Onderzoekers van De Haagse Hogeschool schuiven steeds vaker aan in Brussel. Zo nemen Rizal Sebastian en Helen van Broekhuijsen sinds kort deel aan een taskforce, waar zij de Europese Commissie adviseren over de toekomst van industrieel bouwen. Hun deelname staat niet op zichzelf. Via Europese netwerken, samenwerking en belangenbehartiging bouwt De Haagse aan een steeds sterkere positie als Europese kennispartner. Maar wat levert dat concreet op voor onderzoek, onderwijs en de praktijk? We spraken met Rizal Sebastian, Maaike de Loor en Remmelt de Weerd over wat dat in de praktijk betekent.

Meedenken over de bouw van de toekomst

Lector Rizal Sebastian en docent-onderzoeker Helen van Broekhuijsen van het lectoraat Future Urban Systems zijn geselecteerd voor de EU Task Force on Offsite Construction, onderdeel van het High Level Construction Forum. In deze taskforce denken experts uit verschillende Europese landen mee over de toekomst van industrieel en modulair bouwen. Rizal vertelt: “Bij offsite construction komen bouwdelen kant-en-klaar op de bouwplaats aan. Dat scheelt mankracht en grondstoffen. We hebben te maken met een woningcrisis, een grondstofcrisis én een arbeidstekort. Efficiënt bouwen is de oplossing.”

Dicht op het EU-vuur zitten is een privilege.

- Rizal Sebastian 

De taskforce adviseert de Europese Commissie over de ontwikkeling van beleid en beoordeelt onder meer of plannen innovatief en uitvoerbaar zijn. Voor de deelnemers levert dat meer op dan alleen invloed op beleid: ze krijgen ook vroegtijdig toegang tot nieuwe kennis, internationale netwerken en toekomstige onderzoeksprogramma's.

Rizal: “Dicht op het EU-vuur zitten is een privilege, om te beginnen voor onderzoek. We schrijven als het ware de call (onderzoeksopgave) waar we als lectoraat straks zelf op kunnen reageren.” 

We weten als eerste wat er speelt en kunnen onze studenten klaarstomen voor de toekomst.

- Rizal Sebastian

Die kennis vindt ook direct zijn weg naar het onderwijs. “Met EU-mensen om de tafel zitten, betekent dat je als eerste weet wat er in de sector speelt”, vervolgt Rizal. “We kunnen anticiperen op trends en onze studenten klaarstomen voor de toekomst. Als wij horen dat er over vijf jaar een nieuwe EU-norm komt, neemt Helen dat meteen mee in de opdrachten voor de studenten.” 

Praktijkgericht onderzoek op de Europese agenda

Dat onderzoekers van De Haagse steeds vaker aan Europese tafels aanschuiven, is geen toeval. Maaike de Loor werkt hier hard aan. Zij is in opdracht van het lectoraat Changing Role of Europe momenteel de liaison officer bij UASNL, waar 23 hogescholen bij zijn aangesloten.

“Ik leg verbindingen voor alle Nederlandse lectoren op het Europese speelveld. En ik doe mijn best om de meerwaarde van praktijkgericht onderzoek terug te laten komen in de beleidsdocumenten van de Europese Unie.” 

Maaike vervolgt: “Uiteindelijk wil je dat lectoraten hun kennis laten werken voor de Europese gemeenschap. Wij leveren niet alleen producten en kennis, maar ook bruikbare oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen in Europa. Docent-onderzoekers staan midden in de maatschappij. Die ontzettende innovatiekracht mag meer benadrukt worden.”

In de twee jaar dat Maaike liaison officer is, zijn de eerste resultaten zichtbaar. De vraag om een overzicht van praktijkgericht onderzoek met voorbeelden van Eurocommissaris Ekaterina Zaharieva in juni 2025 is een mooi voorbeeld. “Zij zag in dat het uniek is wat er bij ons gebeurt.” 

Europese ambities, lokale impact

De opbrengst van Europese samenwerking reikt verder dan Brussel. Volgens Remmelt de Weerd, onderzoeker bij het lectoraat Changing Role of Europe, profiteren onderzoekers, docenten en studenten daarvan. Hij onderzoekt welke factoren hogescholen helpen om succesvol actief te zijn in Europa. Volgens hem is het belangrijk dat onderzoekers weten wat er op Europees niveau speelt. Die kennis versterkt niet alleen het onderzoek, maar vindt ook haar weg naar het onderwijs.

"Al onze studenten gaan werken en zij gaan allemaal – in welke sector dan ook – het effect voelen van het beleid dat binnen de Europese Unie wordt gemaakt.", zegt Remmelt.

“Onze oud-studenten merken de invloed van Brussel bijvoorbeeld doordat nieuwe wet- en regelgeving verandert wat er van hen nodig is”, vervolgt Remmelt. "Daarnaast krijgen ze in hun werk steeds vaker de kans om bij te dragen aan uitdagingen die ons land overstijgen. Denk aan digitale veiligheid, duurzaamheid, fysieke veiligheid, autonomie en een sterke, innovatieve economie. De ambities die op Europees niveau worden geformuleerd, hebben uiteindelijk direct effect op wat er in Nederlandse wijken en bedrijven gebeurt." 

Als lectoraat kun je via een Europees programma de impact van je onderzoek enorm vergroten.

- Remmelt de Weerd

Voor een hogeschool is het volgens Remmelt essentieel dat onderzoekers en lectoren weten wat er op Europees niveau speelt binnen hun vakgebied. Daardoor begrijpen ze niet alleen de impact van Europees beleid, maar zien ze ook de kansen om bij te dragen aan internationale uitdagingen. Bovendien kun je als lectoraat onderdeel worden van een Europees programma en zo de impact van je eigen onderzoek enorm vergroten.