Social Work - Voltijd

Vanaf dag 1 ga je naar buiten: de opleiding Social Work richt zich op actuele ontwikkelingen in de praktijk. Zo onderzoek je de leefbaarheid in de Haagse wijken en buurten. Hoe is het daar voor kwetsbare mensen die steeds vaker buiten een instelling wonen? Je observeert, neemt interviews af en bestudeert de wijkanalyse van de gemeente. Ook raadpleeg je literatuur om je een goed beeld te vormen van de leefbaarheid in een wijk. Zijn er problemen of schulden en hoe is het met de sociale cohesie? Actief meedoen is belangrijk voor de studie Social Work. Leren doe je samen met docenten en medestudenten. Na het eerste basisjaar kies je een uitstroomprofiel: Zorg, Jeugd of Welzijn & Samenleving.

Opbouw van Social Work - Voltijd

Hoorcollege

1

per week

Werkcollege

4

per week

Werkgroep

1

per week

Training

2

per week

Stage

4

uur per week

Jaar 1

Bouwen aan de basis

In het eerste halfjaar ontdek je wat de opleiding Social Work inhoudt. Twee onderwerpen staan centraal: hoe ga je om met individuen en groepen en hoe kun je deze beïnvloeden? Je leert kijken naar het gedrag en de motivatie van mensen. Je legt verbanden tussen groepen, de samenleving en culturele diversiteit. Je verdiept je in maatschappijwetenschappen, gedragswetenschappen en je krijgt trainingen gespreksvaardigheden. Maar het belangrijkste van alles: de praktijk. Bij Social Work vormt de praktijk het startpunt voor het leren.
 

Praktisch aan de slag

Eén dagdeel per week loop je stage, bijvoorbeeld bij een wijkteam van de gemeente of in buurthuis. Jij brengt mensen samen, zodat ze elkaar leren kennen. Je onderzoekt wat mensen verder helpt, ondersteunt bij de uitvoering en blikt terug op hoe het is gegaan. Met een groepje medestudenten voer je projecten uit. Misschien zet je een maatjesproject op in de wijk voor kwetsbare bewoners. Of ondersteun je bewoners bij de herinrichting van een plein, zodat het weer een fijne ontmoetingsplek wordt. Je praktijkervaringen helpen je om de lessen op De Haagse Hogeschool een plek geven, en andersom natuurlijk.  

Jaar 2

Kennis verdiepen, profiel kiezen

In jaar 2 van de opleiding Social Work leer je werken als professional. Je kiest één van de drie uitstroomprofielen en verdiept je in de manier van werken en de doelgroep van jouw profiel. Wordt het Zorg, Jeugd of Welzijn & Samenleving? Je volgt onderwijs in de richting van jouw profiel, maar werkt ook samen met studenten uit andere profielen, net zoals straks als je echt aan het werk gaat. Bijvoorbeeld bij het thema armoede en sociale ongelijkheid. Hier werk je onder andere een advies uit om armoede in de wijk tegen te gaan.
 

Profielvoorbeeld: mensen uit de wijk

 Kies je voor het profiel Welzijn & Samenleving? Je richt je dan op mensen uit de wijk. Je onderzoekt wat er lokaal speelt en trekt de wijk in. Hoe zit het bijvoorbeeld met ouderen die zo lang mogelijk thuis willen wonen? Mensen met schulden of nieuwkomers? Je leert interviewen, onderzoeken en inventariseren waar hun behoeften liggen. Je begeleidt mensen bij het organiseren van wijkevenementen. Aan het einde van het jaar loop je 3 dagen in de week stage. Je ondersteunt bijvoorbeeld de organisatie van een project dat mensen samenbrengt. Of je begeleidt de zorg van mantelzorgers of vrijwilligers.

Jaar 3

Minors en de praktijk in

In jaar 3 leer je meer over organisatie en beleid. De eerste helft van het derde jaar vul je met minors. Je bent vrij in je keuze van de minors, maar wel gebonden aan enkele eisen vanuit de verschillende uitstroomprofielen. De tweede helft van het jaar loop je 3 dagen in de week stage en volg je onderwijs op De Haagse. Wil je graag de grens over? Dat kan. Je kunt zowel in het buitenland studeren als stage lopen. Zo rek je je buitenlandervaring misschien wel tot een jaar.
 

Praktijkleren binnen je profiel

Heb je in jaar 2 voor het profiel Jeugd gekozen? Dan heeft je stage ook in jaar 3 te maken met jongeren. Dat geldt zo voor alle profielen. Studenten met het profiel Jeugd lopen bijvoorbeeld stage bij een dagbehandeling voor kinderen met een gedragsstoornis. Je werkt dan in een team van mensen met allerlei functies: een pedagogisch medewerker, orthopedagoog, maatschappelijk werker en bijvoorbeeld een leidinggevende. Samen ben je verantwoordelijk voor de dagindeling, begeleid je de kinderen bij hun ontwikkeling en heb je contact met ouders, scholen, familie en vrienden. Als sociaal werker binnen het profiel Jeugd is het jouw doel om kinderen en jongeren in een veilige omgeving te laten opgroeien.

