Scheiden gft-afval: Joeri maakt het aantrekkelijk

In Den Haag bestaat het restafval voor 40% uit organisch afval, oftewel gft-afval. Dat vervuilt het andere afval en bemoeilijkt nascheiding. Daar is namelijk heet water en dus energie voor nodig, waardoor de milieuwinst weg is. Bovendien is het een kostbare methode. De hoogste tijd dus om dit probleem op te lossen.

Joeri-hnieuws

Joeri Groenewegen (22), student Ruimtelijke Ontwikkeling, maakte er zijn afstudeeronderzoek van en zocht naar manieren om het apart inzamelen van gft-afval mogelijk én vooral aantrekkelijk te maken voor de bewoners van de verschillende Haagse wijken. “Ik ben heel erg fan geworden van een systeem dat in Amerika gebruikt wordt. Dat je je afval gewoon in de gootsteen gooit en dat het vermalen wordt.” Dat is alleen niet voor heel Den Haag de beste oplossing. In zijn scriptie komt Joeri met drie voorstellen. Op kaarten van de stad heeft hij aangegeven welke optie voor welke wijk interessant is.

Afvalscheiding – interessant onderwerp dat nu meer aandacht behoeft

Hij wist eerst niet zo heel zeker of hij er goed aan had gedaan om zijn afstudeeronderzoek aan afval te wijden. Dat Karel Mulder van het lectoraat Stedelijk Metabolisme er zo enthousiast over was, hielp al. En gaandeweg ontdekte Joeri dat het een hartstikke interessant onderwerp is: “Het is een complex probleem en er is niet één oplossing voor de hele stad”. Terwijl organisch afval zoveel toepassingen heeft. Wist jij bijvoorbeeld dat gft verwerkt kan worden tot biogas, compost of - mits schoon aangeleverd - zelfs medicijnen? Zonde dus dat het nog zo vaak bij het restafval gaat, zeker als je denkt aan de ambitieuze klimaatdoelen die de stad Den Haag zich heeft gesteld.

Drie opties voor gescheiden inzameling

Joeri beschrijft drie opties in zijn scriptie. Daarmee heeft hij voor een groot deel van de stad een laagdrempelige manier om gft-afval te scheiden. Alleen voor het dichtbevolkte centrumgebied heeft hij nog geen oplossing. Zijn algemene advies is: experimenteer in de gebieden waar de voorstellen wel voor werken en gebruik die ervaring om te bedenken wat voor het centrum het beste is. “Bouw uit wat werkt, en probeer iets anders als het niet werkt.” Joeri’s voorstellen:

  1. Optie 1 is voor mensen die ruimte hebben. Zij verwerken hun gft-afval zelf tot compost. Den Haag wil de groenste stad van Nederland worden en kan die compost dus goed gebruiken. Ter stimulans denkt Joeri aan een beloningssysteem, bijvoorbeeld in de vorm van korting op de afvalstoffenheffing.
  2. Optie 2 gaat uit van een ‘voedselvermaler’ zoals die in Amerika gangbaar is. Denk aan een apart putje in je gootsteenbak waarin je je organisch afval kunt laten vermalen. Dit wordt geloosd in het riool wordt bij de rioolzuivering verder verwerkt tot bijv. biogas. Nadeel is dat je hier een gescheiden rioolsysteem (zoals in Leidschenveen is) voor nodig hebt.
  3. Optie 3 lijkt op optie 2, met dat verschil dat het afvalwater terechtkomt in een lokale opslagtank. Vandaar dat het zo belangrijk is om dat nu mee te nemen in de bouwplannen.

Drie opties in plaats van een ideaal scenario

Een ideaal scenario opleveren, dat was Joeri’s oorspronkelijke plan. Alleen, tja, de coronamaatregelen gooiden roet in het eten. Na twee weken moest hij zijn onderzoek vanuit huis uitvoeren. Het actieve onderzoek dat hij in gedachten had, maakte in eerste instantie plaats voor uitgebreide literatuurstudie. Later nam hij alsnog heel wat interviews af, maar de workshops en de bezoeken aan afvalverwerkers konden niet plaatsvinden. Interviewen via Skype of Teams was ook niet ideaal, want “zo’n scherm haalt de magie van het interview weg”. Hij merkte dat de experts korter van stof waren. Zelf had hij inmiddels wel een mening, maar een ideaal scenario wilde hij niet alleen daarop baseren. Het ideale scenario veranderde dus in drie voorstellen. Beter eigenlijk, omdat er binnen Den Haag zulke grote verschillen tussen de wijken zijn en omdat het sowieso fijn is als er iets te kiezen valt. Joeri maakte een transitieplan met een X-curve als basis: het nieuwe systeem komt gedoseerd in de plaats van het oude.

Transitiemanagement en circulaire economie

De lessen transitiemanagement in jaar 2 en 3 van de opleiding had Joeri met veel belangstelling gevolgd en die kennis kwam nu goed van pas. Toen hij nadacht over wat hij na zijn afstuderen wilde doen, realiseerde hij zich dat hij alle keuzeruimte tijdens de opleiding had ingevuld met ‘iets’ op het gebied van circulaire economie. In september begint hij dan ook aan een master Circulaire Economie in Nijmegen. Niet dat hij spijt heeft van de opleiding RO die hij net heeft voltooid. Integendeel. Vier jaar geleden begon hij eraan omdat hij aardrijkskunde een leuk vak vond. Dat hij meteen op de juiste plek zat, vindt hij nog steeds best bijzonder. Het is heel wat leeftijdsgenoten in zijn omgeving anders vergaan. En dat hij het, ondanks corona, gewoon in vier jaar gedaan heeft, daar is hij trots op. “Ik vond echt niet alles top, maar ik heb het wel allemaal gedaan en gehaald.”

Afvalscheiding in Central Innovation District nú goed regelen

Inmiddels heeft Joeri zijn scriptie gepresenteerd en verdedigd. De gedachte dat hij voorlopig niets hoeft te doen, is nog wat onwerkelijk. Eerst maar eens genieten van zijn vrije tijd. Natuurlijk zou hij het leuk vinden als de Haagse beleidsmakers iets met zijn scriptie zouden doen. Dit is ook hét moment. Nu er gewerkt wordt aan de bouwplannen voor de woontorens in het Central Innovation District (het gebied tussen de stations HS, CS en Laan van NOI) is het belangrijk dat de gemeente druk uitoefent op de projectontwikkelaars om de scheiding inpandig te regelen.“ Anders staat er straks een woontoren van 180 meter die duurzaam zou moeten zijn, en dan zit je weer met het probleem dat de afvalscheiding niet werkt. En dan zorgt die toren dat je je circulaire doelstelling van 2050 niet haalt.” Dat zou jammer zijn.

Lees de bachelorscriptie van Joeri Groenewegen: Organisch Afval? Dat kan anders! en het bijbehorende transitieplan.