Pedagogiek - Voltijd

Tijdens de voltijdopleiding Pedagogiek maak je kennis met verschillende thema’s en doelgroepen binnen de samenleving. Opvoeden staat centraal. Net als kinderen, jongeren, hun ouders en (beroeps)opvoeders. Hoe kun je er samen voor zorgen dat die opvoeding zo goed mogelijk verloopt? Wat doe je als kinderen of jongeren vastlopen in hun ontwikkeling? Wat voor adviezen geef je? Hoe, wanneer en aan wie?
Je krijgt flink wat theorie voorgeschoteld en brengt die direct in de praktijk. Vanaf het eerste jaar al loop je stage, zodat je snel ontdekt welke doelgroep of richting jou het meest aanspreekt. Je traint je vaardigheden als presenteren en gesprekstechnieken. En je denkt na over je persoonlijke ontwikkeling en verkent je grenzen: een stage of minor in het buitenland behoort tot de mogelijkheden. Je ontwikkelt je aan De Haagse Hogeschool als wereldburger: je wilt de maatschappij veranderen, verbeteren en daarbij rekening houden met verschillende culturen en gewoonten.
Goed om te weten: de opleiding Pedagogiek aan De Haagse scoort in de regio het beste op ‘voorbereiding op je loopbaan.’ Je besteedt dus veel aandacht aan beroepsvaardigheden en de beroepspraktijk. Eén ding is zeker, straks kun je zelfverzekerd en zelfstandig aan de gang als pedagoog.

Opbouw van Pedagogiek - Voltijd

Colleges

14

uur

Projecten

2

uur per week

Zelfstudie

20

uur

Studiepunten

50

van de 60

Jaar 1

Bouwen aan je basiskennis

In het eerste jaar maak je uitgebreid kennis met het brede werkveld. Pedagogen hebben veel verschillende rollen, bijvoorbeeld medewerker in de jeugdhulp, gezinsbegeleider, leidinggevende van een kinderopvang of straatcoach. De basiskennis die je voor die rollen nodig hebt, doe je op aan de hand van 4 thema’s: (ge)zin in opvoeden, opvoeden buiten het gezin, specifiek opvoeden en opvoeden in het onderwijs. 

Je leest boeken, artikelen en krijgt de nodige theorie aangereikt in hoorcolleges. Die kennis pas je toe tijdens beroepsvoorbeelden in werkcolleges. De werkgroepen zijn klein, waardoor je lekker kunt discussiëren met je medestudenten. Je oefent vaardigheden als presenteren of samenwerken en denkt na over je persoonlijke ontwikkelingen. Ook werk je aan het einde van elk blok met een groepje aan een beroepsproduct, rechtstreeks uit de praktijk.

Vanaf de tweede periode in jaar 1 loop je al 1 dag per week stage bij een pedagogische instelling. En daar sluiten die beroepsproducten op aan: hoe stel je bijvoorbeeld een handelingsplan op voor een hulpvraag van een kind op jouw stage? Ook is er in het eerste jaar een vrij studiepunt beschikbaar die je (in overleg met je studieloopbaanbegeleider) inzet voor je persoonlijke en/of beroepsontwikkeling.




Lesrooster

Blok 1 - Thema Eigen Opvoeding
Pedagogiek (theoretisch)
Filosofie (praktisch)
Socialisatieverslag
Gespreksvoering 1: de basis
Studieloopbaanbegeleiding
Voorbereiding stage
Blok 2 - Thema Diversiteit in opvoeden
Pedagogiek
Sociologie
Doelgroepanalyse
Schrijven en rapporteren + hogeschooltaal
Studieloopbaanbegeleiding
Stage
Vrije keuzeruimte
Blok 3 - Ontwikkeling van het kind
Pedagogiek
Psychologie
Ontwikkelen spelmateriaal
Observatie en spel
Studieloopbaanbegeleiding
Stage
Vrije keuzeruimte
Blok 4 - Opvoedingsvragen
Opvoedingsondersteuning/Orthopedagogiek
Psychologie
Themakoffer ontwikelen a.d.h.v. een opvoedingsvraag
Beroepshouding en zorgethiek
Studieloopbaanbegeleiding
Stage
IBM (toetsing beroepstaken)
Sleep opzij

Jaar 2

Kennis verdiepen

In het tweede jaar van de voltijdopleiding Pedagogiek duik je de diepte in. Tijdens het eerste halfjaar volg je vakken binnen twee thema’s: als opvoeden niet vanzelf gaat en kinderen eerst! Je leert risico’s in kaart te brengen en je handelingsplan daarop aan te passen. Ook leef je je in verschillende organisaties in: hoe functioneert een pedagoog bijvoorbeeld bij bureau Halt!?

