De tragedie van de Oostvaardersplassen

In natuurgebied de Oostvaardersplassen protesteren actiegroepen tegen het beleid van Staatsbosbeheer. De activisten proberen de dieren bij te voeren om zo een einde te maken aan het dierenleed in dit natuurgebied. Volgens de actievoerders zijn de grote grazers opgesloten in een “concentratiekamp voor dieren”. Helen Kopnina, onderzoeker aan De Haagse Hogeschool, legt uit wat er aan de hand is.

Oostvaardersplassen

Sinds de documentaire over de Oostvaardersplassen, De Nieuwe Wildernis, een prijs won tijdens het Environmental Film Festival en werd uitgeroepen tot Beste Nederlandse Film van het Jaar, woedt elk jaar opnieuw de discussie over de noodzakelijke keuze tussen “humaan afschieten” en uithongering.

Rewilding

Om beter te begrijpen wat er gaande is, zal ik eerst kort het concept ‘rewilding’ toelichten en daarna de situatie in de Oostvaardersplassen bespreken. Rewilding is een vorm van natuurbeheer gericht op het herstel en de bescherming van natuurlijke processen en wildgebieden. Deze gebieden worden met elkaar verbonden, waarbij toproofdieren en belangrijke soorten in hun oorspronkelijke habitats worden geherintroduceerd (een beheermethode rondom de drie C’s: cores, corridors & carnivores, ofwel kernen, corridors en carnivoren). In deze vorm van beheer worden natuurlijke ecosysteemprocessen hersteld en de menselijke controle over landschappen teruggedrongen.

Beheerde wildernis

In Nederland bestaan rewilding-initiatieven meestal uit het teruggeven van kleine stukken land aan de natuur om deze in veel gevallen nauwlettend te moeten controleren of beheren. Deze aanpak lijkt op andere rewilding-initiatieven binnen Europa en past binnen een algemene trend richting het streven naar duurzaamheid in Nederland.

Terughoudendheid

De heersende opvatting in Nederland was dat natuur, net als een boerderij, beheerd dient te worden. Vanuit dat oogpunt moet een reservaat dan ook worden aangeplant, gesnoeid en gemaaid. En hoe groter het reservaat, hoe meer er moet worden ingegrepen. Net als elders in de wereld berusten rewilding-inspanningen in Nederland op de aanname dat de beleving van ongerepte natuur milieuvriendelijk gedrag en duurzaamheid in de hand werken. Maar is dat werkelijk zo? Hierin is grote terughoudendheid geboden.

Herintroductie van dieren

In de Oostvaardersplassen zijn honderden uitheemse grazers uitgezet in een gebied van 5600 ha. Ook werden vogelsoorten die in Nederland zeer zeldzaam waren geworden of zelfs verdwenen waren, opnieuw geïntroduceerd. Naast vogels en kleine zoogdieren als vossen en hazen trokken ook amfibieën en reptielen naar het gebied.

Nazi-vee

Enkele van de meest opmerkelijke diersoorten die werden geïntroduceerd waren het edelhert, heckrund en konikpaard. Heckrunderen zijn het resultaat van een controversieel fokprogramma van de nazi’s, waarin moderne oerossen selectief werden gekruist met Spaanse vechtstieren. Deze nieuwe soort moest lijken op een uitgestorven Europees wild rund, de zogenaamde oeros, en leiden tot de wederopstanding van dit verdwenen ras. Uit recente rapporten blijkt dat boeren het heckrund te agressief vinden om mee te fokken. Het konikpaard en heckrund werden in de Oostvaardersplassen uitgezet omdat er bijzonder weinig met ze is gefokt en ze daarom nog veel kenmerken van hun wilde voorouders zouden bezitten.

