Jeugdhulp in de wijken - Welke wijkkenmerken verklaren de verschillen tussen verwacht en werkelijk gebruik van jeugdhulp?

Op 18 december 2020 verschijnt het onderzoeksrapport ‘Jeugdhulp in de wijken - Welke wijkkenmerken verklaren de verschillen tussen verwacht en werkelijk gebruik van jeugdhulp?’ van het lectoraat Jeugdhulp in Transformatie. De focus in het onderzoek lag op een tweetal hoofdvragen: 'Zijn er verschillen tussen werkelijk en verwacht jeugdhulpgebruik in de regio Haaglanden en op wijkniveau?' en 'Zijn verschillen tussen wijken in de regio Haaglanden te duiden?' De belangrijkste bevinding in dit onderzoek? Sociale cohesie, veiligheid, voorzieningen en de samenwerking tussen (bij jeugd en opvoeding betrokken) partijen zijn van invloed op het gebruik van jeugdhulp. Deze factoren spelen een rol naast demografische en sociaaleconomische kenmerken van wijken en gemeenten.

Jeugdhulp in de wijken_HHs kennisnetwerk

Het onderzoek is een vervolg op het in 2020 door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uitgebrachte rapport, dat voor alle wijken in Nederland het verwachte jeugdhulpgebruik in 2017 in beeld bracht. Die verwachting was gebaseerd op een model met daarin overwegend demografische en sociaaleconomische wijkkenmerken. In het vervolgonderzoek in de regio Haaglanden stonden de verschillen tussen het verwachte en daadwerkelijke gebruik in de wijken in de regio centraal. De vraag was of deze verschillen zich laten duiden op basis van aanvullende, lokaal beschikbare kwantitatieve data en op basis van aanvullend kwalitatief onderzoek.

Verschillen tussen wijken

Het onderzoek laat zien dat er op gemeenteniveau in 2017 grote verschillen zijn tussen het werkelijke en het verwachte gebruik van jeugdhulp. Ook zijn er grote verschillen tussen de wijken binnen deze gemeenten. Bij bijna 40% van de wijken in Haaglanden is het werkelijke gebruik substantieel hoger of lager dan verwacht. In een deel van deze wijken ligt het gebruik veel lager dan verwacht. Bij de tien wijken waar dit verschil het grootst is, bevinden zich zeven Haagse wijken, waarvan de meerderheid te typeren is als relatief kwetsbare wijk.

Gebruik voorspellen

Uit zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve analyse komt als eerste naar voren dat het jeugdhulpgebruik zich beter laat voorspellen als we factoren toevoegen die te maken hebben met (ervaren) sociale cohesie en de (ervaren) veiligheid in de wijk. Een lagere sociale samenhang leidt tot meer problemen en uiteindelijk een hoger jeugdhulpgebruik. Bovendien zou een aanscherping van de factoren in het SCP-model leiden tot een betere voorspelling. Zo is bijvoorbeeld het aantal huishoudens met kinderen en groene druk te weinig specifiek. Een onderscheid naar leeftijdsklassen is hierin belangrijk. Een ander aspect is het aantal echtscheidingen. Uit de sessies kwam naar voren dat vooral zogenaamde vecht- of conflictueuze scheidingen van invloed zijn. Ook het specifieker meenemen van de migratieachtergrond maakt voorspellingen nauwkeuriger.

De beschikbaarheid van voorzieningen als basisscholen, huisartsen, opvoedondersteuning en lichte jeugdhulp hangt samen met een lager jeugdhulpgebruik. Maar ook de tevredenheid over dit soort voorzieningen speelt een rol in het gebruik van jeugdhulp. Tot slot blijkt ook de samenwerking tussen voorzieningen in wijken een rol te spelen.

Breder perspectief

De bevindingen geven aanleiding om te pleiten voor het plaatsen van jeugdhulpgebruik in een breder perspectief. Het gaat ook om het gebruik van lichte opvoedondersteuning en preventieve voorzieningen, en om het aandeel van de lichtere vormen van jeugdhulp in het totale jeugdhulpgebruik. Daarnaast is het tijdig anticiperen op de toekomstige leeftijdsopbouw in wijken van belang. Het maakt uit of er veel pubers of juist relatief veel jonge kinderen zijn in een wijk. Zowel in het meer recreatieve, het preventieve als in het ondersteuningsaanbod dient daar tijdig op te worden ingespeeld. Nu lijkt dit veelal nog te gebeuren, wanneer de problemen zich al aangediend hebben. Ook versterking van de sociale samenhang in wijken, van de pedagogische civil society en de inrichting van wijken (kind- en ontmoetingsvriendelijk) zijn zaken die bij kunnen dragen aan een lager gebruik van jeugdhulp.

Dit onderzoek is uitgevoerd in de regio Haaglanden door het lectoraat Jeugdhulp in Transformatie van De Haagse Hogeschool, en werd mede mogelijk gemaakt door de inzet van vele bij jeugd en opvoeding betrokken partijen in Delft, Den Haag en Zoetermeer. Het is uitgevoerd in nauwe samenwerking met het SCP en het Kennisnetwerk Jeugd Haaglanden.

Publicatie rapport

Dr. Rob Gilsing, Dr.ir. Cathelijne Mieloo, Dr. Wouter Reith (2020). Jeugdhulp in de wijken. Welke wijkkenmerken verklaren verschillen in verwacht en werkelijk jeugdhulpgebruik? Den Haag: De Haagse Hogeschool.

Contact

Voor vragen of opmerkingen met betrekking tot dit bericht kun je contact opnemen met de persvoorlichter van De Haagse Hogeschool, de heer B. (Bas) Schrijver per email of telefonisch +31 (0)70 - 445 75 49.

Samenwerken met ons lectoraat

Ben je geïnteresseerd in dit onderzoek of wil je met ons praten over mogelijkheden voor nieuw onderzoek in samenwerking met ons lectoraat, neem dan contact op met ons.