‘Wat is er mooier dan een lectoraat dat de fysieke vertaling is van ‘onderzoekend leren met impact’, het motto van De Haagse Hogeschool?’ Zo opende Elisabeth Minnemann, voorzitter van het College van Bestuur, op 25 mei het 10-jarig jubileum symposium van het Lectoraat Gezonde Leefstijl in een Stimulerende Omgeving (GLSO).

Lovende woorden en een daverend applaus volgden voor tien jaar impactvol praktijkgericht onderzoek dat het lectoraat doet onder leiding van lector en directeur Kenniscentrum Health Innovation Sanne de Vries. Het symposium vervolgde met een terugblik en vooruitblik van Sanne, twee workshoprondes gefaciliteerd door de onderzoekers en samenwerkingspartners van het lectoraat, een interactieve markt en borrel tot slot. We blikken graag terug op deze dag.

Gezonde leefstijl voor iedereen

De Haagse Hogeschool bepaalde onlangs haar strategische onderzoeksagenda voor de komende jaren. De drie thema’s waarop gefocust gaat worden, zijn: digitale toekomst, duurzaamheid en een rechtvaardige & gezonde samenleving. Vooral dit laatste thema past goed bij het lectoraat GLSO. Zoals het lectoraat in haar toekomstdromen voor de samenleving heeft geformuleerd (zie hiervoor het speciaal uitgegeven jubileumtijdschrift van GLSO), streeft de onderzoeksgroep naar een samenleving waarin elk kind de kans heeft zich te ontwikkelen en leeft in een gezonde omgeving die uitnodigt om te bewegen en gezonde voedingskeuzes te maken. Op dit moment heeft helaas niet ieder kind de kans, capaciteit en mogelijkheden om een gezond leven te leiden. Het kan echter niet zo zijn dat alleen ‘the happy few’ de mogelijkheden en middelen hebben te fietsen, sporten, buiten te spelen en gezond te eten. Het lectoraat werkt hard aan het streven om voor iedereen een gezonde leefstijl mogelijk te maken. Dit sluit niet alleen aan bij de Hogeschool, maar ook bij de regio en de stad Den Haag; de stad van vrede en recht.

De focus verschuift

In de afgelopen jaren is de gezond- en fitheid van kinderen en volwassenen veranderd, voornamelijk in negatieve zin. Dit komt niet alleen door maatschappelijke en economische trends, maar ook de sociale context speelt een grote rol. Tijdens hun workshop over speelvriendelijke steden benoemden onderzoekers Gerben Helleman en Karlijn Sporrel soortgelijke omgevingsfactoren die een negatieve invloed hebben op het buitenspelen van kinderen: ‘Steeds meer kinderen worden in hun vrije tijd naar georganiseerde activiteiten gebracht in een afgeschermde, veilige omgeving’. Veel ouders zien volop gevaren in de buitenwereld, zoals verwarde personen en onveilig verkeer waardoor kinderen veel minder vrijheid hebben om buiten te kunnen spelen en hun eigen buurt te ontdekken. 

Waar de focus tien jaar geleden nog op fitheid lag; ‘het bestrijden van fatness met fitheid’, aldus Sanne de Vries., verschoof de focus langzamerhand naar een breder begrip van een gezonde leefstijl, en van de kwantiteit van bewegen en eten naar de kwaliteit en redenen ervan. Van het wie en wat naar het waarom. Ook de context van bewegen en eten is belangrijker geworden; is de omgeving stimulerend om het juiste, gezonde gedrag te bevorderen? Er wordt hierbij niet alleen gekeken naar de fysieke en sociale context, maar ook naar de digitale leefwereld.

Waar technologie eerst nog een negatieve bijsmaak opleverde (‘kinderen gamen te veel en dat is ongezond’), wordt technologie nu op een constructieve manier verweven in het onderzoek. Er wordt gezocht naar oplossingen waarbij technologie een positieve bijdrage kan leveren aan de leefstijl van de jeugd.