Jaar 4

Afstuderen en leren in de praktijk

In jaar 4 leer je het hele jaar door in de praktijk. Zo stroom je na je studie moeiteloos door naar het werkende leven. Naast de stage ga je één dag in de week naar school. Hier krijg je begeleiding bij je afstudeerproject en leer je wat jouw kracht als professional is.
 

Afstuderen binnen je profiel

Gedurende het hele jaar werk je tijdens je stage aan jouw individuele afstudeerproject. Studeer je bijvoorbeeld af in het profiel Zorg? Dan ligt jouw focus misschien op de omgang met ouders, familie en naasten bij de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Je bedenkt een manier om hen actief bij de zorg te betrekken en gaat dit uitproberen. Voor je afstuderen voer je daadwerkelijk een onderzoek uit, onderbouwd en gedegen. De kern van het beroep sociaal werker is immers doen.

Studie in beeld

Sleep opzij

Minors

Je studie samenstellen

Het programma van de opleiding Social Work kun je voor een deel zelf invullen via de minors, die je zelf mag kiezen. Je kunt je verder specialiseren in je vakgebied. Combineer bijvoorbeeld je uitstroomprofiel met minors over de GGZ of online hulpverlening. Of je verbreedt je kennis juist door een minor te kiezen bij een andere opleiding, bijvoorbeeld over kunst of communicatietechnologie. Je profielkeuze bepaalt voor een deel je keuze voor de minors. Maar verder is alles mogelijk: een minor aan De Haagse Hogeschool of aan een andere hogeschool of universiteit, in binnen- óf buitenland.

Werkvormen

Colleges, trainingen, projecten en veel praktijkleren

Het onderwijs bij de opleiding Social Work is blended: een mix van online leren, hoorcolleges, werkcolleges, trainingen en leren in de praktijk (stage). De lessen starten vaak met een casus: een onderwerp uit de actuele praktijk. Ook halen we de praktijk de school in via de gastcolleges. Zo komt er misschien wel een wethouder langs om te vertellen hoe het zit met de zorg in gemeenten. Uit eerste hand hoor je dan hoe de gemeente de zorg heeft aangepakt, nadat gemeenten die extra taken kregen. Kwam de jeugdzorg bijvoorbeeld in de knel? En hoe werkt dat als een onderwerp besproken wordt in de gemeenteraad?

Tijdens de werkcolleges ga je aan de slag met het onderwerp en leer je de theorie echt toe te passen. Je onderzoekt bijvoorbeeld waarom ex-verslaafden zo vaak weer gaan gebruiken en deelt deze kennis met je groepsgenoten. Op deze manier pas je de theorie toe en leer je van elkaar. Gespreksvaardigheden en het inzetten van creatieve middelen, zoals drama, leer je tijdens trainingen in kleine groepen. Van je docent krijg je gerichte feedback, zodat jij je kunt verbeteren. Bij de projecten leer je op een methodische manier problemen oplossen, activiteiten ontwikkelen, samenwerken én improviseren. Uiteraard met goede begeleiding.

Contact met de opleiding

Je vragen over toelatingseisen, instromen en studeren bij Social Work kun je stellen via mail swe@hhs.nl. Je kunt ons ook vinden op Facebook. Regelmatig delen we in een besloten groep leuke en interessante info over de opleiding, de vakken en studeren in Den Haag.

Contact met de student

Hulp tijdens je studie

Je krijgt hulp bij het studeren. Aan het begin van je opleiding Social Work maak je kennis met je mentor. Dat is altijd een docent van je opleiding. Je kunt bij hem of haar aankloppen als je vragen hebt over je studie, je stages, je carrière en nog veel meer. Ook volg je lessen hbo-vaardigheden, waarin je leert studeren. Deze lessen vinden afwisselend klassikaal, in kleine groepen of individueel plaats. Ook bij alle projecten krijg je begeleiding. Is er meer aan de hand? Dan is extra hulp beschikbaar bij De Haagse en kun je terecht bij een vertrouwenspersoon of een psycholoog.

Studiepunten halen

Bindend studieadvies (BSA)

Om je studie na het eerste jaar te kunnen vervolgen, moet je 50 van de 60 studiepunten (ECTS) behalen. Daarnaast stellen sommige opleidingen extra eisen om je door te laten naar het tweede studiejaar. Bijvoorbeeld een bepaald vak dat je behaald moet hebben en dat meetelt binnen de 50-puntennorm. Dit noemen we ook wel een kwalitatieve eis. Heb je aan zowel de puntennorm als de eventueel gestelde kwalitatieve eis voldaan, dan krijg je van de examencommissie aan het einde van je eerste jaar een positief bindend studieadvies (BSA). 

Behaal je minder dan 50 studiepunten en voldoe je niet aan de eventueel gestelde kwalitatieve eis, dan krijg je een negatief studieadvies en moet je de opleiding verlaten. Daarom wordt dit advies een negatief bindend studieadvies (NBSA) genoemd.

Persoonlijke omstandigheden kunnen van invloed zijn op je studievoortgang. Denk aan ziekte of het bedrijven van topsport. Het is belangrijk dat je, wanneer dit soort bijzondere omstandigheden zich voordoen, dit meteen doorgeeft aan de examencommissie. Die kan hier vervolgens rekening mee houden bij het uitbrengen van het studieadvies.

Lees de volledige regels over het studieadvies in hoofdstuk 7 van de onderwijs- en examenregeling (OER) van jouw opleiding.