HBO-V - Voltijd

De gezondheidszorg is altijd in beweging. Lag de focus eerst op ziekte en zorg, nu is dat op gezondheid, gedrag en preventie. Tijdens de opleiding ben je vanaf dag 1 junior verpleegkundige. Je oefent op school en tijdens je stages in het omgaan met patiënten, verpleegtechnische handelingen en samenwerken in een team. Je duikt de boeken in en leert alles over gezondheid, gedrag, therapieën en verpleegtechnische handelingen. De studie bestaat uit drie fasen: opleidings-, regie- en beroepsbekwaam. Verder bestaat elk studiejaar uit 2 semesters die elk een ander thema hebben. Zo kun je je steeds richten op een bepaald aspect van het beroep.

Opbouw van HBO-V - Voltijd

Studiepunten

60

per jaar

Jaar 1

Opleidingsbekwaam

Wat is het beroep hbo-verpleegkundige nu eigenlijk? En past het bij je? Dat ontdek je onder andere het eerste jaar tijdens de fase opleidingsbekwaam. De eerste helft van het studiejaar (1e semester) verdiep je je in gezondheid en preventie, het tweede in ziekte en verandering. Zo leer je bij het vak medische biologie alles over het lichaam en de werking ervan: anatomie en fysiologie. En bij het praktijkleren bijvoorbeeld hoe je als verpleegkundige diagnoses stelt. Bij de skillslessen ontdek je dan weer hoe je in gesprek met een zorgvrager een verpleegtechnische handeling uitvoert. En bij verpleegkundig rekenen bereken je de druppelsnelheid van een infuus, hoeveel zuurstof een patiënt nodig heeft of hoeveel milliliter je moet injecteren. Wat ervaart een patiënt eigenlijk? Om dat te ontdekken, loop je dat eerste jaar ook mee met een patiënt tijdens het maatjesproject: ‘stage lopen bij de patiënt’.
Aan het einde van het eerste jaar vindt de beroepsoriëntatie plaats. Zo bereid je je voor op de verschillende werkvelden. Wat dacht je van de wijkverpleging, verpleeghuiszorg, een algemeen of psychiatrisch ziekenhuis? Of een revalidatiecentrum, de GGD, een instantie in de wijk of een gezondheidscentrum? Nederlands en rekenen zijn belangrijk en worden extra getoetst. Natuurlijk is extra ondersteuningen hierbij mogelijk. En de toetsen? Die zijn het hele jaar door. Zo heb je nooit 4 toetsen in 1 week!



Lesrooster

Semester 1
Gezondheid & Preventie
Semester 2
Ziekte & Verandering

Jaar 2

Regiebekwaam

In het eerste semester van het tweede jaar, ‘Professionaliteit & Kwaliteit’, maak je kennis met het thema kwaliteit. Je leert hoe kwaliteit van zorg landelijk en per instelling of ziekenhuis wordt bewaakt, bevorderd en geïmplementeerd. Dat gebeurt met indicatoren, standaarden, richtlijnen en protocollen. Tegelijkertijd heb je te maken met een zorgpraktijk die altijd wispelturig is. Dat is dus de context waarin je werkt: altijd met andere patiënten, collega’s en een cultuur in je organisatie. Aan die context besteed je aandacht, net als aan diversiteit, kenmerkend voor Den Haag. Naar het buitenland? Ga een week naar Finland en leer hoe kwaliteit daar wordt ingezet. Bij de lessen medische biologie staat de omgeving centraal en hoe je je hierop afstemt. Je leert bijvoorbeeld hoe je zintuigen werken, hoe je zenuw- en hormoonstelsel hierop reageren en hoe we hier met medicatie op in kunnen grijpen.

In het tweede semester, ‘Professionaliteit & Goede zorg’, loop je 20 weken lang 3 dagen per week stage. Maandag en vrijdag zijn schooldagen. Goede zorg is een moreel vraagstuk. Je ontwikkelt jezelf verder in het klinisch redeneren. Ook denk je kritisch na over de Nederlandse gezondheidszorg, ga je in op ethische dilemma’s en leert over de waarden en principes van het vak. Ook werk je aan skills om het gesprek over goede zorg aan te gaan met collega’s. En je gaat op je stageplek patiënten ‘schaduwen’. Zo leer je het perspectief van patiënten beter te begrijpen. En krijg je meer morele veerkracht. Handig: dan ben je nóg beter in staat om verantwoorde keuzes te maken en jezelf daarbij niet uit het oog te verliezen.



Jaar 3

Regiebekwaam en beroepsbekwaam

De fase regiebekwaam loopt door tot en met de eerste helft van het derde jaar. Je traint jouw kritische blik, onmisbaar voor een verpleegkundige. Allerlei ethische, juridische, culturele en politieke vragen uit de dagelijkse praktijk komen voorbij. Stel dat een patiënt in vertrouwen vertelt dat hij ook een alternatieve geneeswijze probeert. Kun en mag je deze informatie dan bij de behandeling gebruiken als deze geneeswijze schadelijk kan zijn? Je leert nieuwsgierig te zijn en kritisch en reflectief te kijken. En constant te zoeken naar vernieuwingen voor de patiënt. Dat past helemaal bij het nieuwe beroepsprofiel (BN2020) van een hbo-verpleegkundige!
In het derde jaar van de opleiding HBO-V leer je daarnaast nóg meer over klinisch redeneren. Tijdens het semester Innoveren en implementeren ontdek je hoe je de zorg kunt blijven verbeteren. Bijvoorbeeld door een nieuwe checklist te maken voor patiënten die naar huis mogen. Vervolgens zorg je dat ook je collega’s hiermee kunnen werken.
Bij de laatste fase van de opleiding, beroepsbekwaam, volg je keuzeonderwijs en ga je écht de praktijk in. Op de manier zoals jíj dat wilt. Wordt het een stage in het buitenland, een minor over patiëntparticipatie, oncologie of revalidatie bijvoorbeeld?