Afschieten

Hoewel de Oostvaardersplassen geprezen worden en populair zijn, ligt het gebied inmiddels zwaar onder vuur vanwege het gebrekkige vermogen om grote groepen herbivoren van voldoende voedsel te voorzien. Het beschermde natuurgebied is niet verbonden met andere stukken land waar de dieren naartoe kunnen trekken om te grazen, en er zijn geen roofdieren te vinden. Daarom wordt het aantal konikpaarden en heckrunderen dat tijdens het groeiseizoen graast, bepaald door het aantal dieren dat de vorige winter heeft overleefd. Hierdoor zijn controle en beheer noodzakelijk geworden. Dit beheer houdt ook in dat dieren worden afgeschoten om een langzame hongerdood te voorkomen.

Protest

Niet iedereen in Nederland is blij met dit beheer. Er zijn actiegroepen tegen de rewilding-methode in de Oostvaardersplassen in het leven geroepen. Hun grootste bezwaar is het dierenleed. De grote herbivoren worden, net als diertuindieren, in een grote kooi door mensen achtergelaten, maar niet door mensen verzorgd. Hoewel deze poging tot rewilding momenteel niet als een mislukking wordt gezien, brengt het experiment de tekortkomingen aan het licht van toegepast biodiversiteitsbeheer waarin geen rekening wordt gehouden met de onderlinge afhankelijkheid van diersoorten en de noodzaak om veel grotere stukken land met elkaar te verbinden.

Reflectie

Grazers komen van nature niet voor in de Oostvaardersplassen. Ze kunnen niet rondtrekken en ze hebben er ook geen natuurlijke vijanden. Het principe van ‘cores, carnivores & corridors’ is op de Oostvaardersplassen dan ook niet van toepassing. Het zou goed zijn als dierenrechten-/welzijnsactivisten, wildbeschermingsonderzoekers/-beheerders én burgers de handen ineen zouden slaan om doorgangen te creëren in gebieden waar in het verleden wilde diersoorten zijn verdreven door industrie en landbouw.

Grootste probleem

Hoewel de Nederlandse kranten beweren dat de voorstanders van bijvoeren niets begrijpen van “natuurlijke processen” en de noodzaak van de gedwongen keuze tussen “humaan afschieten” en de hongerdood, wordt er zelden gesproken over het grootste probleem. Het probleem dat meer land vrijmaken voor werkelijk natuurbehoud automatisch betekent dat er minder ruimte overblijft voor landbouw- en industriële ontwikkeling. Dit kost geld. En dat is misschien wel het grootste compromis waartoe de Nederlandse overheid en Staatsbosbeheer niet bereid zijn. Voor het enige toproofdier dat er nog is – de mens – zou het misschien beter zijn de status van dit “natuurreservaat” te veranderen in “wilde” biologische boerderij.

Compromis

Mogelijk kunnen de Oostvaardersplassen beter worden gereserveerd voor kleinere dieren en vogels die kunnen ontsnappen aan door mensen gedomineerde landschappen. Misschien hebben de grazers wel genoeg geleden en moeten ze worden overgebracht naar een groter gebied in hun thuisland Polen, waarbij het vervoer wordt betaald met het Europese en Nederlandse geld dat nu in de Oostvaardersplassen wordt gestoken. In een ideale wereld zouden de Nederlandse autoriteiten stilstaan bij hun morele plicht om hun leefruimte, ook buiten grotere beheerde kooien, met andere levende wezens te delen en een verlichte discussie aanvoeren over hoe ook andere populaties zonder controle en beheer kunnen bestaan.

Dit artikel is gebaseerd op materialen die zijn gebruikt voor het boek Culture and Conservation: Beyond Anthropocentrism door Eleanor Shoreman-Ouimet en Helen Kopnina en Helens artikel Debating ecological justice: implications for critical environmental education. Helen is momenteel aan De Haagse Hogeschool verbonden als coördinator van het Sustainable Business-programma en als onderzoeker op drie hoofdgebieden: duurzaamheid, milieuonderwijs en biologisch beheer.

In 2012 publiceerde The New Yorker een artikel over de Oostvaardersplassen.