Je schaaft je gespreksvaardigheden bij in trainingen en leert hoe je een gesprek voert met de ouders of andere (beroeps)opvoeders, bijvoorbeeld over hoe je een puber benadert die pest. In jaar 2 kies je een richting. Wat wil je? Aan de slag als pedagoog in de jeugdhulp, de gehandicaptenzorg, de kinderopvang of het onderwijs of juist als pedagoog in preventie, voorlichting en opvoedingsondersteuning?

Verder volg je het vak democratische besluitvorming. Daarin leer je hoe je het eens wordt zonder dat dit resulteert in ruzie. Ook kies je zelf een training, om bijvoorbeeld je spel- of managementvaardigheden bij te spijkeren. En je loopt 1 dag in de week stage, net als in het eerste jaar (maar nu meteen vanaf periode 1).

Jaar 3

Twee minors en stage

In het eerste semester van het derde jaar Pedagogiek kies je 1 à 2 minors van in totaal 30 studiepunten. De keuze voor deze minors is vrij (binnen de kaders). Kies een minor binnen De Haagse. Coaching bijvoorbeeld, of Adviseren bij Organisatieverbetering. Ga de internationale kant op met een minor als The many faces of Globalization. Of kies voor een minor buiten de Haagse; Spelontwikkeling in Utrecht is een veel gekozen minor. De grens over? Ook dat kan, we helpen je graag op weg.

Tijdens het tweede semester loop je 3 dagen per week stage. Dat kan bij diverse soorten instellingen zoals ziekenhuizen, scholen, jeugdbescherming, maar ook bij kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang. Daarnaast volg je 4 leerarrangementen. Twee daarvan zijn verplicht: ‘Visie op opvoeden’ en ‘De pedagoog als manager, coach en innovator’. Ook kies je zelf 2 keuzearrangementen, bijvoorbeeld ‘Jeugdbescherming: ingrijpen ja of nee?’ of ‘Online Hulpverlening’, waarin je meer verdieping vindt in het gekozen onderwerp. Niet alleen loopt de studieloopbaanbegeleiding door, je krijgt er dit jaar ook opleidingssupervisie bij. Tijdens die bijeenkomsten bespreek je situaties waar je in de praktijk tegenaan loopt. Handige ervaring als je na je diploma als zelfstandig pedagoog aan de slag gaat.

Jaar 4

Afstuderen

In het vierde jaar ben je bijna niet meer op De Haagse te vinden. Je hebt af en toe een terugkomdag of supervisie. Je start met je afstudeerstage. Die stage past bij de afstudeerrichting die je in het tweede jaar hebt gekozen, bijvoorbeeld jeugdhulp, onderwijs of preventie, voorlichting en opvoedingsondersteuning. 

Ook werk je aan je profileringsproject: je zet zelfstandig een onderzoek op over een pedagogische kwestie in de beroepspraktijk waar jij stage loopt. Je doet aanbevelingen en beantwoordt vragen als: hoe speel je als leerkracht in op problemen die leerlingen met ADHD ervaren? Hoe is het gesteld met de sociale weerbaarheid in de cyberwereld? Hoe geef je seksuele voorlichting aan jongeren met een licht verstandelijke handicap?

Aan het einde van je laatste jaar doe je een assessment, dat we ook wel het integraal beoordelingsmoment noemen (IBM). Daarvoor lever je een dossier in met daarin opdrachten die jij hebt uitgevoerd. In het gesprek licht je die stukken toe en houd je een verdiepend gesprek met de assessoren. Goed gegaan? Dan heb jij je diploma op zak, net als een flinke hoeveelheid praktijkervaring.

Studie in beeld

Minors

Je studie samenstellen

Minors zijn keuzemodules waarmee je je opleiding een persoonlijk tintje geeft. Je selecteert ze zelf of in overleg met je studieloopbaanbegeleider. En bijna alles kan. Denk aan een minor die gaat over een Engelstalige minor als Human Rights & Social work of een minor Intercultureel Vakmanschap. Een keuzevak in een heel andere richting kan natuurlijk ook: wat dacht je van een minor over China, marketing of coaching? En wil je je grenzen opzoeken? Volg dan een minor aan een andere hogeschool, of in het buitenland. We helpen je graag op weg.

