Waarden, normen en vaardigheden in opvoeding en onderwijs
Met als subthema’s:
- Mogelijkheden en beperkingen van de school als plaats voor burgerschapsvorming
- Ontwikkeling en evaluatie van lesprogramma’s voor burgerschapsvorming in het primair en voorgezet onderwijs
Algemeen gesteld geldt dat voor het onderwijs wat betreft de vorming van actieve ‘goede’ burgers een bijzondere taak is weggelegd, omdat kinderen en jongeren daar samenkomen met degenen waarmee ze later in belangrijke mate de samenleving moeten ‘runnen’. Bovendien is het onderwijs de plaats waar de jongeren worden opgeleid, die volgende generaties door vorming en voorbeeld gaan opleiden. Kinderen en jongeren voorbereiden op actieve betrokkenheid op de samenleving is niet een taak van één bepaalde discipline of opleiding, maar een kenmerk van alle disciplines. De vorming van actieve goede burgers mag daarom niet worden ondergebracht bij een bepaald vak, zoals maatschappijleer. Het dient een centraal kenmerk van de school- of opleidingscultuur, een component van zoveel mogelijk vakken alsook een zelfstandig curriculumonderdeel te zijn.
Mogelijkheden en beperkingen van de school als plaats voor burgerschapsvorming
Onduidelijk is op dit moment wat de mogelijkheden en beperkingen van het primair en voortgezet onderwijs zijn voor wat betreft burgerschapsvorming, zowel structureel als cultureel. Structureel betreft onder andere de vraag in hoeverre scholen om die bijdrage zo volledig mogelijk te kunnen leveren multifunctioneel centra voor straat en buurt dienen te zijn. Kortom, niet alleen plaatsen voor onderwijs aan kinderen en jongeren, maar ook voor tal van andere activiteiten, evenals voor ontmoetingen, activiteiten en ontwikkeling van ouders en andere volwassenen uit de omgeving. Een plaats bovendien waar bijvoorbeeld ook opbouwwerk en jeugd- en jongerenwerk als partners binnen worden gehaald.
Cultureel betreft de vraag wat de cultuur van de schoolorganisatie en wat de houdingen en vaardigheden van leerkrachten dienen te zijn om de school met betrekking tot burgerschapsvorming aantoonbaar succesvol te doen functioneren.
Over beide aspecten is, algemeen gesproken, weinig systematisch onderzocht en bekend. In de periode 2003-2006 zijn door het lectoraat en kenniscentrum verschillende studies hierover uitgevoerd en publicaties verricht. Een daarvan is een Delphi-onderzoek onder een tiental wetenschappers/denkers op dit terrein, waarvan de resultaten begin 2007 zullen worden gepubliceerd.
Een ander is het werk Waardenvolle of Waardenloze Samenleving: Over Waarden, Normen en Gedrag in Samenleving, Opvoeding en Onderwijs. In dit geredigeerde werk zijn bijdragen op het onderhavige terrein van alle leden van het kenniscentrum,evenals van een aantal externe deskundigen opgenomen. De publicatie is sinds haar verschijnen in verschillende opleidingen binnen De Haagse Hogeschool en binnen de HOVO gebruikt als cursusmateriaal.
Voorts is door een van de lectoren op het punt van burgerschapsvorming het betreffende essay geschreven voor de Sociale Agenda van Nederland, een project van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, De Volkskrant, TSS Tijdschrijft voor Sociale Vraagstukken en het Oranjefonds. Dit heeft geleid tot een aantal landelijke discussie-bijeenkomsten. De in het essay geformuleerde adviezen worden in de komende periode door het lectoraat en kenniscentrum samen met externe partijen uitgewerkt en, waar mogelijk, in concrete acties, onderzoek of interventies, omgezet.
In de komende periode zullen lectoraat en kenniscentrum voorts op tenminste twee andere manieren onderzoek in deze uitvoeren.
Op de eerste plaats, op verzoek van de directie Openbaar Onderwijs van de gemeente Den Haag, een onderzoek naar de huidige en gewenste activiteiten binnen het primair onderwijs met betrekking tot burgerschapsvorming. Onderdeel van dit onderzoek zal ook zijn het adviseren van de sector met betrekking tot een gemeenschappelijke missie en doelstellingen op dit gebied.