Jaar 4

Beroepsbekwaam

Leren door te dóen, daar draait het om in dat vierde jaar, de fase beroepsbekwaam. Je gaat het hele jaar de praktijk in en voert opdrachten uit, zoals een praktijkgericht onderzoek. Bijvoorbeeld naar nieuwe behandelmethoden of nieuwe manieren van het toedienen van medicijnen. Ook onderzoek je jouw werkwijze in de verpleegkundige beroepspraktijk.
Onderwijs krijg je nu in de vorm van workshops die aansluiten bij het doen van onderzoek. Volg bijvoorbeeld een workshop over kwantitatief onderzoek, het dataverwerkings- en analyseprogramma SPSS of het maken van interviewvragen voor kwalitatief onderzoek. Je bent nu nog maar 1 dag op school en 4 dagen per week loop je stage. Na je diplomering kun je aan het werk als Bachelor Verpleegkundige, verpleegkundige op het niveau NLQF 6.



Minors

Je studie samenstellen

Minors zijn keuzevakken waarmee je je opleiding zélf richting geeft. Veel is mogelijk. De opleiding HBO-V biedt verschillende minors aan, maar je kunt ook een minor bij een andere opleiding of hogeschool volgen. Wat dacht je bijvoorbeeld van een minor over oncologie? Belangrijk, want kanker is sinds 2009 doodsoorzaak nummer 1 in Nederland. Of misschien wil je alles weten over revalidatie? Het begeleiden en ondersteunen van revalidatieprocessen vraagt namelijk om specifieke deskundigheid. Wellicht wil je de zorg verbeteren? Tijdens de minor Patiëntparticipatie leer je hoe je de kennis van patiënten zélf inzet om de kwaliteit van de zorg beter te maken.

Werkvormen

Casuïstiek, praktijkleren, modules, stages, projecten

In de onderwijsbijeenkomsten is veel aandacht voor casusgestuurd onderwijs en medische biologie. Je oefent vaardigheden online of via apps en bekijkt instructievideo's. Ook werk je regelmatig in groepen aan projecten. De lat ligt hoog, want het eindproduct moet in de praktijk te gebruiken zijn. Verpleegtechnische en communicatieve vaardigheden leer je door regelmatig te oefenen met een simulatiepatiënt tijdens de lessen en tijdens je stages. Zo zal je in een verpleeghuis of bij de thuiszorg tegen allerlei problemen aanlopen. Zoals mensen die dementeren of vereenzamen. Dat is stof voor de studie. Zo word je regisseur van je eigen opleiding. Om de kwaliteit van zorg te verbeteren, werk je soms nauw samen met verschillende lectoraten, zoals psychogeriatrie, revalidatie en mantelzorg.

Contact met de opleiding

Je vragen over toegangseisen, instromen en studeren bij HBO-V leg je voor aan het faculteitsbureau HBO-V via hbov@hhs.nl of 070 445 8380.
Je kunt ons ook op Facebook en Instagram vinden.

Hulp tijdens je studie

Studeren doe je niet alleen

Je krijgt hulp bij het studeren. Aan het begin van je opleiding HBO-V maak je kennis met je mentor, een docent van je opleiding. Je kunt bij hem of haar aankloppen als je vragen hebt. Over je studie, je stages, je resultaten, je carrière en nog veel meer. Heb je behoefte aan extra hulp? Bijvoorbeeld bij een dipje, ziekte, twijfels of iets anders? Dan kun je terecht bij je mentor, maar je ben ook altijd welkom bij onze expert-coach, decaan, vertrouwenspersoon of psycholoog.

Studiepunten halen

Bindend studieadvies (BSA)

Om je studie na het eerste jaar te kunnen vervolgen, moet je 50 van de 60 studiepunten (ECTS) behalen. Daarnaast stellen sommige opleidingen extra eisen om je door te laten naar het tweede studiejaar. Bijvoorbeeld een bepaald vak dat je behaald moet hebben en dat meetelt binnen de 50-puntennorm. Dit noemen we ook wel een kwalitatieve eis. Heb je aan zowel de puntennorm als de eventueel gestelde kwalitatieve eis voldaan, dan krijg je van de examencommissie aan het einde van je eerste jaar een positief bindend studieadvies (BSA).  

Behaal je minder dan 50 studiepunten en voldoe je niet aan de eventueel gestelde kwalitatieve eis, dan krijg je een negatief studieadvies en moet je de opleiding verlaten. Daarom wordt dit advies een negatief bindend studieadvies (NBSA) genoemd.

Persoonlijke omstandigheden kunnen van invloed zijn op je studievoortgang. Denk aan ziekte of het bedrijven van topsport. Het is belangrijk dat je, wanneer dit soort bijzondere omstandigheden zich voordoen, dit meteen doorgeeft aan de examencommissie. Die kan hier vervolgens rekening mee houden bij het uitbrengen van het studieadvies.

Lees de volledige regels over het studieadvies in hoofdstuk 7 van de de onderwijs- en examenregeling (OER) van jouw opleiding.




 

 

Geïnteresseerd in
HBO-V - Voltijd?

Meld je aan