 

Werkvormen

Colleges, trainingen, beroepsproducten en zelfstudie

Vooral in het eerste jaar krijg je veel hoorcolleges van je eigen docenten of van gastsprekers uit het beroepenveld. De theorie verwerk je direct in de praktijk. Bijvoorbeeld in integrale werkcolleges, waarin je individueel of met 4 andere studenten aan concreet product werkt. Je gaat in op casussen en voorbeelden en leert zo de stof steeds beter te begrijpen. Bovendien loop je vanaf jaar 1 stage, dus die praktijk krijg je flink voor je kiezen.

Pedagogische vaardigheden ontwikkel je tijdens trainingen in halve klassen van pakweg 15 leerlingen. Gesprekken voeren bijvoorbeeld, samenwerken, of gefilmde praktijksituaties observeren. Samenwerken oefen je ook in projecten waarin je werkt aan zogeheten beroepsproducten. Je gaat dan op zoek naar antwoorden of oplossingen voor vragen waar pedagogen uit het werkveld ook mee te maken hebben.

Zelfstudie is net als samenwerken een belangrijk onderdeel bij de voltijdopleiding Pedagogiek. Zo’n 20 uur per week werk je zelfstandig aan opdrachten. Je studeert, bereidt colleges voor en blokt voor tentamens of vaardigheidstoetsen.




Contact met de opleiding

Je kunt al je vragen over toegangseisen, instromen en studeren bij Pedagogiek stellen aan docent Jan van der Zwan via j.m.vanderzwan@hhs.nl.
Je kunt ons ook vinden op Facebook. In een besloten groep krijg je allerlei interessante en leuke dingen te zien over de opleiding: hoe bijvoorbeeld de vakken x en y in elkaar zitten, hoe het is om op De Haagse te studeren, en je kan er natuurlijk al je vragen stellen. Kortom een makkelijke manier om meer over de opleiding te weten te komen!

Hulp tijdens je studie

Studeren doe je niet alleen

Je krijgt hulp bij het studeren. Aan het begin van je opleiding maak je kennis met je studieloopbaanbegeleider aan wie je vragen kunt stellen over je studie, je stages, je carrière en nog veel meer. Die begeleiding houd je tijdens je hele opleiding Pedagogiek. Je hebt groepsbijeenkomsten en voert individuele gesprekken. Vanaf de tweede helft van het derde jaar tot aan je diploma begeleidt je vaste studieloopbaanbegeleider je bij stages en je afstudeeropdracht. Die begeleider is tegelijkertijd je supervisor. Tijdens supervisiebijeenkomsten bespreek je praktijksituaties die je op stage tegenkomt. Zo ontwikkel je je professionele beroepshouding.

Zou je langer willen praten? Bijvoorbeeld over een (studie)dipje, twijfels, een vervelende ziekte of iets anders? Dan ben je altijd welkom bij onze psycholoog, vertrouwenspersoon, decaan of in het loopbaancentrum.



Studiepunten halen

Bindend studieadvies (BSA)

Om je studie na het eerste jaar te kunnen vervolgen, moet je 50 van de 60 studiepunten (ECTS) behalen. Daarnaast stellen sommige opleidingen extra eisen om je door te laten naar het tweede studiejaar. Bijvoorbeeld een bepaald vak dat je behaald moet hebben en dat meetelt binnen de 50-puntennorm. Dit noemen we ook wel een kwalitatieve eis. Heb je aan zowel de puntennorm als de eventueel gestelde kwalitatieve eis voldaan, dan krijg je van de examencommissie aan het einde van je eerste jaar een positief bindend studieadvies (BSA).  

Behaal je minder dan 50 studiepunten en voldoe je niet aan de eventueel gestelde kwalitatieve eis, dan krijg je een negatief studieadvies en moet je de opleiding verlaten. Daarom wordt dit advies een negatief bindend studieadvies (NBSA) genoemd.

Persoonlijke omstandigheden kunnen van invloed zijn op je studievoortgang. Denk aan ziekte of het bedrijven van topsport. Het is belangrijk dat je, wanneer dit soort bijzondere omstandigheden zich voordoen, dit meteen doorgeeft aan de examencommissie. Die kan hier vervolgens rekening mee houden bij het uitbrengen van het studieadvies.

Lees de volledige regels over het studieadvies in hoofdstuk 7 van de onderwijs- en examenregeling (OER) van jouw opleiding.