Studenten onderzoeken in living lab leefstijlverandering voor sneller herstel na darmkanker

Binnen het Medical Delta Living Lab Better In Better Out zijn afstudeerders en studenten begin februari van start gegaan met verkennende onderzoeken op het gebied van leefstijl en darmkanker. De derde- en vierdejaarsstudenten Verpleegkunde en Voeding en Diëtiek van De Haagse Hogeschool en Hogeschool Rotterdam onderzoeken in interdisciplinaire teams de mogelijkheden voor gepersonaliseerde leefstijlveranderingen voor darmkankerpatiënten.

Darmkanker Living Labs

Maart is de maand van darmkanker. Darmkanker komt steeds meer voor: in 2019 kregen in Nederland ruim 12.000 mensen de diagnose dikkedarm- of endeldarmkanker en overleden bijna 5.000 mensen aan deze vorm van kanker (bron: IKNL). Hoe fitter iemand een behandeltraject ingaat, hoe groter de kans op sneller herstel. Het Medical Delta Living Lab Better In Better Out richt zich op het ontwikkelen van levensstijlinterventies. Dit gebeurt samen met mensen met kanker, hun naasten en zorgprofessionals. E-health toepassingen en technologieën die leefstijlverandering van mensen met darmkanker ondersteunen, worden onderzocht en aangepast.

Leefstijlverandering en sms-dienst

Het Medical Delta Living Lab Better In Better Out biedt hbo-studenten in verschillende fasen van hun opleiding de mogelijkheid om ervaring op te doen met praktijkgericht onderzoek. Zo deden studenten vanaf september in de minor Oncologie van De Haagse Hogeschool onder andere onderzoek naar gezondheidsapps die de leefstijl van darmkankerpatiënten kunnen verbeteren. Deze onderzoeken concentreerden zich op waar een app aan moet voldoen om effectief te zijn.

Een andere groep studenten onderzocht hoe patiënten tijdens de ziekenhuisopname bij een operatie gestimuleerd kunnen worden om meer te bewegen en daarmee hun herstel te bevorderen. Dit onderzoeksproject, waarin de studenten interviews hielden met patiënten, mantelzorgers en zorgprofessionals, resulteerde in een sms-dienst die mensen attent maakt regelmatig te bewegen tijdens de ziekenhuisopname. Patiënten krijgen gedurende de dag sms’jes over het belang van bewegen, maar ook over oefeningen of activiteiten die zij kunnen doen. Dit concept wordt in vervolgprojecten verder uitgewerkt door een nieuwe groep studenten.

De uitkomsten van deze studentenonderzoeken dienen weer als voorwerk voor toekomstige projecten die het living lab wil oppakken. Deze interdisciplinaire vorm van onderwijs wil Medical Delta Living Lab Better In Better Out in de toekomst verder vormgeven door studenten, docenten, onderzoekers en zorgprofessionals fysiek samen te laten werken op labs in het HMC Antoniushove en in een zorginstelling in Rotterdam.

Ketenintegratie

Niet alleen in het ziekenhuis, maar vooral ook thuis werken mensen met kanker en hun naasten met uiteenlopende zorgprofessionals samen aan hun herstel. Technologie kan daarin helpen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van slimme gezondheidsapps. Daarbij is een goede integratie binnen de gehele keten belangrijk.

“De beste zorg voor een sneller herstel van mensen met darmkanker bereiken we onder andere met goed opgeleid zorgpersoneel in de gehele zorgketen,” zegt dr. Joost van der Sijp, living lab leader en lector bij het kenniscentrum Health Innovation en chirurg-oncoloog bij HMC (Haaglanden Medisch Centrum). “Chirurgen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten en psychologen dragen ieder vanuit hun expertise bij aan de zorg van mensen met kanker. Goede samenwerking is daarom nodig, zowel in de kliniek als bij de patiënt thuis.” Door de patiënt zonder obstakels de hele keten te laten doorlopen en daarmee zowel psychisch als lichamelijk in de best mogelijke conditie te brengen, zal de zorguitkomst significant verbeteren, stelt Van der Sijp. “Afgezien van de kostenreductie, verbetert deze aanpak de zorguitkomst en dus de kwaliteit van leven. Tijdens de minoren werken studenten van verschillende opleidingen in teams samen aan onderzoeken. Hiermee worden zij voorbereid op de interdisciplinaire samenwerking die nodig is in de zorgpraktijk.”

De minorstudenten en de afstudeerders presenteren hun bevindingen in juni.