Social Work - Deeltijd

De opleiding Social Work is afgestemd op de praktijk. De actualiteit maakt dan ook altijd deel uit van het programma. Trends als veiligheid bijvoorbeeld, of hoe mensen veiligheid ervaren. Zo kijk je naar de leefbaarheid in de buurt waar jouw praktijklocatie staat. Ook onderzoek je hoe leefbaar de wijk is, onder andere door de literatuur in te duiken. Voor het uitwisselen van kennis en ervaring is jouw actieve bijdrage belangrijk en leren doe je sámen met docenten en medestudenten.

Opbouw van Social Work - Deeltijd

Pilot Flexibilisering

Vanaf september 2017 doet Social Work mee aan de landelijke pilot ‘Flexibilisering’. Bij deze pilot mogen hogescholen hun vaste onderwijsprogramma’s loslaten. Dit heeft als voordeel dat je veel meer inspraak hebt op wat je wil leren, maar ook hoe, waar en wanneer je dat wil doen. Uiteraard kun je de opleiding ook als een regulier programma volgen.

De opleiding zit zo in elkaar dat je zo veel mogelijk zelf de regie in handen hebt. Het totale programma bestaat uit acht modules van elk 30 studiepunten. In de propedeuse volg je twee modules:

Module 1 - Oriëntatie: vraag achter de vraag
Module 2 - Groepen: kwaliteit van samenleven

Na de propedeuse volgt de hoofdfase. De opleiding is nog in ontwikkeling. Vanaf 2019 zijn alle modules beschikbaar.
In 2018 – 2019 zijn de volgende Hoofdfase modules beschikbaar: module 3, 4 en 6.

Module 3 - Bevorderen van participatie
Module 4 - De kunst van het begeleiden
Module 5 - Profielmodule
Module 6 - Ondernemen, organiseren en positioneren in het sociale domein
Module 7 - Professioneel handelen tussen zorg en autonomie
Module 8 - De sociaal werker: ondernemend en innovatief

Individuele vrijheid

De opleiding is opgebouwd rond ‘leeruitkomsten’: kennis, houding en vaardigheden die je moet beheersen om een bepaalde module af te kunnen ronden. Die leeruitkomsten worden getoetst. Hoe je je op die toets voorbereidt, bepaal je zelf. Je kunt lessen volgen, maar dat hoeft niet. Je kunt de opgegeven boeken, artikelen en digitale bronnen lezen, maar je mag ook andere informatie gebruiken. Jij kiest je eigen leerweg.

Je eigen tempo

Je kunt het programma daarnaast ook in je eigen tempo doorlopen. Het standaardprogramma is vier jaar, maar je kunt de opleiding ook in twee of drie jaar afronden. Dat is afhankelijk van je voorkennis en je eigen keuzes. Je kunt bijvoorbeeld vrijstellingen krijgen als je bepaalde beroepscompetenties op hbo-niveau al hebt. Bij je planning krijg je ondersteuning van een studiecoach.

Flexibele toetsing

Vooraf aan elke module krijg je informatie over de module en de toetsopdrachten. Zo ontdek je wat je wel en niet weet. Met je studiecoach maak je vervolgens afspraken over hoe je gebruik maakt van het onderwijs en de momenten waarop je de toetsen inlevert. Deze afspraken worden vastgelegd in een onderwijsovereenkomst. Op deze manier stel jij jouw eigen studieprogramma samen.

Lessen

1

dag per week

Werk

16

uur per week (minimaal)

Jaar 1

Bouwen aan de basis

In het eerste halfjaar, de oriënterende propedeuse, ontdek je wat de opleiding Social Work inhoudt. De praktijk vormt het startpunt voor het leren. Je gaat één dag in de week naar school, waar je samen met medestudenten en docenten deel uitmaakt van een learning community. Voor de vaardigheden worden trainingen gegeven. Daarbij krijg je goede begeleiding van jouw mentor. In jaar 1 krijg je 2 modules.

Module 1

Oriëntatie: vraag achter de vraag
Sociaal werkers onderzoeken vanuit verschillende invalshoeken het functioneren van een individu in zijn of haar directe leefomgeving. Sociaal werkers gaan uit van de mogelijkheden en de eigen kracht van het individu, en hebben oog voor de kwetsbaarheid en de manier waarop de persoon daarmee omgaat. Op deze manier ondersteunen ze mensen bij het formuleren van een hulpvraag.

Module 2

Groepen: kwaliteit van samenleven
Sociaal werkers hebben  oog voor de maatschappelijke factoren die deelname aan het maatschappelijke belemmeren. Ze leveren enerzijds een bijdrage aan het versterken van de inclusieve kwaliteit van de samenleving. Anderzijds versterken ze de mogelijkheden van (groepen) mensen om hun leven in de maatschappij zo vorm te geven, dat ze actief kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven.

Jaar 2

Module 3

Bevorderen van participatie
Sociaal werkers brengen het complex van factoren in kaart, dat van invloed is op de kwetsbaarheid van mensen. Sociaal werkers zetten interventies in, die de problemen voorkomen, waar deze kwetsbaarheid op verschillende gebieden toe kan leiden, of voorkomen dat de problematiek erger wordt.

