Een solidaire stad: Den Haag in coronatijd

Op vrijdag 21 mei heeft wethouder Balster het onderzoeksrapport "De Solidaire Stad: maatschappelijke initiatieven in coronatijd" ontvangen. Uit het onderzoek, dat is uitgevoerd door Katja Rusinovic van De Haagse Hogeschool, blijkt dat maatschappelijke initiatieven in coronatijd van groot belang zijn, vooral voor kwetsbare groepen.

De Solidaire Stad

Het was één van de lessen die we leerden in voorjaar van 2020: de pandemie maakt dat we meer naar elkaar omkijken. We hielpen elkaar; staken elkaar een hart onder de riem door middel van allerlei maatschappelijke initiatieven, zoals maaltijdenacties voor kwetsbare bewoners en balkonbingo’s voor ouderen. Wat betekenen deze initiatieven? Door wie zijn ze opgezet? En zijn deze initiatieven zo maar uit het niets ontstaan vorig jaar? 

Het antwoord op die laatste vraag is nee, volgens Katja Rusinovic. “Het ontstaan van initiatieven is minder toevallig dan veelal gedacht: initiatiefnemers beschikten al voor de start over relevante kennis en netwerk”. Rusinovic is als lector Grootstedelijke Ontwikkelingen verbonden aan het kenniscentrum Governance of Urban Transitions aan De Haagse Hogeschool. Samen met haar collega’s doet ze onderzoek naar de impact van COVID-19 op Den Haag. 

Vangnet 

Wie nemen het initiatief? Dat zijn veelal mensen die al maatschappelijk betrokken waren in de wijk. Zij zagen wat de impact van de coronacrisis was op bewoners, bijvoorbeeld door de tijdelijke sluiting van de voedselbank Haaglanden aan het begin van de crisis. Door hun lokale netwerk konden zij snel inspelen op de behoeften van veelal kwetsbare bewoners. Deze lokale initiatiefnemers vervullen dan ook een belangrijke functie in de wijk: “zij bieden een vangnet voor kwetsbare groepen in de wijk en vullen reguliere organisaties in de wijken aan.” 

Vrijwilligers

In een onzekere tijd is het extra waardevol dat deze initiatieven blijven plaatsvinden. Financiering vormt daarbij de belangrijkste uitdaging. “Dat maakt het duurzaam voortbestaan van deze initiatieven onzeker”, aldus Rusinovic. Voor veel financieringsvormen is het noodzakelijk dat ‘spontane’ initiatieven een formele organisatievorm hebben, zoals een stichting. 

Door de vaak beperkte middelen zijn maatschappelijke initiatieven afhankelijk van vrijwilligers. Hier ziet Rusinovic een verschil tussen de situatie nu en tijdens de eerste lockdown: “aan het begin van de pandemie was dit geen probleem. Echter, hoe langer de crisis duurt, hoe lastiger het wordt voldoende vrijwilligers te vinden, terwijl de uitvoering draait om hun inzet.” 

Samenwerking met externe partijen 

Hoe zorgen initiatiefnemers er tóch voor dat hun activiteiten door blijven gaan? Een belangrijke factor is de samenwerking met externe partijen, zoals de gemeente, maar ook andere maatschappelijke organisaties, religieuze organisaties en commerciële bedrijven. “Zo kwamen we bijvoorbeeld de Participatiekeuken tegen: een initiatief dat zowel door scholen als door grote bedrijven gesteund werd door middel van de inzet van vrijwilligers en het aanbieden van producten.” Ook de lokale overheid kan uitkomst bieden, zo bleek in Mariahoeve. Daar besloot het stadsdeel Haagse Hout spontane (burger-) initiatieven te sponsoren met een speciaal corona-activiteitenbudget. 

Investeren Martijn Balster, Wethouder Wonen, Wijken en Welzijn van de gemeente Den Haag is blij met de concrete uitkomsten van het onderzoek: “De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat het belangrijk is om te investeren in de sociale basis van de stad. Veel maatschappelijke initiatieven ontstaan vanuit bestaande netwerken, vertrouwde gezichten en maken gebruik van de sociale infrastructuur in de verschillende wijken en buurten van Den Haag. De initiatieven bereiken bovendien vaak kwetsbare groepen die minder goed in beeld zijn bij de professionele organisaties en de gemeente. We zijn dan ook voornemens om blijvend te investeren in het sociale weefsel van de stad. Daarbij gaat het om een goede verbinding en samenwerking tussen formele en informele partners in de wijk. Deze vullen elkaar aan en versterken elkaar. Het faciliteren van deze samenwerking en het leggen van verbindingen ligt logischerwijs verankerd in de werkwijze van de stadsdeelorganisaties die op wijkniveau werken aan de sociale leefbaarheid. Samenwerking tussen formele en informele netwerken is daarnaast een belangrijke waarde in de gemeentelijke beleidsplannen voor het sociaal domein. 

Eerder onderzoek 

Eerder dit jaar was Katja Rusinovic al betrokken bij een grootschalig surveyonderzoek naar de maatschappelijke gevolgen van COVID-19, in samenwerking met De Haagse Hogeschool en o.a. de Erasmus Universiteit Rotterdam, VU/Kieskompas, en de gemeente Den Haag en Rotterdam. Dit onderzoek, heeft vooralsnog geresulteerd in een aantal onderzoeksrapporten waaronder 'Berichten uit een stille stad' over de impact van corona in Den Haag en een onlangs verschenen rapport De Ongeduldige Samenleving. Het onderzoek laat zien dat de gevolgen van COVID-19 vooral groot zijn voor ‘traditioneel’ kwetsbare groepen (lager opgeleiden, ouderen, mensen met een gering inkomen en gering sociaal netwerk), maar ook voor ‘nieuwe’ kwetsbare groepen (mensen met een tijdelijke baan en zzp’ers, onder wie veel jongeren), zie ook . 

Het rapport

Lees hier het rapport De Solidaire Stad.

In de media