Ondanks een aantal positieve ontwikkelingen is er nog veel werk aan de winkel. ‘Leefstijl veranderen gaat stapje voor stapje’, volgens Sanne de Vries. Die stappen zetten we gelukkig niet alleen. Vraagstukken uit de praktijk worden opgehaald en samen met een groot netwerk onderzocht.

Verbinding met andere werkvelden

De verbindingen die het lectoraat opzoekt zijn vaak interdisciplinair. Alleen zo kunnen we de wicked problems aanpakken. De inzichten en innovaties die ontstaan, zijn vervolgens ook vaak veel breder inzetbaar.

Zo presenteerde onderzoeker Danica Mast op het symposium haar recent ontwikkelde Participant Journey Map (PJM) voor speelse interactieve ervaringen met technologie. Deze tool geeft handvatten en inzichten om mensen te motiveren tot bewegen en spelen door inzet van interactieve technologie, zoals interactieve muren, vloeren en andere augmented reality toepassingen. De sessie maakte duidelijk dat de PJM een goed voorbeeld is van een breed toepasbaar en generaliseerbaar model. De PJM kan voor een diverse range aan interactieve ervaringen gebruikt worden: van interactieve sport- en speeltoestellen en exergames tot speelse exposities in musea.

Ook de link met het bedrijfsleven werd duidelijk op het symposium. Gasten van speeltoestellenbedrijf BOERplay ervoeren herkenning in en verbondenheid met het onderzoek. ‘We zijn al jaren werkzaam in de industrie, dus hebben een sterk onderbuikgevoel over wat wel of niet kan aanslaan. Toch is het fijn als dit gevoel onderbouwd kan worden door onderzoek.’ Door als bedrijf samen te werken met lectoraten kunnen we ervoor zorgen dat wetenschappelijke kennis niet alleen kennis blijft, maar vertaald wordt naar een wezenlijke toepassing die op de markt gebracht wordt.

 

Kinderen hebben sleutelrol in onderzoek

Alhoewel de betrokken volwassenen belangrijk zijn voor het bevorderen van een gezonde leefstijl bij jeugd, zijn de voornaamste stakeholders vaak kinderen. Om dicht op de praktijk te kunnen zitten, moet je in gesprek gaan en onderzoek doen met kinderen, vindt lectoraat GLSO. Wil je bijvoorbeeld weten wat de beste buitenspeelplekken zijn in een bepaalde buurt of hoe we kunnen helpen meer groente en fruit te eten? Vraag het de kinderen en jongeren zelf! Benieuwd waarom sommige spellen gaaf zijn en de moeite waard om nogmaals te spelen? Zet het kind in de hoofdrol en je vindt het antwoord door goed te kijken en luisteren.

Docent-onderzoekers Machteld van Lieshout, Maria Arias Arias, Wendy Scholtes-Bos en Katja Bel hebben dit nog onlangs toegepast in de zorgpraktijk. Op basis van input van onder andere kinderen werd een nieuwe app ontwikkeld voor kinderen met overgewicht. De Blended Care app is er om de kloof te dichten tussen de thuissituatie en het gezondheidscentrum en zo kinderen met overgewicht dagelijks te ondersteunen gezondere keuzes te maken. Een belangrijke vraag tijdens de ontwikkeling van de app was: hoe kunnen we alle wensen in de app includeren? Kinderen werden samen met hun ouders en zorgprofessionals in de sleutelrol gezet voor alle inhoudelijke input. Hun bevindingen werden door studenten met verschillende achtergronden verwerkt in een app.

