Sportkunde - Voltijd

Een sportmanager motiveert mensen, heeft organisatietalent, vernieuwt graag en gaat creatief om met financiën. Je doet er alles aan om mensen in beweging te krijgen. Met een dansgame voor kinderen, een virtueel bedrijfsuitje of een meesterlijke fundraisingcampagne op social media. Sportkunde is een veelzijdig, dynamisch en creatief vak. Tijdens je studie maak je opdrachten die passen bij de taken en vaardigheden van een sportmanager. Ook loop je elk jaar stage, bijvoorbeeld bij een voetbalbond, een evenementenbureau, een sportclub of een buitenlandstage in Spanje. Vanaf 2017 krijg je les in de gloednieuwe Sportcampus Zuiderpark.

Opbouw van Sportkunde - Voltijd

Opdrachten

5

van 8 weken

Doevakken

3

van 8 weken

Vaardigheidtrainingen

11

van 8 weken

Stages

1

van 10 weken

Zelfstudie

20

tot 25 uur per week

Te behalen studiepunten

50

van de 60

Jaar 1

Kennismaken met de sportpraktijk

De 4-jarige opleiding Sportkunde | Sportmanagement is vergelijkbaar met een carrière in het bedrijfsleven. In jaar 1 word je ingewerkt. Je leert de belangrijkste taken van een sportmanager kennen: bewegingsprogramma’s ontwikkelen, beleid maken, een project managen, financiële kansen creëren en praktijkonderzoek doen. Het jaar is opgedeeld in 4 blokken van 10 weken, waarin je aan het werk wordt gezet. In groepjes van 4 à 5 studenten maak je opdrachten uit de sportpraktijk. Je ontwikkelt een BMX-event voor jongeren, stelt een marketingplan op voor sportieve schoolpleinen of voert een sponsorplan uit voor een voetbalclub. Je medestudenten leer je kennen in de introductieweek. Dan blijf je met z’n allen slapen op De Haagse.

Werken aan je vaardigheden

Je zit in een klas van 35 studenten. In steeds andere groepjes volg je vaardigheidstrainingen. Werven, interviewen en pitchen leer je in rollenspellen. Maar je zit ook achter de computer om financiële zaken te ordenen. En je schrijft essays in het Nederlands en Engels. Alle vaardigheden heb je nodig voor je stage in blok 3. Je loopt 10 weken lang 3 dagen per week stage bij de overheid, een sportorganisatie of een sportvereniging. Je stageopdracht kies je zelf. Wat lijkt je leuk? Een ponykamp organiseren en de vrijwilligers aansturen? Of een fietstocht uitzetten om buurtbewoners met elkaar in contact te brengen?

Jaar 2

Focus op sportbeleid

Jaar 2 van de voltijdopleiding Sportkunde | Sportmanagement focust op sportbeleid. Dat klinkt misschien saai als je manager van Feyenoord of Ajax wilt worden. Maar dat is het allerminst. Je denkt na over wie, wat, waar, waarom en hoe. Stel, je werkt voor gemeente Den Haag. Dan vraag je je af wie er in de wijken wonen en hoe je al die verschillende mensen aan het sporten krijgt. Je zoekt sponsors en subsidies en onderhandelt over contracten. Dit leer je niet alleen op de hogeschool, ook in workshops bij bedrijven en de gemeente.

Focus op jezelf

Wie ben je, wat wil je en hoe kom je daar? Je staat regelmatig stil bij je eigen ontwikkeling. In gesprekken met je studieloopbaanbegeleider en tijdens de vele vaardigheidstrainingen. Zoals bij conflicthantering: hoe ga je om met een boze klant? En natuurlijk tijdens je stage. Je kiest een stageplek voor 5 dagen per week gedurende 2 maanden. Buitenland mag, als je je propedeuse hebt gehaald. Denk aan Real Madrid of een Frans surfinstituut. Je gaat niet in je uppie, maar met een studiegenoot. Als duo leren jullie samenwerken en elkaars kwaliteiten benutten.


Jaar 3

Lange groepsstage

Het hele jaar door loop je 1 à 1,5 dag per week stage. Geen individuele stage, maar een groepsstage samen met mbo- en hbo-studenten van andere sportopleidingen. Met je stagegroep van 5 à 6 studenten voer je een teamplayersproject uit: je ontwikkelt bijvoorbeeld een sportieve hoek voor Parkpop en onderzoekt hoe je dit programma aan de man brengt. In bijbehorende vaardigheidstrainingen leer je leidinggeven en je product verkopen. Samenwerken leer je ook, maar dan the hard way; in de praktijk.

Ondersteunende doevakken

Onderzoek en beleid, ondernemen en marketing, management en organisatie. Deze 3 vakken diep je dit jaar helemaal uit. Je gaat vol eigen initiatief aan de slag met individuele opdrachten. Zo schrijf je een strategisch adviesrapport voor een organisatie als Nike, een wellnesscentrum of bijvoorbeeld een sportevenementenbureau. En je zoekt uit hoe de bedrijfsvoering van een sportorganisatie efficiënter kan.

Jaar 4

Minors volgen

Na al je stages weet je beter welke kant je op wilt als sportmanager. Handig voor de 2 minors die je dit jaar kiest om jezelf te specialiseren. Is sportpsychologie of sportcoaching iets voor je? Of zoek je het liever verder van huis met een minor over bestuurskunde of gedragsverandering? Voel je vrij in je keuze. Je hoeft niet op De Haagse te blijven. Een minor op een andere hogeschool of universiteit kan ook.

