THUAS meets East

Er wonen steeds meer mensen in de stad en gemiddeld worden deze mensen steeds ouder. Het lectoraat Urban Ageing onderzoekt hoe je succesvol oud kunt worden in de stedelijke omgeving. Europese subsidie hiervoor wordt gezocht door samenwerkingen aan te gaan met Centraal- en Oost-Europese universiteiten.

thuasmeetseast

In 2050 is bijna een kwart van de wereldbevolking 60 jaar of ouder. In datzelfde jaar verwachten we dat twee derde van de totale wereldbevolking in de stad woont. “Nederland heeft relatief makkelijk praten. Er is hier genoeg geld om oplossingen aan te dragen. Maar wereldwijd zijn de meeste steden niet voldoende aangepast”, aldus Joost van Hoof, lector Urban Ageing aan De Haagse Hogeschool.

Seniorvriendelijke stad

Wil je een seniorvriendelijke stad realiseren, dan moet je volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op acht deelgebieden structuren en diensten aanpassen aan de behoeften van ouderen: de gebouwde omgeving, vervoer, huisvesting, sociale participatie, respect en sociale inclusie, burgerparticipatie en werkgelegenheid, communicatie en gemeenschapsondersteuning en de gezondheidsdiensten.

Proeftuin

Den Haag is als eerste Nederlandse stad in 2014 toegetreden tot het netwerk van age-friendly cities & communities van de WHO. Het lectoraat verricht onderzoek hoe seniorvriendelijk Den Haag is. Het gaat hierbij om thema’s als meedoen op hoge leeftijd, vitaliteit, dementie, langer zelfstandig thuis wonen en diversiteit in de stad. Van Hoof: “Den Haag is een proeftuin waarin we experimenteren met oplossingen voor de toekomst.”

Europese subsidie

Dat de stad vergrijst is een feit, maar hoe beleidsmakers daarop moeten inspelen is onderwerp van onderzoek. En daarvoor is subsidie nodig. De Haagse heeft de ambitie om samen met Europese partners EU-subsidies aan te vragen. De Subsidiedesk van De Haagse heeft in 2019 geld beschikbaar gesteld om Europese samenwerking te stimuleren.

THUAS meets East

Op het gebied van onderzoek en onderwijs werkt De Haagse als internationale netwerkschool al veel samen met West-Europese landen. Minder relaties zijn er nog met Centraal- en Oost-Europese landen. “En dat terwijl in de praktijk Centraal- en Oost-Europese landen meer kans maken op een Europese subsidie.” Joost schreef samen met collega’s een projectplan om samenwerkingen aan te gaan met Centraal- en Oost-Europese kennisinstellingen: THUAS meets East. Via de Subsidiedesk werd dit projectplan gehonoreerd. Inmiddels is er een zestal netwerkreizen georganiseerd naar Polen, Slovenië, Roemenië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina en naar Rusland.

Letterlijk stil

Het lectoraat Urban Ageing maakt deel uit van het kenniscentrum Health Innovation. Joost: “Met onze werkbezoeken willen we ons netwerk richting het Oosten uitbreiden. Natuurlijk staan we nu even letterlijk stil vanwege de coronacrisis. Maar de plannen liggen klaar om samenwerkingen aan te gaan.”

Studentenuitwisselingen

Samenwerkingen met kennisinstellingen uit Oost-Europa moet uiteindelijk veel verder gaan dan gezamenlijke subsidieaanvragen. Te denken valt aan studenten- en docentenuitwisselingen, het opstellen van een gezamenlijke kennisagenda, het uitwisselen van onderzoeksmethoden, het organiseren van thematische bijeenkomsten, het schrijven van artikelen en short term scientific missions voor promovendi en/of lectoren.

Nederlandse ziekte

Daarnaast ligt de opbrengst van een netwerk in het Oosten ook in het verkrijgen van een ander perspectief op onderzoeksvragen, zoals bij het lectoraat Urban Ageing. Joost: “In Oost-Europa is relatief weinig geld. Er gebeurt daar veel low-budget of met no-budget-oplossingen. We kunnen daarvan leren. In Nederland moet alles geld kosten. Dat noem ik weleens de Nederlandse ziekte. Met goodwill en gewoon aan de slag gaan als samenleving, kun je vaak veel meer bereiken.”