Toch vallen er ook nog groepen kinderen buiten de boot. Er is lang veel aandacht geweest voor kinderen in de basisschoolleeftijd, maar ook bij peuters, kleuters, tieners en studenten is veel gezondheidswinst te behalen. Docent-onderzoeker Joris Hoeboer maakte samen met vakleerkrachten Lichamelijke Opvoeding Bart van Adrichem en Antoin Hoovers de vertaalslag van bestaande meetinstrumenten voor motoriek voor basisscholieren, naar leerlingen op het voortgezet onderwijs: de Athletic Skills Track-4, ook wel bekend als de MQ Scan. Bij deze test is het uitgangspunt dat de motorische vaardigheden van alle leerlingen in een klas binnen een gymles gemeten kunnen worden.

Geen laboratorium maar een gymzaal

Praktijkgericht onderzoek staat, zoals de naam al verklapt, in nauwe verbondenheid met de praktijk. Ook al lijkt dit een puur gegeven, toch is dit niet altijd het geval. Onderzoekers van het lectoraat maken bewust keuzes om de praktijksituatie waarin de casus zich voordoet, nadrukkelijk te betrekken bij het onderzoek. De gymzaal is voor lectoraat GLSO bijvoorbeeld een veelvoorkomende plek voor onderzoek.

Een voorbeeld waarbij onze onderzoekers daadwerkelijk met de voeten in de klei (lees: de gymzaal) stonden, is bij het onderzoek ‘Door het oog van de meester’. Docent-onderzoekers Jonas Leenhouts, Annemarie de Witte en Mariette van Maarseveen analyseerden het kijkgedrag van gymdocenten met een eye-tracker. Want om goed te kunnen lesgeven, moet een docent goed kunnen zien wat er gebeurt in de les en daarnaar kunnen handelen. Goed kunnen kijken is dus cruciaal voor goed bewegingsonderwijs. De kennis die in dit onderzoeksproject wordt opgedaan is niet alleen bruikbaar voor huidige docenten Lichamelijke Opvoeding, maar kan ook verwerkt worden in het onderwijs van LO-studenten.

10 jaar lectoraat GLSO in cijfers

  • Inzicht in de leefstijl van 350.000 kinderen
  • Kenniskring groeide van 5 naar 25 leden
  • 13.342 studenten participeerden in onderwijs- en onderzoeksactiviteiten van het lectoraat
  • Er studeerden 325 studenten af bij het lectoraat
  • Het lectoraat werkte samen met 21 opleidingen
  • Het lectoraat schreef 443 publicaties
  • 218 lezingen en gastcolleges werden gehouden in binnen- en buitenland
  • Meer dan 75% van het onderzoek wordt extern gefinancierd
  • Het lectoraat werkt samen met meer dan 100 scholen, gemeenten, bedrijven en kennisinstellingen

Toekomstdromen

Tien jaar onderzoekend leren met impact rondom leefstijl jeugd; hoe verder? Wat willen we de komende tien jaar bereiken? Wat gunnen we onze jeugd? En waar moet onze aandacht heengaan in praktijkgericht onderzoek? Aan het einde van het symposium blikte Sanne de Vries vooruit op de toekomst.

Er is nog steeds heel veel gezondheidswinst te boeken, bijvoorbeeld door vroegsignalering. Nog lang niet alle kinderen en jongeren hebben de kans, gelegenheid en capaciteit lekker te bewegen en gezond te eten. Hoe eerder we deze groepen in beeld hebben, hoe eerder we hen kunnen ondersteunen.

We dromen van een toekomst waarin bewegen en gezond eten het ‘nieuwe normaal’ is. Hoe mooi zou het zijn wanneer alle kinderen opgroeien in een gezonde en veilige leefomgeving? Een wereld waar lopen en fietsen de normale transportkeuzes zijn? Waar bewegen en gezond eten geïntegreerd is in het schoolbeleid, gemeentelijk en landelijk beleid. Waar de keuzes die we maken op organisatieniveau (mesoniveau) en het beleid dat we voeren op macroniveau aansluit op de wensen, behoeften, capaciteiten en leefwereld van de jeugd (microniveau). Hier gaan we ons de komende tien jaar samen met onze samenwerkingspartners en de doelgroep zelf hard voor maken!