Kenniscentrum Global and Inclusive Learning

iKUDU: ontwikkeling van internationalisering van het curriculum door middel van virtuele COIL-uitwisselingsprojecten (Collaborative Online International Learning) tussen Zuid-Afrikaanse en Europese instellingen voor hoger onderwijs.

Het iKUDU-project is een door de EU gefinancierd capaciteitsopbouwproject dat gericht is op het opzetten van een praktijkgemeenschap voor COIL en de rol die dit kan spelen bij de internationalisering van het curriculum. Er zijn tien instellingen voor hoger onderwijs bij betrokken: vijf in Zuid-Afrika en vijf in Europa, waaronder De Haagse Hogeschool.  

Het project bestaat uit twee hoofdteams. 


Het project is een door de EU gefinancierd capaciteitsopbouwproject dat gericht is op het opzetten van een praktijkgemeenschap voor COIL en de rol die dit kan spelen bij de internationalisering van het curriculum. Er zijn tien instellingen voor hoger onderwijs bij betrokken: vijf in Zuid-Afrika en vijf in Europa, waaronder De Haagse Hogeschool. Deze betrokken universiteiten verschillen enorm van elkaar, zowel wat betreft het type universiteit als de expertise ervan op het gebied van COIL en internationalisering. Twee betrokken universiteiten in Zuid-Afrika worden historisch beschouwd als achtergesteld, en er doen twee technologische universiteiten en één onderzoeksuniversiteit mee. In Europa zijn er drie onderzoeksuniversiteiten en twee hogescholen die deelnemen. iKUDU wil de aanwezige diversiteit gebruiken om een Zuid-Afrikaans concept van Inversion of Control (IoC) te creëren, dat in de brede context van het curriculum zal worden ingebed. 

Het project bestaat uit twee hoofdteams. Het eerste team richt zich op de gewenste mate van internationalisering van het curriculum bij alle deelnemende universiteiten door middel van een waarderend onderzoek. Er is voor deze benadering gekozen omdat zo rekening gehouden kan worden met de specifieke context van elke universiteit. Waarderend onderzoek stelt elke universiteit in staat dezelfde fasen te doorlopen om een resultaat te bereiken dat gebaseerd is op het leren van elkaar, maar gericht is op de specifieke context van elke universiteit. 

Het tweede team richt zich op de COIL-projecten zelf. Het is de bedoeling om in de loop van drie jaar 55 COIL-projecten op te zetten, waarmee in totaal meer dan 5000 studenten en meer dan 80 academici worden bereikt. Daarbij zullen academici worden gevraagd om hun cursus te ‘coilen’, worden deze academici gekoppeld aan samenwerkingsverbanden tussen Noord en Zuid en worden ze opgeleid om hun ‘gecoilde’ cursussen te helpen implementeren en deze achteraf te evalueren. 

Met deze aanpak kunnen verschillende belanghebbenden bereikt worden. Ten eerste zullen de studenten direct kunnen deelnemen aan een ‘gecoilde’ cursus, waardoor cultureel begrip en vaardigheden worden ontwikkeld om te leven en te werken in een multiculturele en onderling verbonden wereld. Ten tweede zullen de academici worden opgeleid om zelfstandig COIL-cursussen op te zetten en te onderwijzen, door te leren van zowel de best practices als hun eigen ervaringen. Ten derde zal universitair personeel de internationalisering van het curriculum in de juiste context kunnen plaatsen voor hun universiteit, en de rol die COIL daarin kan spelen. Ten vierde zal de gevestigde praktijkgemeenschap de internationale betrekkingen tussen Noord en Zuid nog jarenlang bevorderen. Alle belanghebbenden (onderwijzend personeel, academisch ondersteunend personeel, bestuurders, onderzoekers, studenten en universiteitsleiders) worden ambassadeurs voor de internationalisering van curricula en virtuele uitwisselingen in het hoger onderwijs.