunnen de foto’s zelf maken. Maar zulke jonge kinderen? Dat roept de vraag op: hoe doe je dat? Het motiveert mij om te merken dat wij op dat vlak vooroplopen."

Systeemaanpak internationaal omarmd

Voor Katja zelf was de bredere conferentie-ervaring ook heel waardevol. Duidelijk werd dat het thema systeemdenken – hoe je op meerdere niveaus tegelijk ingrijpt om gedragsverandering te bewerkstelligen – internationaal volop in de belangstelling staat. "Logisch ook, want het is bekend dat focussen op één onderdeel simpelweg te weinig effect heeft. Allerlei contexten hebben invloed op het beweeggedrag van jonge kinderen.”

Katja merkte dat andere landen met vergelijkbare methoden en study designs werken: “Mijn conclusie is dat we met de systeemaanpak van ACT2ACT in de voorhoede van de wetenschappelijke community wereldwijd zitten. Dat geeft vertrouwen. Ik vind het ook mooi dat wij dit consequent mét de doelgroep en professionals doen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het gebeurt in de praktijk echt niet altijd. Bij ons is iedereen betrokken in het proces".

Er was een evaluatieframework dat perfect zou kunnen aansluiten op wat wij nu doen.

Met een goed gevoel over de eigen aanpak én een notitieboekje vol inspiratie reisde Katja terug naar Nederland. Notities van onderzoeken, frameworks en modellen die ze nog wil bestuderen. "Er was een evaluatieframework dat perfect zou kunnen aansluiten op wat wij nu doen. Daar ga ik me dus in verdiepen.” Verder zal ze blijven doen wat ze al deed, want dat is prima gebleken. Dat betekent ook vaak naar het buurthuis gaan, om haar gezicht te laten zien, vertrouwen te creëren bij de ouders daar en zo te zorgen dat kinderen uit alle lagen van de bevolking meewerken aan het onderzoek. Op die manier zet Katja zich in voor de doelgroep en wordt iedereen meegenomen in het onderzoek.

Meer lezen over het project? Beter bewegen van 3-6 jarige kinderen (ACT2ACT) | De Haagse Hogeschool

Image
ACT2ACT
Image
ACT2ACT