Afstuderen

Je eindigt je studie met een afstudeeropdracht bij een organisatie naar keuze. Een gemeente, sportbond, fitnesscentrum, sportevenementenbureau, van alles is mogelijk. Je doet praktijkonderzoek en brengt een advies uit. Stel, je loopt mee bij de dienst Stedelijke Ontwikkeling die de beweegnorm van de inwoners wil verhogen. Dan stel jij daarvoor een plan van aanpak op. Maar je kunt ook een haalbaarheidsonderzoek doen voor een Amerikaans hotel dat zijn eigen fitnessruimte wil openen. Of een verbeteradvies uitbrengen voor het WK Beachvolleybal. Over je afstuderen mag je 17 weken doen. Voldoende? Gefeliciteerd!

Minors

Je studie samenstellen

Minors vallen buiten de vaste vakken van de studie Sportkunde. 
Het zijn onderwijsprogramma’s die je zelf kiest en waarmee je je specialiseert. Grote keuzevakken waar je een heel blok mee zoet bent. Zo is er de minor sportpsychologie, waarin je leert hoe je mensen mentaal sterk maakt voor de beste prestaties. Heb je naast je passie voor talentontwikkeling de wens om een sporter of team te coachen? Dan is de minor sportcoaching vast iets voor jou. Iets heel anders kan ook, zoals een minor Spaans of social media & business. Of kies de Engelstalige minor volunteermanagement, waarbij je vrijwilligersprogramma’s opzet in Duitsland, Finland of Turkije. Bij de opleiding Sportkunde volg je 2 minors, allebei in jaar 4.

Kies op maat

De Haagse Hogeschool biedt een schat aan minors, maar laat je daar vooral niet door beperken. Je kunt uitwijken naar een andere hogeschool. Kijk alvast eens op www.kiesopmaat.nl voor inspiratie.

Werkvormen

Opdrachten

De opleiding Sportkunde is opdrachtgestuurd. In de eerste 3 jaar maak je veel opdrachten, meestal in groepjes van 4 à 5 studenten. De opdrachten komen uit de sportpraktijk en je krijgt er 10 weken de tijd voor. Na een korte instructie van de docent zet je de tafels bij elkaar en ga je aan de slag. Je schrijft bijvoorbeeld een sponsorplan voor een volleybalvereniging. Of je ontwerpt een nieuwe Wii-sportgame.

Doevakken

Voor de vakken van Sportkunde volg je geen hoorcolleges. Het zijn doe-vakken, waarin je de theorie direct actief toepast in een praktijkvoorbeeld. Soms individueel, soms in groepjes. Je krijgt ook gastlessen, zoals van een sportjurist. Of je gaat naar organisaties toe voor een workshop op locatie. Naar de Johan Cruyff Foundation bijvoorbeeld, die zich onder meer inzet voor gehandicapte jonge sporters.

Vaardigheidstrainingen

In trainingen oefen je vaardigheden als presenteren, onderhandelen en conflicthantering. Je traint jezelf ook in het Engels, zodat je goed beslagen ten ijs komt in een internationale werkomgeving. Verder sport je ook zelf, maar alleen in jaar 1. In de trainingen werk je vooral met rollenspellen. De ene keer speel je een sportmanager, de andere keer een terughoudende uitbater van een sportclub.

Nieuws en Evenementen

Contact met de opleiding

Je vragen over toegangseisen, instromen en studeren bij Sportkunde leg je voor aan instroomcoördinator Leo van der Kroft via e-mail l.w.vanderkroft@hhs.nl  of telefoon 06 - 8999 0145 of aan de front office via telefoon 070 - 3052102.

Hulp tijdens je studie

Studeren doe je niet alleen

Je krijgt hulp bij het studeren. Aan het begin van je opleiding Sportkunde maak je kennis met je coach. Dat is altijd een docent van je opleiding. Je formuleert samen met hem of haar je leerdoelen binnen je studie, en de weg ernaartoe. Ook kun je aankloppen als je vragen hebt over je studie, stages en carrière. Ook volg je lessen coaching, waarin je een gericht ontwikkelplan maakt voor jezelf. Heb je behoefte aan extra hulp? Bijvoorbeeld bij een blessure, dipje, ziekte, twijfels of iets anders? Dan ben je altijd welkom bij jouw coach en onze decaan.

Studiepunten halen

Bindend studieadvies (BSA)

Om je studie na het eerste jaar te kunnen vervolgen, moet je 50 van de 60 studiepunten (ECTS) behalen. Daarnaast stellen sommige opleidingen extra eisen om je door te laten naar het tweede studiejaar. Bijvoorbeeld een bepaald vak dat je behaald moet hebben en dat meetelt binnen de 50-puntennorm. Dit noemen we ook wel een kwalitatieve eis. Heb je aan zowel de puntennorm als de eventueel gestelde kwalitatieve eis voldaan, dan krijg je van de examencommissie aan het einde van je eerste jaar een positief bindend studieadvies (BSA).  

Behaal je minder dan 50 studiepunten en voldoe je niet aan de eventueel gestelde kwalitatieve eis, dan krijg je een negatief studieadvies en moet je de opleiding verlaten. Daarom wordt dit advies een negatief bindend studieadvies (NBSA) genoemd.

Persoonlijke omstandigheden kunnen van invloed zijn op je studievoortgang. Denk aan ziekte of het bedrijven van topsport. Het is belangrijk dat je, wanneer dit soort bijzondere omstandigheden zich voordoen, dit meteen doorgeeft aan de examencommissie. Die kan hier vervolgens rekening mee houden bij het uitbrengen van het studieadvies.

Lees de volledige regels over het studieadvies in hoofdstuk 7 van de onderwijs- en examenregeling (OER) van jouw opleiding.

Geïnteresseerd in
Sportkunde - Voltijd?

Meld je aan