Module 4

De kunst van het begeleiden
Sociaal werkers geven begeleiding aan individuen en groepen. Ze doen dat in de vorm van bijvoorbeeld activering, ondersteuning of facilitering. Sociaal werkers weten wanneer welke vorm van begeleiding wenselijk is voor verschillende groepen (zorgvragers, burgers, mantelzorgers, vrijwilligers, stagiaires). Ze weten, als persoon en als professional, deze begeleiding vorm te geven.

Jaar 3

Module 5

Profielmodule 
De vijfde module kies je zélf waarover je wilt leren. De focus ligt op de belangrijkste nieuwe wetten in de zorg. Zo heb je de keuze tussen Jeugd (Jeugdwet), Langdurige zorg (Wet Langdurige Zorg) of Mens en samenleving (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). 

Module 6

Ondernemen, organiseren en positioneren in het sociale domein
Hoe werken organisaties en welke ontwikkelingen zijn er in politiek en maatschappij? Deze kennis gebruikt de sociaal werker om zich te profileren en te positioneren. Zo kan hij of zij bijdragen en invloed uitoefenen, zowel op de eigen werkomgeving als op het beleid van de organisatie.  
 

 

Jaar 4

Module 7

Professioneel handelen tussen zorg en autonomie
Sociaal werkers bepalen samen met cliënten/klanten een aanpak, waarbij ze uitgaan van de wensen en mogelijkheden van de gebruikers en van wetenschappelijke inzichten en praktijkervaringen. Ze verantwoorden morele afwegingen en nemen wettelijke en beroepskaders in acht.

Afstudeermodule 8

De sociaal werker: ondernemend en innovatief
Als sociaal werker pak je ondernemend en innovatief een praktijkprobleem aan. Je gaat zelfstandig op zoek naar informatie, maakt een plan van aanpak en implementeert en evalueert jouw plan.

Minors

Je studie samenstellen

Binnen het deeltijdonderwijs zijn 30 studiepunten gereserveerd voor Speelruimte. Deze gebruik je voor verdieping en verbreding. Je profielkeuze bepaalt voor een deel je keuze voor de minors

Werkvormen

Colleges, trainingen, projecten

Het onderwijs bij de opleiding Social Work is blended: een mix van online leren, learning communities, werkcolleges, trainingen en leren in de praktijk. Je maakt gebruik van jouw eigen praktijk voor het onderwijs en de toetsen

Uitstroomprofielen Social Work

De bacheloropleiding Social Work heeft drie uitstroomprofielen:

Sociaal werk – welzijn en samenleving

Deze professionals ondersteunen, helpen, activeren, ontwikkelen en verbinden. Zij richten zich op versterking van het sociaal functioneren en het vormgeven van de leefomgeving, liefst tegelijkertijd.

Sociaal werk - zorg

Deze professionals houden zich bezig met de vraag hoe mensen met een beperking optimaal sociaal kunnen functioneren.

Sociaal werk - jeugd

Deze professionals richten zich op jeugdigen tot 23 jaar. Zij dragen bij aan het bevorderen en benutten van de ontwikkelingskansen van jeugdigen

Contact met de opleiding

Je vragen over toelatingseisen, instromen en studeren bij Social Work kun je stellen via een mailbericht aan swe@hhs.nl.

Hulp tijdens je studie

Studeren doe je niet alleen

Je krijgt hulp bij het studeren. Aan het begin van je deeltijdopleiding Social Work maak je kennis met je studiecoach. Dat is altijd een docent van je opleiding. Je kunt bij hem of haar aankloppen als je vragen hebt. Heb je behoefte aan extra hulp? Dan ben je altijd welkom bij onze decaan, vertrouwenspersoon of psycholoog.

Studiepunten halen

Bindend studieadvies (BSA)

Om je studie na het eerste jaar te kunnen vervolgen, moet je 50 van de 60 studiepunten (ECTS) behalen. Daarnaast stellen sommige opleidingen extra eisen om je door te laten naar het tweede studiejaar. Bijvoorbeeld een bepaald vak dat je behaald moet hebben en dat meetelt binnen de 50-puntennorm. Dit noemen we ook wel een kwalitatieve eis. Heb je aan zowel de puntennorm als de eventueel gestelde kwalitatieve eis voldaan, dan krijg je van de examencommissie aan het einde van je eerste jaar een positief bindend studieadvies (BSA). 

Behaal je minder dan 50 studiepunten en voldoe je niet aan de eventueel gestelde kwalitatieve eis, dan krijg je een negatief studieadvies en moet je de opleiding verlaten. Daarom wordt dit advies een negatief bindend studieadvies (NBSA) genoemd.

Persoonlijke omstandigheden kunnen van invloed zijn op je studievoortgang. Denk aan ziekte of het bedrijven van topsport. Het is belangrijk dat je, wanneer dit soort bijzondere omstandigheden zich voordoen, dit meteen doorgeeft aan de examencommissie. Die kan hier vervolgens rekening mee houden bij het uitbrengen van het studieadvies.

Lees de volledige regels over het studieadvies in hoofdstuk 7 van de onderwijs- en examenregeling (OER) van jouw opleiding.