Op de tweede plaats is onlangs met het openbaar onderwijs in Almere een project gestart waarin, in een ‘controlled design’, scholen waarin een (in samenwerking met lectoraat en kenniscentrum ontwikkeld) programma voor Burgerschapsvorming wordt uitgevoerd, worden vergeleken met scholen waarin dit (nog) niet is gebeurd. De vergelijking vindt plaats zowel in termen van organisatie en cultuur (houding en gedrag van leerkrachten) als in termen van houding en gedrag van leerlingen. Op basis van de bevindingen uit deze onderzoeken zullen voorstellen voor het curriculum van de Pabo aan De Haagse Hogeschool worden gedaan, en mogelijk (in een opstartfase) worden uitgevoerd.
Op de derde plaats organiseren lectoraat en kenniscentrum samen met de gemeente Den Haag (de wethouder Burgerschap) in oktober 2007 een internationaal symposion over burgerschap en burgerschapsvorming.
Ontwikkeling en evaluatie van lesprogramma’s voor burgerschapsvorming in het primair en voorgezet onderwijs
Vanuit het lectoraat en kenniscentrum wordt al enige jaren gewerkt aan de ontwikkeling en evaluatie van lesprogramma’s voor burgerschapsvorming in het primair en voortgezet onderwijs. In dat kader werd onderzoek verricht en gepubliceerd naar de korte en lange termijn effecten van het, door leden van het kenniscentrum, ontwikkelde schoolprogramma Levensvaardigheden. Op basis van dat onderzoek heeft het programma in de rating van het NIZW het oordeel ‘vijf sterren’ (hoogste categorie) ontvangen. Voorts zijn activiteiten gestart, samen met het NIGZ, voor de landelijke verspreiding van het programma.
Deze activiteiten zullen in de komende vier jaar geintensiveerd worden voortgezet. Dat is onder andere mogelijk doordat daarvoor bij ZonMw een onderzoekssubsidie voor vier jaar (2007-2010) is verworven voor de verdere ontwikkeling, landelijke implementatie en evaluatie van het programma Levensvaardigheden. Dit onderzoek wordt uitgevoerd samen met TNO-Leiden en het NIGZ in Woerden. Nieuw te ontwikkelen onderdelen van dit programma zullen onder andere zijn het aanleren aan kinderen en jongeren van vaardigheden als
- samen regels afspreken voor de onderlinge omgang en het onderhouden daarvan;
- elkaar respectvol aanspreken en respectvol op aan gesproken worden te reageren;
- de grondrechten en -plichten zoals geformuleerd in hoofdstuk 1 van de Grondwet kunnen vertalen en toepassen in de omgang met anderen, zowel in als buiten de school.
Op basis van en al tijdens de loop van het onderzoek zullen voorstellen voor het curriculum van verschillende opleidingen binnen De Haagse Hogeschool gedaan worden. Onder andere met betrekking tot het aanleren aan studenten van de vaardigheid dit programma te kunnen geven. Voorts zal er naar worden gestreefd om deelnemende scholen er toe te brengen van hun leerlingen te verlangen voor een aantal uren per week vrijwilliggerswerk te doen, waar mogelijk op terreinen die direct aansluiten bij bepaalde vakken. Scholen waar dat lukt, zullen met betrekking tot hun relatie met en positie in de buurt, wijk of stad worden onderzocht. In de komende periode zal ook een Levensvaardigheden programma voor het primair onderwijs worden ontwikkeld. De eerste voorbereidingen daartoe zijn al in de vorige periode gedaan, onder meer in de vorm van een ‘blauwdruk’ programma voor het basisonderwijs. Dat is gepubliceerd in het door twee medewerkers van het kenniscentrum geschreven boek Waardig en vaardig in het Leven: hoe kinderen en jeugdigen emotioneel en sociaal voor te bereiden op de volwassenheid
Een derde activiteit zal zijn het in de loop van 2007 met de gemeente Den Haag te starten mentoraatsproject, waarin studenten van De Haagse Hogeschool vanuit diverse opleidingen getraind zullen worden als mentoren van (kwetsbare) leerlingen in het primair onderwijs ten einde hun kansen op voldoende schoolvorderingen en een prosociale ontwikkeling te bevorderen. Voor de studenten van De Haagse Hogeschool kan deelname gelden als een keuzevak, dat zowel training als supervisie omvat.