Het afgelopen jaar is de discussie over het aantal internationale studenten tot een hoogtepunt gekomen, ingegeven door problemen op het gebied van woonruimte en volle collegezalen. Dat zijn belangrijke onderwerpen, maar bij het bespreken van die problemen wordt vaak voorbijgegaan aan onze positie als kennisland en aan de rol van een inclusieve en participatieve omgeving. In zo’n omgeving wordt iedereen uitgenodigd om open te staan voor de perspectieven en meningen van anderen. Laten we dat buiten de discussie over internationale studenten, dan wordt een essentiële rol van deze nieuwe generatie onderbelicht: op de lange termijn de vrede bewaren.  

Denk niet alleen aan korte termijneffecten internationalisering

Natuurlijk hebben ook onderwijsinstellingen zorgen over huisvesting of volle collegezalen, maar die problemen kunnen we als maatschappij makkelijk in de tijdspanne van een halve generatie oplossen. Juist daarom moeten we ze niet laten prevaleren boven het lange termijneffect van internationalisering en een internationale studentenpopulatie: de verbinding tussen mensen. Waar de huidige geopolitieke ontwikkelingen juist segregatie stimuleren, kan met name het onderwijs als soft power blijven verbinden over grenzen heen. Dat doorbreken van segregatie werkt vrede in de hand.

Voor het onderwijs betekent dit dat we studenten moeten laten zien hoe we ons kunnen verdiepen in andere groepen, in mensen met een andere culturele achtergrond en in de geschiedenis van andere landen. Een student ontwikkelt daarmee begrip en respect voor die cultuur en leert begrijpen wat welvaart voor de ander betekent. Als we dat niet doen, sluiten we groepen uit en begrijpen we elkaar op de langere termijn niet meer. Dat verzwakt niet alleen onze positie als kennis- en handelspartner, maar zorgt er ook voor dat we minder geneigd zullen zijn om welvaart met elkaar te delen. 

Internationalisering voor vrede

Ook uit financieel perspectief is onze internationale kenniseconomie juist waardevol. Onze kracht als handelsland wortelt in onze internationale relaties, bijvoorbeeld met de vele internationale alumni die optreden als ‘Holland ambassadors’. De internationale alumni die in Nederland blijven werken (bij technische studies is dat tot wel veertig procent van de studenten) dragen daarnaast netto ruim 1,5 miljard euro bij aan de Nederlandse overheidskas. Onze toppositie als internationaal onderwijsland is dus een troefkaart.  

De discussie over internationalisering gaat daarmee over veel meer dan het ontvangen en ondersteunen van internationale studenten in Nederland. Het gaat over de noodzaak om studenten, Nederlands én internationaal, met elkaar in contact te brengen en respect te laten ontwikkelen voor elkaars kijk op persoonlijke ontwikkeling en welvaart. Dat is goed voor de persoonlijke ontplooiing en zelfs essentieel voor het bewaren van vrede op de langere termijn.  

 

Namens het bestuur van UASNL (Universities of Applied Sciences Netherlands) 

Geleyn Meijer – lid college van bestuur Hogeschool van Amsterdam 

Elisabeth Minnemann – voorzitter college van bestuur Haagse Hogeschool 

Dick Pouwels – voorzitter college van bestuur Hanze hogeschool